Afkoeling aerosolen echt kleiner

In mijn boek De staat van het klimaat schreef ik dat research sinds het vierde IPCC-rapport erop wees dat het afkoelende effect van aerosolen (aanzienlijk) kleiner is dan tot nu toe gedacht. Op pagina 118 staat:

Terwijl het opwarmende effect van roet dus op het lijstje opwarmende factoren moet, lijkt het afkoelende effect van aerosolen almaar kleiner te worden. Dat wil zeggen, kleiner dan de balken in afbeelding 8 suggereren. In 2009 publiceerde de Noor Gunnar Myhre een artikel in Science, waarin hij de koeling door het directe aerosoleffect naar beneden bijstelde.

Het indirecte aerosoleffect lijkt ondertussen helemaal op de helling te staan. De Amerikaanse klimaatonderzoeker Graeme Stephens van Colorado State University is nauw betrokken bij twee belangrijke satellietmissies van NASA: CloudSat en Calipso. Deze twee satellieten vliegen vlak achter elkaar aan en geven een ongekend scherp driedimensionaal beeld van wolken en aerosolen. Uit de metingen blijkt volgens Stephens dat het indirecte aerosoleffect vrijwel nul is.

Vooral de zeer lage schatting voor het indirecte aerosol effect (het effect van aerosolen op wolken) van Stephens baarde opzien. Stephens vertelde mij dat tijdens een interview dat ik met hem had in de zomer van 2009 in Fort Collins. Hij vertelde het bovendien in een Gewex-lezing in 2009, zie deze blog van Pielke. De onderzoekers van PBL en KNMI die mijn boek doorlichtten vroegen zelfs bij Stephens na of hij dat inderdaad gezegd had. Lees verder…

Share

Kudos voor PCCC

Bart Strengers schrijft in een reactie:

Naar aanleiding van jouw commentaar hebben we de berichtgeving op het klimaatportaal aangepast. De volgende zin hebben we verwijderd:‘Dit blijkt ondermeer uit een uiterst kritische studie van Fall et. al (maart 2011) waarin niettemin wordt geconcludeerd dat de gemiddelde temperatuurtrend in de VS nauwelijks wordt beïnvloed door het stadseffect.’ omdat onze interpretatie van het artikel (namelijk dat de studie zou aantonen dat er geen UHI-effect is) niet juist is. Goed dat je ons hierop hebt gewezen.

Complimenten voor Bart en PCCC dat ze dit hebben aangepast.  Dit is de constructieve manier waarop het debat gevoerd zou moeten worden. Lees verder…

Share

Teleurstellende reactie Klimaatportaal op Singer (1)

Singer in gesprek met KNMI'ers Komen (links) en Drijfhout (rechts) tijdens het geanimeerde diner na afloop van de bijeenkomst.

Er heerst grote euforie bij prominente Nederlandse klimaatsceptici zoals Hans Labohm over de bijeenkomst met Fred Singer bij het KNMI. En dat is begrijpelijk. Het is vrij uniek dat iemand als Singer bij een officieel aan het IPCC gelieerd klimaatinstituut kan spreken. Nederland steekt op dit punt positief af bij andere landen en zelfs bij een debatland bij uitstek, Amerika (hoewel Singer daar onlangs ook sprak bij een prominent klimaatinstituut).

Maar daags na de roes en de blijdschap over de verbeterde relaties tussen mainstream onderzoekers en sceptici is er ook de kater. Natuurlijk betekent het feit dat Singer spreekt bij het KNMI niet dat men het met hem eens is. Het betekent slechts dat het debat met sceptici serieuzer genomen wordt dan een aantal jaar geleden het geval was. Het is daarom uitstekend dat Klimaatportaal – de website van het PCCC – een weerwoord geeft tegen het verhaal van Singer.

Dat levert een kater op want daar lezen we dit:

Tijdens een colloquium spraken de KNMI-ers en Singer over de belangrijkste stellingen die Singer aandraagt binnen het klimaatdebat. Wereldgemiddelde temperatuurtrends zouden zijn vertekend doordat de temperatuur in steden gemiddeld hoger ligt dan op het platteland. Weerstations zouden stijgende temperatuurtrends meten doordat de omgeving van de stations verstedelijkt.

Singer onderbouwt deze stelling met een voorbeeld uit Californië. Er zijn echter veel grootschalige studies die aangeven dat het stadseffect niet zorgt voor een vertekening van de gemiddelde temperatuur, ook niet op het niveau van de Verenigde Staten. Het is wèl zo dat een deel van de weerstations in de Verenigde Staten niet op de optimale locatie staat.

De door mij vet gemaakte zin is de passage die mij het meest stoorde. Het komt over als: ‘wij de wetenschappers vertellen u even dat het onzin is wat Singer zegt. Er zijn vele studies die Singer weerleggen, gelooft u ons nou maar.’

Om die studies vervolgens niet eens te noemen. In tweede instantie zag ik pas dat er een drietal achtergrondartikelen achter het openingsverhaal over Singer zitten. In een ervan gaat de auteur van het PCCC* dieper in op de kwestie van het stadseffect en worden wel degelijk enkele studies genoemd. Dat zwakte de aanvankelijke kater in ieder geval flink af.

Maar helemaal weg is de kater zeker niet na het lezen van dat achtergrondstuk. Lees verder…

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list