Dijkstra II: Nederland wel warmer, niet extremer

Iedereen dank voor de interessante discussie onder het doorgeplaatste opiniestuk van Frans Dijkstra. Frans heeft in zijn laatste commentaar geprobeerd een eerste samenvatting te schrijven. Aangezien de vorige draad erg lang werd plaats ik dat commentaar hier als gastblog. Het is goed mogelijk dat critici van Dijkstra (Arjan, Guido, Jan etc.) het oneens zijn met de samenvatting. Mocht een van de “critici” ook een soort van samenvatting schrijven dan plaats ik die ook als apart gastblog. MC

Gastblog Frans Dijkstra

Ik doe een poging een paar dingen te inventariseren waar we het over eens zijn.

(1) Er is over de periode 1997-2014 geen correlatie tussen de gemiddelde maandtemperatuur en de tijd. Ik noem dat stilstand of stagnatie. Ik weet niet of ik de eerste ben in Nederland die dit signaleert. Als er in deze data een trend van plus of min 0,003 graad per maand zou zitten, dan zou dat nog net niet significant zijn. Dat betekent naar de toekomst toe, dat in 100 jaar een daling of een stijging van bijna 4 graden niet is uitgesloten. Dat is waar, maar wie zou zo’n reeks voor 100 jaar willen extrapoleren? Degenen die zeggen dat de opwarming onverminderd door gaat, kunnen dat niet zeggen op grond van deze data. Deze data zeggen uitsluitend: het kan vriezen of dooien. Zijn we het daarover eens?

Arjan van Beelen
De termijn is te kort en de spreiding is te groot om iets zinvols te kunnen concluderen over de temperatuurtrend. Als je iets schuift met het beginpunt, of een jaar toevoegt of weglaat dan krijg je weer andere resultaten. In een dataset met een grote variabiliteit ten opzichte van de trend kan je nooit aantonen of het nu nog wel of niet opwarmt de laatste jaren, dus dit is een zinloze bezigheid.

 

Guido van der Werf
dat de temperatuur vrij vlak is de laatste jaren daar zijn we het snel over eens. En dat extrapoleren van deze trend zinloos is daar zijn we het ook over eens. Maar ik ben het niet met je “het kan vriezen of dooien” eens. Misschien wel voor de komende jaren maar op een gegeven moment zal de trend door opwarming weer boven de ruis uit moeten komen.

 

Jan van Rongen
Statistisch foute conclusie; door Frans gemotiveerd met een zeer bekende logische fout, namelijk omkering van de (betekenis van de) nul-hypothese.

(2) Over de hoge oktobertemperaturen is mij cherry picking verweten omdat ik het over 23 graden had. Dat was toevallig de temperatuur van 18 oktober j.l. Keulemans zet daar zijn eigen cherry picking tegenover door een grafiek met 20 graden te tekenen. Tijd voor het volledige plaatje:

Volgens mij hebben Keulemans en ik allebei gelijk: warme dagen (meer dan 20 of 21 graden) zijn in de tweede helft van de periode flink toegenomen, maar vanaf 22 graden convergeren de lijnen. Vanaf 23 graden vallen ze vrijwel samen. Ik noem 23 graden in oktober ‘extreem’. Men kan van mening verschillen of een temperatuur die op 1,5% van de oktoberdagen voorkwam zo genoemd mag worden. Het is in ieder geval extremer dan de 3-6% van de oktoberdagen die warmer waren dan 20 graden.

Arjan van Beelen
Ik zie verschillen, maar ik zie niet of ze significant zijn. De eerste waarden bijv. >20 graden in ieder geval wel, dus je kan concluderen dat dat vaker voorkomt. Ik denk niet dat je kan aantonen dat records >23 C in Oktober vaker voorkomen in de 2e periode dan in de 1e periode.

 

Guido van der Werf
Ik heb in het vorige draadje diverse keren kwantitatief laten zien dat in het algemeen het aantal warme dagen is toegenomen, dus ik vind het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd vooral representatief voor het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd. En tja, wat extreem is daar kan je over twisten dus daar heeft iedereen gelijk.

 

Jan van Rongen
Anekdotisch “bewijs” dat kan worden omgevormd tot serieuzere testen waaruit de hoogte en (mate van) significantie van de opwarming voor en na 1957 kan worden afgeleid.

(3) We blijken het er over eens te zijn, dat voor 1950 ook veel tropische dagen zijn voorgekomen, verhoudingsgewijs niet veel minder dan na 1950. Dat kan misschien aan vliegtuigsporen worden toegeschreven: straalvliegtuigen waren er in de jaren 30 en 40 nog niet. Die sporen zouden op hete dagen de zonnestralen getemperd kunnen hebben. Maar misschien hebben ook hier de stromingspatronen invloed. Vliegtuigsporen kunnen niet het enorme gebrek aan tropische dagen in de jaren 50 en 60 verklaren. Een interessant punt voor nader onderzoek!

Arjan van Beelen
Ja, je kan niet aantonen dat het aantal tropische dagen toegenomen is als je deze 2 perioden hanteert. Als je tropische dagen (of warmer) als extreme hitte definieert dan kan je dus niet zeggen dat dit nu vaker voorkomt dan vroeger. Dit is een interessant (en bekend) resultaat, en heeft waarschijnlijk te maken met 1) aerosols (inclusief vliegtuigstrepen, de aerosol concentratie piekte in de jaren 60-70, en kan dus prima het minimum in 50-60er jaren verklaren (ik denk met contributie van stromingspatroon overigens, zie studies van Van Oldenborgh). 2) thermometerhutten en locatie 3) stromingspatroon? 4)bodemvocht? (nummering kan willekeurig zijn). Overigens is de verstedelijking toegenomen, dus aan de hand daarvan verwacht je weer een toename van het (niet daarvoor gecorrigeerde) aantal tropische dagen.

 

Guido van der Werf
Mee eens, er zijn veel factoren die een rol spelen, ik neem aan dat men op het KNMI hier ook wel mee bezig is. Ik ken de literatuur op dit gebied niet.

 

Jan van Rongen
Dit is geen samenvatting van een discussie maar iets nieuws – over vliegtuigsporen. Ik vind dat onzin. Dus oneens.

(4) Over de winters zijn we het ook eens. Natuurlijk waren er voor 1970 meer strenge winters (1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1943, 1947, 1956 in de eerste helft van de periode en 1963, 1979, 1985, 1986, 1987, 1996, 1997 in de tweede helft) terwijl tevens de winters van de eerste serie strenger waren en langer duurden dan de meeste van de tweede serie. Met mijn wintergeheugen is op dit punt niets mis, maar die ene extreem zachte winter van 2014 is niet maatgevend, dat wilde ik even gezegd hebben.

Extreem hoge temperaturen in de winter zijn veel meerzeggend dan hoge zomertemperaturen: van de januaridagen boven 13 graden viel er maar 1 in de eerste helft van de periode, tegen 17 in de tweede helft. Het record is zeer recent: 14,5 op 6 januari 2014.
Ik neig naar de conclusie uit deze en andere feiten dat de opwarming in Nederland tot dusver vooral blijkt uit hogere winter- en nachttemperaturen en veel minder in extreme warmte, die het KNMI in zijn scenario’s aankondigt, en waar exotische dieren op af zouden komen. Dat komt waarschijnlijk van het broeikaseffect (minder uitstraling) en van westelijke winden. Kunnen we het hier ook over eens zijn?

Arjan van Beelen
Die ene extreem zachte winter… ik kan me helaas erg veel extreem zachte winters herinneren in de jaren 90 en 2000, dit heb ik ook laten zien aan de hand van de ranking van de gemiddelde wintertemperatuur en de koudeproductie (Hellmann, maar geldt ook voor het vorstgetal van Meteogroup). Die zachte winters zijn overigens geen garantie voor de (nabije) toekomst, zoals ik al eerder schreef.
Nee, hier ben ik het helemaal niet mee eens. De enorme (recente) opwarming in NL blijkt vooral uit hogere lente en zomertemperaturen en minder uit die in de herfst en winter. De maand december is het minste opgewarmd van alle maanden. Zie bijv. http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0226-Temperatuur-mondiaal-en-in-Nederland.html?i=9-54 .
De winter en nachttemperaturen zijn gedurende de periode 1985-2010 met ongeveer dezelfde trend gestegen als wereldwijd, terwijl die overdag in het (zonne)zomer halfjaar bijna 2x zo snel zijn gestegen. Dit heeft o.a. te maken met de brightening, zoals je ook kunt zien in ons (Van Beelen & Van Delden) artikel in Weather.

 

Guido van der Werf
Ook mee eens en ook nog eens goed nieuws tot nu toe voor ons in Nederland lijkt me (behalve voor de schaatsliefhebbers natuurlijk). Maar uiteindelijk zal bij opwarming ook het aantal warme dagen verder toenemen, ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet zo is. En ik heb wel eens gehoord dat minimumtemperaturen een belangrijkere factor is dan maximumtemperaturen voor het verspreidingsgebied van exotische dieren ☺

 

Jan van Rongen
Ook dit is helemaal geen samenvatting of conclusie maar een nieuwe mening van Frans. Geen cijfermateriaal. Dus oneens.

 

Share

Volkskrant-grafiek laat onbedoeld zien waar het heen gaat met het klimaat

Net als Trouw en NRC besteedde ook de Volkskrant afgelopen zaterdag uitgebreid aandacht aan het naderende IPCC-rapport. Het artikel bericht genuanceerd over de vele hete hangijzers in het huidige klimaatdebat.

Bij het verhaal staat onderstaande grafiek:

Het duurde enige tijd voordat ik helemaal door had wat we hier zien en ik vermoed dat niet veel Volkskrant-lezers de grafiek begrepen zullen hebben. Met de roze balk wordt aangegeven hoeveel opwarming er nog te verwachten is bij een stabiele concentratie van 400 ppm, het huidige niveau. Dat is ongeveer nog 1,2 graden, tenminste volgens de oorspronkelijke auteurs. De grafiek is afkomstig van een paper van de Zwitser Reto Knutti, een prominente IPCC-auteur, die in 2008 een review article publiceerde over klimaatgevoeligheid.

Rob de Vos van klimaatgek,nl wist met een klein rood stipje echter veel meer duiding te geven aan deze ingewikkelde grafiek:

Merk op dat in deze versie 450 ppm als referentie wordt genomen en niet het huidige niveau van 400 ppm, maar dat maakt voor Robs boodschap niets uit. Het rode stipje geeft aan hoeveel opwarming we gehad hebben (0,7-0,8) sinds de start van de industriële revolutie toen het niveau 280 ppm bedroeg. Te zien is dat het rode stipje ongeveer op de curve valt die hoort bij een klimaatgevoeligheid van 1,5 graden Celsius. Recente schattingen voor klimaatgevoeligheid gebaseerd op deze periode (1860-2012) komen ook uit op 1,5 tot 2 graden Celsius.

In het artikel zelf geven de auteurs van de Volkskrant zelf ook al aan dat klimaatgevoeligheid een onderwerp zal zijn “waarop alle ogen gericht zijn”. In hun stuk houden ze nog vast aan de traditionele 3 graden als meest waarschijnlijke einduitkomst. Hun grafiek bevatte echter ‘onbedoeld’ de clou welke kant het werkelijk op gaat met het klimaat.

 

 

 

Share

Dutch scientists: let’s abolish the IPCC climate reports

Today there is an interesting article in de Volkskrant, a leftwing quality newspaper in The Netherlands. It refers to the advice of the Dutch government to the IPCC that I reported about earlier this summer. One of my readers translated the article. Here it is:

Dutch scientists: let’s abolish the IPCC climate reports
As far as Dutch climate scientists are concerned, the fifth IPCC report will be the last one in its current format. They conclude that the report, which from next week onwards will be published in several phases, contains little news yet costs lots of time, money and energy, which experts would rather spend on research.
258 scientists from dozens of countries contributed to the new IPCC report, over two thousand pages thick and the result of years of negotiation and reviewing. “And actually it contains not much that was not already present in the previous report”, says paleoclimatologist Appy Sluijs (Utrecht University). “Thus, if that is the case, how useful is such an extensive report anymore? I would rather like to see that we would focus on a limited number of specific questions”.
The Dutch IPCC delegacy recently wrote in an advice that “the speed with which the world changes is accelerating, and IPCC has to adapt to these changes if it is to remain relevant in the future.”

Digital and interactive
The Dutch delegacy is in favor of the reports becoming digital and interactive, for the climate panel to delve into actual questions in society and for the appointment of a ‘policy neutral’ manager as head of the IPCC, rather than a politically chosen one, as is currently the case.
At the Royal Netherlands Meteorological Society (KNMI), climate modeler Prof. Wilco Hazeleger, involved in the reports as expert reviewer, signals that the summary for policy makers is more of a ‘legal’ document than of a scientific one. Amongst others, when considering the rate of warming, IPCC uses concepts such as ‘likely’, ‘very likely’ and ‘extremely likely’. “These give you the impression that we’re dealing with a probability distribution. However, different types of studies are used to get to such judgments. You cannot simply compare or combine them. ”
The IPCC was established in 1988 by the United Nations. In 2007 the panel received the Nobel Peace Prize. Especially after its fourth report IPCC was attacked for being too politically colored and for focusing too much trying to frame climate as a problem. On top of that, it turned out that the report contained several incorrect statements.

Share

Artikel “Weerkundigen: ‘Opwarming van aarde al in 1996 gestopt'” terecht gewist

Er is plots veel aandacht voor het feit dat de temperatuur op aarde zich al zo’n vijftien jaar op een plateau bevindt. De Telegraaf nam gisteren een artikel daarover van de Daily Mail over en plaatste vandaag een bericht erover zelfs op de voorpagina, met onder andere reacties van Hajo Smit en mijzelf.

Andere media volgden waaronder AD, de Volkskrant en BNR Duurzaam. Deze artikelen zijn echter ijlings van het web gehaald en leiden nu naar een pagina met de mededeling error, zie hier, hier en hier. Wat was er zo verkeerd aan deze artikelen dat ze moesten worden teruggetrokken? Was de boodschap onwelgevallig en moest die daarom gecensureerd worden of was het artikel gewoon slecht?

Gelukkig zijn artikelen dankzij het ijverige copy/paste gedrag van websites en blogs altijd nog wel ergens te achterhalen. Zo ook deze keer. Het lijkt erop dat de bron van het stuk in de bovengenoemde media een publicatie is van de Belgische krant De Morgen, waar het stuk overigens ook is verdwenen. De titel van het stuk luidde: Weerkundigen: ‘Opwarming van aarde al in 1996 gestopt’.

Ik vond het integrale artikel terug op http://the-embassadorion.blogspot.nl/2012/10/weerkundigen-opwarming-van-aarde-is-in.html en geef het hieronder ook integraal weer: Lees verder…

Share

Nieuwsoverzicht De Staat van het Klimaat, deel 1

Het waren twee hectische weken, een heel contrast met de periode dat je aan een boek werkt. Er is veel media-aandacht geweest voor het boek en het einde hiervan lijkt nog niet in zicht. Morgenavond ben ik bijvoorbeeld een uur lang te gast bij het Ikon radioprogramma OBA Live.

Voor nieuwkomers die snel een overzicht willen krijgen van wat er allemaal is geschreven en gezegd geef ik hieronder een opsomming van de aandacht in kranten, op radio en tv en op internet. Ik doe dat per medium zoveel mogelijk in chronologische vorm. Lees verder…

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list