The Bengtsson Affair and the Global Warming Policy Foundation

Guest post by David Henderson, GWPF

Prologue: a resignation under duress

On 24 April 2014 I sent an email to an eminent meteorologist, Professor Lennart Bengtsson,[1] inviting him to become a member of the Academic Advisory Council of the Global Warming Policy Foundation (GWPF), and three days later I was happy to receive a letter of acceptance; I duly added Bengtsson’s name to our list of Council members, and his acceptance was announced on the GWPF website.

On 1 May the Dutch journalist Marcel Crok published on his blog an interview with Bengtsson. He began by posing the question:Why did you join the GWPF Academic Council? Bengtsson’s response was as follows:

I know some of the scientists in GWPF and they have made fine contributions to science. I also respect individuals that speak their mind as they consider scientific truth (to that extent we can determine it) more important than to be politically correct. I believe it is important to express different views in an area that is potentially so important and complex and still insufficiently known as climate change.

Crok’s final question was:

Are you satisfied with the role that the GWPF has played so far? What could or should they do differently in order to play a more successful and/or constructive role in the discussions about climate and energy?

To which Bengtsson responded:

My impression is that this is a very respectable and honest organisation but I will be happy to reply to your question more in depth when I have got experience of it.

Much to the regret of me and my GWPF colleagues, Bengtsson decided, only two weeks later, to withdraw his acceptance of my invitation. In the letter of resignation that he sent to me, he referred to ‘enormous world-wide pressure put at me from a community that I have been close to all my active life’; and in a letter to colleagues, announcing his decision, he likewise alluded to ‘massive objections from colleagues around the world’.

Though only a few of these ‘massive objections’ have come my way, they presumably have a common theme. The critics typically hold that the GWPF is not a reputable organisation; that the favourable impressions of it which Bengtsson had formed, as voiced in his interview with Crok, were badly mistaken; and that for any professional person to accept to have links with it would be evidence, at best of serious misjudgement, and at worst of a lack of integrity. Hence the Bengtsson affair, and the resulting publicity, have focused attention on the role and work of the Foundation.

As one who has been closely associated with the GWPF from the outset, as chairman of the Council that Bengtsson was invited to join, I offer here a brief personal perspective on the issues thus raised, chiefly with a view to providing information. In doing so, I point to what I see as misconceptions by various commentators, both friendly and hostile. I focus first and chiefly on the work of the Council, but afterwards touch on the work and role of the Foundation as a whole. Lees verder…

Share

Bengtsson: “Ik voel me bijna een vrijheidsstrijder”

Lennart Bengtsson blijft de gemoederen bezig houden. Ik stuurde hem na zijn besluit uit de GWPF te stappen een lijst met tien vragen. Lastige vragen vermoedelijk want ik vind dat hij met meer details naar buiten zou moeten treden over de e-mails die hij ontving. Hoe dan ook, geen antwoord meer van Bengtsson, die eerder steeds heel snel antwoordde op e-mails. Op twitter gisteren werd gesuggereerd dat hij tijd nodig heeft. Ik vraag me af of dat de reden is van het niet reageren want dit weekend verscheen wel een uitgebreide reactie van zijn hand op een Zweedse website. Hans Labohm woonde een tijdlang in Stockholm en spreekt goed Zweeds en heeft het artikel vertaald. Dank Hans.

Paul Matthews heeft ook een helder overzicht gemaakt van de gebeurtenissen. De reactie van Judith Curry mag je zeker niet missen. Die wijst terecht op de hypocrisie in de klimaatgemeenschap. Van Greenpeace en WWF-medewerkers wordt het geaccepteerd dat ze lead author worden bij het IPCC, maar als een door de wol geverfde wetenschapper een onbetaalde adviesrol gaat vervullen bij de GWPF dan is de wereld te klein.

Hier het integrale stuk van Bengtsson:

Enige overpeinzingen over het klimaat en onze mogelijke toekomst

Op het blog van ‘Stockholms Initiativet’ schreef Lennart Bengtsson een ‘posting’ getiteld: ‘Några tankar om klimatet och vår möjliga framtid’. De vertaling daarvan volgt hier.

 Zo, en geloof je nu in opwarming?

Zoals de meeste vaste bezoekers van dit blog zullen weten – maar nauwelijks degenen die zijn aangewezen op de reguliere Zweedse media – is er rond mij onlangs grote commotie ontstaan. Ik zal hier geen overzicht geven van de media–aandacht die dat heeft gekregen, maar in plaats daarvan proberen om mijn gedachten en handelingen in een breder perspectief te beschrijven.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik enorme steun van collega’s, academici en het grote publiek in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Duitsland heb gekregen. Ik voel me bijna een vrijheidsstrijder. Ik heb echter geen overdreven illusies want ik ken de macht van het establishment. Het is in ieder geval verheugend om kennis te maken met de liberale en open traditie van de Engels media. De Zweedse media lijken nog te verkeren in de tweede helft van de 19e eeuw, een situatie die we die kennen uit Strindberg’s ‘Röda rummet’ (De rode kamer). Lees verder…

Share

Tol: alarmistisch IPCC is een partij in het debat geworden

Onderstaand opiniestuk van Richard Tol stond afgelopen weekend in NRC.

De vier ruiters van de apocalyps zijn weer gezien. Hongersnood, pestilentie, oorlog, dood. Alles is te vinden in de krantenkoppen over het Vijfde Assessment Rapport (AR5) van Werkgroep II van het Intergouvernmentele Forum voor Klimaatverandering (IPCC).

Het rapport zelf is natuurlijk minder dramatisch. Maar er wordt hier en daar wel wat overdreven, met name in de Samenvatting voor Beleidmakers. Het rapport zegt dat er minder voedsel verbouwt kan worden – maar vergeet technologische vooruitgang in de landbouw: verbeterde gewassen, slimmere bemesting en irrigatie, enzovoort. De landbouwopbrengst zal niet afnemen vanwege klimaatverandering; de toename in de opbrengst zal langzamer gaan.

Gezondheid is een ander voorbeeld. Ongebruikelijk veel mensen sterven als de winter ongewoon koud is of de zomer extra heet. Het effect is groter in de winter, maar het IPCC benadrukt de zomer. Lees verder…

Share

Tol: klimaatverandering is niet eens het grootste milieuprobleem

Richard Tol was veel in het nieuws rond de publicatie van het WGII-rapport van AR5. Dat kwam vooral doordat een Britse journalist had opgepikt dat Tol zich afgelopen september al terugtrok uit het team dat de Summary for Policy Makers schreef. Tol vond de samenvatting te alarmistisch. Afgelopen week publiceerde hij meerdere opiniestukken waarvan er ook twee in Nederlandse kranten verschenen. Met zijn toestemming is hier het stuk dat vorige week in het FD verscheen.

De mens is taai en flexibel. Er wonen mensen op de evenaar en in de poolcirkel, in de woestijn en het regenwoud. We hebben de IJstijden overleeft met primitieve technologie. Klimaatverandering bedreigt het voortbestaan van de mens niet.

Klimaatverandering heeft natuurlijk wel gevolgen. Natuur en landbouw zullen veranderen. Tropische ziekten zullen zich verder verbreiden. De zee zal stijgen. Dat klinkt erg, maar perspectief helpt.

Het Vijfde Assessment Rapport (AR5) van Werkgroep II van het Intergouvernementele Forum voor Klimaatverandering (IPCC) schat dat een verdere opwarming van 2°C een welvaartsverlies betekent dat gelijk is aan een inkomensverlies van 0.2 tot 2.0%. Zo’n opwarming kunnen we in de tweede helft van deze eeuw verwachten. In andere woorden, 50 jaar klimaatverandering is misschien net zo erg als een jaar zonder economische groei. De gemiddelde Griek heeft meer dan een vijfde van haar inkomen verloren aan de Eurocrisis. Lees verder…

Share

Science in transition

Vier Nederlandse onderzoekers (Huub Dijstelbloem, Frank Miedema, Frank Huisman, Wijnand Mijnhardt) hebben met de website Science in Transition hun nek uitgestoken. Ze “klappen uit de school” en stellen onomwonden dat de wetenschap niet goed functioneert. Ik juich hun initiatief toe en vind het ook lovenswaardig dat de KNAW morgen en overmorgen hun deuren open zet voor een congres over dit onderwerp.

De vier hebben een position paper geschreven van maar liefst 40 bladzijden getiteld Waarom de wetenschap niet werkt zoals het moet, en wat daaraan te doen is. Hierin doen ze een oprechte poging om de tekortkomingen van het moderne wetenschapsbedrijf bloot te leggen. Ze sparen zichzelf daarbij niet:

En hoe staat het met de wetenschapsbeoefening zelf? Is de wetenschap de afgelopen jaren niet in steeds onrustiger vaarwater gekomen door kwesties als climategate, de mislukte vaccinatiecampagne tegen HPV, aswolken boven IJsland, vermeende belangenverstrengeling in de advisering over de aanschaf van vaccins tegen de Mexicaanse griep (Nieuwe Influenza A) en natuurlijk de spraakmakende fraudegevallen van de laatste tijd. Besteden we aan de problemen wel genoeg aandacht? Bepaalde aspecten (fraude, plagiaat) zijn evident fout – daarover is iedereen het eens. Daar zijn ook goede rapporten over geschreven. Maar daarnaast zijn er nog vele kwesties die niet direct “wit” of “zwart” zijn te noemen maar “grijs”: het gaat niet direct fout maar er wringt iets. Wanneer we bereid zijn goed te kijken, domineren deze grijstinten echter wel.

Met deze visie ben ik het helemaal eens. Fraudegevallen krijgen logischerwijs veel aandacht maar vormen het topje van de ijsberg. Dat leidt af van de onderliggende veel belangrijkere problematiek, namelijk dat de wetenschap door allerlei redenen aan betrouwbaarheid in boet. Daar ligt vanuit het klimaatdebat mijn grootste zorg: dat ondanks (of juist dankzij!) miljarden aan onderzoeksgelden de wetenschap niet in staat is een eerlijk beeld te schetsen van de staat van het klimaat. Wel opvallend dat “climategate” als eerste genoemd wordt, hoewel geen van de betrokkenen dicht op het klimaatdebat staat.

De zo vaak geroemde “zelfreinigende werking” van de wetenschap wordt niet expliciet genoemd hoewel er in andere bewoordingen wel naar gehint wordt. Dat is mijn tweede grote zorg: die zelfreinigende werking is er uiteindelijk wel, maar op tijdschalen die onverantwoord lang zijn. Dikwijls moet de heersende elite eerst met pensioen of zelfs overlijden voordat er een nieuwe wind mogelijk is. In het klimaatdebat kan het hier ook wel eens op uitdraaien. Het enige wat het proces kan versnellen is dat de stagnatie van de opwarming de komende tien tot twintig jaar verder door zet.

De position paper stipt heel veel verschillende onderwerpen aan, die alle betrekking hebben op het functioneren van de (Nederlandse) universitaire wereld (zowel onderzoek als onderwijs) en op het eind hinten de auteurs dat ze dat aspect wellicht nog wel belangrijker vinden:

De perverse financieringsprikkels die de overheid ter verhoging van de efficiency van de universiteit heeft ingesteld hebben inderdaad de schadelijke effecten teweeggebracht waarvoor bij de introductie ervan al werd gewaarschuwd. We staan op een driesprong: de rijksbijdrage moet omhoog, het collegegeld moet fors stijgen of er dient bij gelijkblijvende overheidsinspanning een numerus fixus te worden ingesteld. Afwachten kan niet meer.

De initiatiefnemers krijgen terecht veel aandacht in de media. NRC kopte zaterdag in haar wetenschapskatern:

Wetenschap in crisis
Het systeem van wetenschap is dolgedraaid. Het roer moet om, vinden de rebellen van het gezelschap Science in Transition

Maar de vier realiseren zich ook dat we pas aan het begin staan. Wat dat betreft maken ze het tweede deel van hun titel (en wat daaraan te doen is) niet waar. Zoals ze zelf schrijven:

Ook nu staan we weer aan de vooravond van een grote verandering. In het voorgaande hebben we geprobeerd de problemen in kaart te brengen die om een oplossing vragen. Daarmee hebben we nog geen blauwdruk geleverd voor een nieuwe en meer duurzame universiteit. Wel hopen we meer dan voldoende materiaal te hebben aangedragen om een vruchtbare discussie over de toekomst te beginnen.

Ik ga morgen naar het congres en zal me melden als er iets interessants te zeggen valt.

Share

Pielke/Bazilian: Energie voor iedereen botst met klimaatdoelstellingen

Ik volgde gisteren delen van het Algemeen Overleg Klimaat in de Tweede Kamer. Het debat was levendig, alle partijen roerden zich. Geregeld nam Staatssecretaris Mansveld de volgende doelstelling in de mond: 80 tot 95% reductie van CO2 in 2050.

Deze doelstelling wordt bijna achteloos gedropt en alle aanwezigen lijken ‘m heel gewoon te vinden. Niemand lijkt zich er iets van aan te trekken dat 80 tot 95% CO2-reductie in 2050 volstrekt onhaalbaar is. Praktisch onhaalbaar, bedoel ik dan.

Roger Pielke jr. heeft in zijn uitstekende boek The Climate Fix voorgerekend wat dit soort doelstellingen in de praktijk inhouden: het openen van één nieuwe kerncentrale iedere dag tussen nu en 2050. En dan hanteert hij gematigde aannamen voor de groei van de mondiale energiebehoefte. Lees verder…

Share

Matt Ridley: opwarming van de aarde is goed voor de wereld

Matt Ridley heeft een interessant stuk geschreven voor de Spectator getiteld Why climate change is good for the world. Het leunt sterk op het werk van Richard Tol en sluit daarom prima aan bij het vorige blogbericht van Tol zelf.

Zoals de titel al zegt geeft Ridley een opsomming van positieve effecten van de toename aan CO2 en opwarming van het klimaat:

The chief benefits of global warming include: fewer winter deaths; lower energy costs; better agricultural yields; probably fewer droughts; maybe richer biodiversity. It is a little-known fact that winter deaths exceed summer deaths — not just in countries like Britain but also those with very warm summers, including Greece. Both Britain and Greece see mortality rates rise by 18 per cent each winter. Especially cold winters cause a rise in heart failures far greater than the rise in deaths during heatwaves.

Over de effecten van CO2 schrijft hij:

The greatest benefit from climate change comes not from temperature change but from carbon dioxide itself. It is not pollution, but the raw material from which plants make carbohydrates and thence proteins and fats. As it is an extremely rare trace gas in the air — less than 0.04 per cent of the air on average — plants struggle to absorb enough of it. On a windless, sunny day, a field of corn can suck half the carbon dioxide out of the air. Commercial greenhouse operators therefore pump carbon dioxide into their greenhouses to raise plant growth rates.

The increase in average carbon dioxide levels over the past century, from 0.03 per cent to 0.04 per cent of the air, has had a measurable impact on plant growth rates. It is responsible for a startling change in the amount of greenery on the planet. As Dr Ranga Myneni of Boston University has documented, using three decades of satellite data, 31 per cent of the global vegetated area of the planet has become greener and just 3 per cent has become less green. This translates into a 14 per cent increase in productivity of ecosystems and has been observed in all vegetation types.

Dr Randall Donohue and colleagues of the CSIRO Land and Water department in Australia also analysed satellite data and found greening to be clearly attributable in part to the carbon dioxide fertilisation effect. Greening is especially pronounced in dry areas like the Sahel region of Africa, where satellites show a big increase in green vegetation since the 1970s.

Het is goed dat Ridley dit onderwerp aansnijdt. De positieve effecten van CO2 en opwarming zijn te lang vrijwel onbespreekbaar geweest en blijven zoals Ridley aangeeft onderbelicht in IPCC-rapporten. Met de lagere schattingen voor klimaatgevoeligheid op basis van waarnemingen is deze discussie alleen maar actueler aan het worden.

Share

Tol in FD: Onzekerheid vereist juist strenger klimaatbeleid

Richard Tol, de kersverse nummer 94 in de Trouw Duurzame 100, heeft een zeer interessant opiniestuk in het FD. Het geeft mijns inziens uitstekend weer waar we momenteel staan in het klimaatdebat en met betrekking tot klimaatbeleid. Hij schetst veel eerlijker dan het IPCC in AR5 dat de klimaatwetenschap geen idee heeft wat de stagnatie precies veroorzaakt en dat er tal van hypotheses zijn.

Hij komt dan met een stelling waarop ik nog even moet kauwen:

Klimaatbeleid is een klassiek beslissingsprobleem met asymmetrische onzekerheid. Als het meevalt, valt het een beetje mee. Als het tegenvalt, valt het zwaar tegen. Grotere onzekerheid legt meer gewicht op de risico’s. Beleid moet versterkt worden.

Voor mij staat nog niet vast of de uitstoot van CO2 een ‘probleem’ is. Als het meevalt kan het ook gewoon meevallen: meer CO2 is goed voor planten en bomen, de aarde wordt groener, en gematigde opwarming is gunstig voor mens, dier en economie. Tol sluit zijn ogen hier ook niet voor weet ik uit mijn gesprekken met hem. Zijn FUND model laat ook zien dat de klimaatverandering tot nu toe positief is geweest voor de mondiale economie (met mogelijk regionale uitzonderingen), vooral vanwege het fertilisatie-effect van CO2.

Dat het tegen kan vallen wordt steeds onwaarschijnlijker. Schattingen voor klimaatgevoeligheid gebaseerd op observaties komen uit op 1,5 tot 2 graden. Deze schattingen gaan ervan uit dat vrijwel 100% van de opwarming tot nu toe (0,8 graden of iets minder) door de mens is veroorzaakt. Blijkt de zon toch een groter deel voor haar rekening te hebben genomen, dan zal de klimaatgevoeligheid verder dalen. Een andere ‘joker’ in het klimaatverhaal is ook nog altijd de rol van aerosolen. AR5 heeft die rol nu kleiner gemaakt wat ertoe leidt dat onze schattingen voor klimaatgevoeligheid dalen. Het is echter niet ondenkbaar dat de invloed van aerosolen de komende jaren nog verder gaat dalen met als gevolg een verdere daling van de klimaatgevoeligheid. Er zijn onderzoekers die denken dat het indirecte aerosol effect (het effect dat aerosolen hebben op de wolken) vrijwel nul is. AR5 geeft hier nu nog -0,45 W/m2 afkoeling als beste schatting voor. Het omgekeerde – een sterk stijgende inschatting voor aerosolen – ligt vanwege die geopperde aanpassingen voor het effect van aerosolen – op dit moment veel minder voor de hand.

Volgens Tol legt grotere onzekerheid meer gewicht op de risico’s. Toch is het wat vreemd om een meevallende stagnatie van 15+ jaar te interpreteren als “grotere onzekerheid” om vervolgens te concluderen dat het daardoor zwaar kan tegenvallen. Mogelijk doelt Tol met zijn “asymmetrische onzekerheid” op de niet symmetrische vorm van de pdf’s voor klimaatgevoeligheid. Nic Lewis heeft echter de laatste jaren laten zien dat deze “fat tails” meestal het gevolg zijn van onzekere data (bv bij paleoschattingen op basis van proxy’s) en slecht gebruik van Bayesiaanse statistiek. Lewis’ pdf voor klimaatgevoeligheid op basis van ons waargenomen klimaat over de afgelopen 150 jaar is veel beter afgebakend. Lewis zou dan ook zeggen dat de onzekerheden kleiner zijn geworden en de kans dat het tegenvalt ook (wat overigens los staat van de stagnatie).

Hoe dan ook, zijn stuk is hoe dan ook verplichte kost en leidt hopelijk tot constructieve discussie onder al de 99 andere genomineerden van de Duurzame top 100.

Hieronder het integrale artikel van Tol in FD: Lees verder…

Share

AR5 gives no best estimate for climate sensitivity; breaks with a long tradition; good news is hidden from policy makers

One of the most surprising things in the just released SPM is the absence of a best estimate for climate sensitivity. The SPM now says this:

The equilibrium climate sensitivity quantifies the response of the climate system to constant radiative forcing on multi-century time scales. It is defined as the change in global mean surface temperature at equilibrium that is caused by a doubling of the atmospheric CO2 concentration. Equilibrium climate sensitivity is likely in the range 1.5°C to 4.5°C (high confidence), extremely unlikely less than 1°C (high confidence), and very unlikely greater than 6°C (medium confidence)16. The lower temperature limit of the assessed likely range is thus less than the 2°C in the AR4, but the upper limit is the same. This assessment reflects improved understanding, the extended temperature record in the atmosphere and ocean, and new estimates of radiative forcing. {TFE6.1, Figure 1; Box 12.2}

16 No best estimate for equilibrium climate sensitivity can now be given because of a lack of agreement on values across assessed lines of evidence and studies.

So from a footnote we have to learn that no best estimate “can now be given because of a lack of agreement on values across assessed lines of evidence and studies”. How strange this is. Climate sensitivity is one of the most important parameters. It determines largely how much warming we can expect. If there is lack of agreement between different methods/studies, we want to know all about it. However, apart from this footnote, the SPM is silent about it. Hopefully the full report, which will be released on Monday, will give all the details.

Tradition
Ever since the Charney report in 1979, national and international reports about climate have given a best estimate for climate sensitivity. So to speak in IPCC terminology, it is unprecedented not to give one.

In most reports of the past several decades the best estimate was 3°C with a range of 1.5 to 4.5°C. Only in the first two IPCC reports the best estimate was 2.5°C. But a best estimate was always given. What made it so much more difficult this time that IPCC felt it was impossible to give one?

Good news
Here is my best guess. It is true that more methods are now available to estimate climate sensitivity. Traditionally the models (GCMs) had most weight in the value of climate sensitivity. However since early this century it has become possible to estimate climate sensitivity from observations as well. The method is very simple: one only needs the total amount of forcing increase, ocean heat energy increase and temperature increase between two periods. Several papers/letters have done this in the last year (Aldrin et al, Ring et al, Lewis, Otto et al) and they all conclude that climate sensitivity is somewhere between 1.5°C and 2°C.

This is really good news! Our climate definitely seems to be less sensitive than we thought for a long time. The range for climate sensitivity based on these observations is also much more constrained, somewhere between 1.2°C and 2.6°C. Note that the lower bound of this range falls outside the likely range that the SPM now gives of 1.5°C to 4.5°C.

The main reason that climate sensitivity has come down so dramatically is not the slowdown. It’s the fact that estimates for aerosol cooling have come down considerably since AR4 and as a result the total increase in anthropogenic forcing has increased considerably in only a few years. This was mentioned in the SPM:

The total anthropogenic RF for 2011 relative to 1750 is 2.29 [1.13 to 3.33] W m−2 (see Figure SPM.5), and it has increased more rapidly since 1970 than during prior decades. The total anthropogenic RF best estimate for 2011 is 43% higher than that reported in AR4 for the year 2005. This is caused by a combination of continued growth in most greenhouse gas concentrations and improved estimates of RF by aerosols indicating a weaker net cooling effect (negative RF). {8.5}

Now with considerably more forcing and no temperature increase, climate sensitivity has to come down! There is no other possibility. It is the only logical consequence. Unless…much more heat went into the ocean. Now the recent observationally based estimates for climate sensitivity take this into account. The increase of heat in the ocean is just by far not enough to compensate for the huge increase in the forcing.

Now why didn’t IPCC bring us this good news?
IPCC reports rely for a large part on the climate models. All the claims about the future are fully or partly based on the GCMs. These models are also used to determine climate sensitivity. Now here comes the problem. The climate sensitivity of the CMIP5 models (used for AR5) is on average 3°C. Real world observations however indicate climate sensitivity is much lower, between 1.5°C and 2°C. Admitting that these observationally based estimates are more reliable, would be like admitting that the models are less reliable. This would then question all the projections that are mentioned in AR5.

That models are (probably) too sensitive for greenhouse gases is becoming clear already when we are looking at the recent past. Not at the slowdown of 15 years, no a full climatic period of 34 years. This was very well explained in Steve McIntyre’s latest blog article two minutes to midnight where he showed that over the period 1979-2013 models on average warm up 50% faster than the real climate.

The IPCC had an impossible task this week. Their models were already ‘disproven’ by the real climate before the report came out. They have been unable to explain why models warmed up 50% more than the observations show. And they couldn’t be fully transparant about this because then the report would be regarded as outdated at the moment of publication, including al their projections.

So they did the smartest thing they could do given the circumstances, avoid this very difficult issue by not giving a best estimate for climate sensitivity.

At the end of the press conference when co-chair Thomas Stocker was asked why they mentioned the 15 year slowdown at all if they think it was unimportant, he answered that IPCC wants to deal with difficult questions. However they avoided a much more crucial and difficult issue, climate sensitivity, and by doing this they left the policy makers in the dark.

 

Share

Met Office fails to acknowledge their model is overly sensitive

Met Office responded to David Rose’s latest contribution to the debate. In Rose’s article there is a box about Nic Lewis’ rather technical critique of the Met Office report on the pause, about which I blogged the other day. In their reply the Met Office notes that it “will require time to provide as helpful a response [to Nic lewis] as possible, so further comment will be released in due course. But right after that they claim:

The article states that the Met Office’s ‘flagship’ model (referring to our Earth System Model known as HadGEM2-ES) is too sensitive to greenhouse gases and therefore overestimates the possible temperature changes we may see by 2100.

There is no scientific evidence to support this claim. It is indeed the case that HadGEM2-ES is among the most sensitive models used by the IPCC (something the Met Office itself has discussed in a science paper published early this year), but it lies within the accepted range of climate sensitivity highlighted by the IPCC.

Equally when HadGEM2-ES is evaluated against many aspects of the observed climate, including those that are critical for determining the climate sensitivity, it has proved to be amongst the most skilful models in the world.

The information that the HadGEM2 model is too sensitive came from Nic lewis’ article. The red bar in the figure below is the ECS of HadGEM2. It’s clearly obvious that it’s higher than the ECS of all other models and even higher than the 95% upper range of the CMIP5 models.

Nic Lewis replied to the Met Office as follows:

I would like to comment on the statements:

“The article states that the Met Office’s ‘flagship’ model (referring to our Earth System Model known as HadGEM2-ES) is too sensitive to greenhouse gases…”

and (referring to the sensitivity of HadGEM2-ES):

“it lies within the accepted range of climate sensitivity highlighted by the IPCC.”

Table 1 in Forster et al, 2013 ( Evaluating adjusted forcing and model spread for historical and future scenarios in the CMIP5 generation of climate models. J. Geophys. Res., doi:10.1002/jgrd.50174) gives the equilibrium climate sensitivity (ECS) of HadGEM2-ES as 4.59°C.

The IPCC stated in its 4th Assessment Report (WG1: Box 10.2): “we conclude that the global mean equilibrium warming for doubling CO2, or ‘equilibrium climate sensitivity’, is likely to lie in the range 2°C to 4.5°C.” It gave no other range for ECS in that report, nor has it as yet changed that range.

I therefore fail to understand how the Met Office can claim that HadGEM2-ES lies within the accepted range of climate sensitivity highlighted by the IPCC.

Nic Lewis

The Met Office would have done itself a favour if they had done their homework first before sending out another unjustified claim.

 

 

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list