Samenvatting Biodiversiteitscrisis, Massa-uitsterven of massahysterie?

De snelste manier om wegwijs te worden in Rypke’s rapport Biodiversiteitscrisis, Massa-uitsterven of massahysterie? is de samenvatting, die hieronder integraal is weergegeven. Het rapport is te downloaden via de Stichting MW&B. Rypke heeft een blogbericht op climategate.nl staan.

 

Samenvatting

  • De term “biodiversiteit” is in korte tijd volledig ingeburgerd maar roept misverstanden op. In het algemene taalgebruik wordt hiermee het aantal voorkomende soorten bedoeld, de soortenrijkdom. Maar wetenschappers bedoelen zowel ‘soortenrijkdom’ als ‘populatietrends binnen die soorten’. Op die manier kan ook een afname van het aantal dieren binnen een soort als ‘verlies aan biodiversiteit’ gecommuniceerd worden.

Bij berichten over biodiversiteit gaat het meestal om trends in de populaties van de 76.000 planten- en diersoorten die beschreven staan in de Rode Lijst van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN). Dat zijn in totaal 4,2 procent van de bij de wetenschap bekende 1,8 miljoen soorten. Ruim 17.000 daarvan vallen in de categorie ‘bedreigd’ (0,8 procent van het totaal). Natuurbeschermers tonen daarbij niet verrassend een sterke voorkeur voor charismatische vogels en zoogdieren, een kleine 1 procent van de alle bekende soorten. Van 99 procent van de ‘bekende’ biodiversiteit bestaan vrijwel geen betrouwbare data over populaties en verspreiding.

  • De acties van Westerse natuurbeschermers voor het behoud van biodiversiteit zijn sterk gekleurd.

Mensen zijn nogal kieskeurig als het gaat om biodiversiteit. Er is een lange lijst van organismen waar we last van hebben. Op deze lijst staan ziekteverwekkers en plagen zoals muggen, teken, de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt, ratten, termieten, luizen, de leprabacterie en de malariaparasiet. Zelfs prachtige dieren als tijgers, wolven, beren en olifanten willen we liever niet in onze achtertuin.

  • Er stierven de afgelopen 500 jaar 0,05 procent van de door de wetenschap beschreven soorten uit. Van ‘massa-uitsterven’ – zoals bij het uitsterven van de dinosauriërs – is pas sprake als tenminste 75 procent van alle soorten uitsterven.

Sinds 1500 stierven 860 van de 1,8 miljoen door de wetenschap beschreven soorten uit, de meeste daarvan al voor 1900. Dat is 0,05 procent. Alleen van vogels, zoogdieren en vissen bestaan redelijk betrouwbare data over uitsterven, bijgehouden op twee lijsten, de Rode Lijst van de IUCN en de lijst van de Committee on Recently Extinct Organisms (CREO). Van vogels en zoogdieren stierf ongeveer 1 procent van de soorten uit na 1500. In dezelfde periode stierven naar schatting 60-80 soorten zoogdieren uit en 129 vogelsoorten. De snelst uitstervende soortgroep sinds 1500 is die van de slakken, waarvan er naar schatting 310 soorten uitgestorven zijn op een totaal van 6800 bekende soorten (4,6 procent).

  • Het uitsterven van soorten in de laatste 500 jaar vond niet mondiaal plaats, maar voor het overgrote deel (95 procent) op tropische eilandjes en in Australië, vooral door de introductie van exoten.

Deze afname van inheemse soorten wordt ruimschoots gecompenseerd door introductie van nieuwe soorten. Symbool voor dit door de mens (en zijn ‘gevolg’ in de vorm van ratten, varkens etc.) veroorzaakte uitsterven op geïsoleerde eilanden is de dodo geworden. Deze loopvogel leefde op Mauritius in de Indische Oceaan en stierf uit niet lang nadat Nederlandse ontdekkingsreizigers er voet aan wal hadden gezet. In Europa stierf sinds 1900 (mogelijk) slechts één zoogdiersoort uit, de Beierse woelmuis. Maar het is niet uitgesloten dat deze soort zich nog ergens ophoudt in een dal in Oostenrijk.

  • Het uitsterven van soorten door menselijk toedoen is geen modern fenomeen.

De komst van de Maori’s op Nieuw-Zeeland rond 1300 deed ongeveer 40 procent van de vogelsoorten de das om. Dat is veel meer dan de moderne mens waar ook ter wereld op zijn geweten heeft. Mede door menselijke overbejaging stierf in het late Kwartair (tussen 50.000 en 10.000 jaar geleden) 72 procent van de families aan megafauna (soorten zwaarder dan 40 kg) uit op het Noord-Amerikaanse continent, 83 procent op het Zuid-Amerikaanse continent, 35 procent in Europa en Azië, 88 procent in Australië en alleen Afrika bleef relatief gespaard met 21 procent.

  • Het Wereld Natuur Fonds claimt in het Living Planet Report 2014 ten onrechte dat de mondiale biodiversiteit sinds 1970 halveerde.

Bedoeld wordt namelijk dat de helft van de populaties vogels en zoogdieren in aantal afnam en dus niet dat soorten uitstierven. Het WNF verzwijgt in hun communicatie echter dat de andere helft van de gemeten populaties in aantal toenam of stabiel bleef. Het glas is dus halfleeg bij het WNF.

  • Beweringen dat soorten nu 10.000 maal sneller uitsterven dan ‘normaal’ zijn niet gebaseerd op metingen, maar op grove aannames en computerschattingen, waarbij men soorten laat uitsterven die misschien niet eens bestaan.

Zo schat de milieutak van de Verenigde Naties (UNEP) dat er dagelijks 150 tot 200 soorten op aarde uitsterven oftewel ruim 70.000 per jaar. Op basis van getallen van IUCN en CREO komen we zoals gezegd slechts tot 1,7 soorten per jaar. Waarbij het tempo van uitsterven voor 1900 bovendien hoger lag dan daarna. De UNEP zit met haar getallen een factor 30.000 tot 40.000 hoger.

  • De meest geciteerde studie naar de toekomstige effecten van de opwarming van de aarde op biodiversiteit geeft een zware overschatting van uitsterven. Het klimaatpanel IPCC baseert zijn claims over massa-uitsterven voornamelijk op deze studie.

De beroemdste en meest geciteerde klimaat-biodiversiteitstudie van Chris Thomas in Nature (2004) claimde dat een miljoen soorten zullen gaan uitsterven na 2050 als gevolg van de opwarming van de aarde, een kwart van de soorten op land. Ook het klimaatpanel IPCC leunde in haar vierde rapport in 2007 sterk op deze studie. De methode van Thomas is gebaseerd op foutieve rekenmethodes. Ook winkelde zijn team selectief in de data waardoor het uitsterven van soorten door opwarming flink werd opgeblazen.

  • Er stierf tot op heden geen enkele soort uit enkel en alleen door klimaatverandering.

Ook een van de meest gebruikte posterdieren van klimaatopwarming, de gouden pad, stierf niet uit door opwarming, maar door een combinatie van schimmelziekte en een droge periode. De ijsbeer nam dramatisch in aantal toe sinds begin jaren ’70 door een jachtbeperking in Arctische gebieden.

  • Alle moderne soorten overleefden al natuurlijke klimaatsprongen van zes graden en van hogere temperaturen dan het IPCC de komende eeuw verwacht.

De opwarming van bijna een graad in de afgelopen 1,5 eeuw is irrelevant voor natuurbescherming. Enige graden opwarming kan alleen tot uitsterven leiden in combinatie met andere factoren zoals habitatverlies en exoten.

 

Share

Biodiversiteitscrisis blijkt vals alarm

Collega en vriend Rypke Zeilmaker heeft het afgelopen half jaar hard gewerkt aan een rapport over de mondiale biodiversiteit op land. Opdrachtgever was de Stichting Milieu, Wetenschap & Beleid. De bescheiden financiering voor het rapport kwam tot stand via particuliere donaties. Ikzelf was nauw betrokken bij het rapport. Ik las en becommentarieerde verschillende conceptversies en deed de eindredactie (voor nog aanwezige taalfouten mag u mij dus aanspreken). Het rapport laat zien dat, in tegenstelling tot wat de meeste mensen zullen denken, er momenteel zeer weinig soorten uitsterven. De moderne mens heeft wel soorten over de kling gejaagd sinds 1500, maar dat gebeurde voor het overgrote deel op tropische eilanden (denk aan de beroemde dodo op Mauritius) en met name voor 1900. Hieronder volgt het persbericht. Het rapport van 55 pagina’s kun je hier downloaden.

 

Biodiversiteitscrisis blijkt vals alarm

Van massa-uitsterven absoluut geen sprake

DELFT, 6 februari 2015 – Het uitsterven van diersoorten in de moderne tijd vond voornamelijk plaats vóór 1900 en dan vooral op geïsoleerde tropische eilanden. Ook stierf tot nu toe geen enkele soort uit door de opwarming van de aarde. Die sobere feiten staan in schril contrast tot de doemverhalen die er over biodiversiteit de ronde doen.

Dat stelt het rapport Biodiversiteitscrisis, massa-uitsterven of massahysterie? dat natuur- en wetenschapsjournalist Rypke Zeilmaker schreef voor de Stichting Milieu, Wetenschap en Beleid. Het rapport baseert zich onder meer op de twee meest gebruikte lijsten voor plant- en diersoorten. Dat zijn de Rode Lijst van de World Conservation Union (IUCN) en de lijst van uitgestorven zoogdieren en vissen van de Committee On Recently Extinct Organisms (CREO).

Sinds 1500 stierven wereldwijd naar schatting 832 van de 1,8 miljoen door de wetenschap beschreven soorten uit, ofwel slechts 0,05 procent. Van de best gedocumenteerde soortgroepen, vogels en zoogdieren, stierf ongeveer 1 procent uit, voornamelijk door de introductie van exoten op tropische eilanden. Deze uitsterfpercentages blijven ver verwijderd van wat biologen definiëren als massa-uitsterven, waarbij maar liefst 75% van alle soorten uitsterft.

Volgens de milieutak van de Verenigde Naties, UNEP, en in haar kielzog tal van NGO’s, zou de moderne mens een massa-uitsterven veroorzaken, vergelijkbaar met de meteorietinslag in Mexico die 65 miljoen jaar geleden de dinosaurussen wegvaagde. UNEP claimt zelfs dat er dagelijks maar liefst 150 tot 200 soorten op aarde uitsterven. “Deze cijfers liggen een factor 30.000 tot 40.000 hoger dan daadwerkelijk is geteld. Ze zijn gebaseerd op grove aannames, waarbij duizenden soorten uitsterven die misschien niet eens bestaan,” zegt Zeilmaker.

Het Wereld Natuur Fonds claimt in haar Living Planet Report 2014 ten onrechte dat de mondiale biodiversiteit sinds 1970 halveerde. Bedoeld wordt namelijk dat de helft van de populaties vogels en zoogdieren in aantal afnam en dus niet dat soorten uitstierven. Het WNF verzwijgt in hun communicatie echter dat de andere helft van de gemeten populaties in aantal toenam of stabiel bleef. “Het glas is dus halfleeg bij het WNF”, aldus Zeilmaker.

Opwarming van de aarde
Het rapport stelt dat het uitsterven van soorten sinds 1500 voor het overgrote deel (95 procent) plaatsvond op tropische eilandjes en in Australië. Vooral de introductie van door de mens meegebrachte exoten (als ratten, huiskatten, varkens, slangen) veroorzaakte de extinctie op geïsoleerde eilanden, waarvan de dodo op Mauritius het bekendste voorbeeld is. Het uitsterven van soorten op die eilanden werd echter ruimschoots gecompenseerd door de introductie van nieuwe soorten.

Er stierf tot op heden geen enkele soort uit enkel en alleen door de opwarming van de aarde. Ook een van de meest gebruikte posterdieren van klimaatopwarming, de gouden pad (in Costa Rica), stierf niet uit door opwarming, maar door een combinatie van schimmelziekte en een droge periode. De ijsbeer nam spectaculair in aantal toe sinds landen rond de poolcirkel een jachtbeperking instelden in 1973.

De Stichting Milieu, Wetenschap en Beleid (MW&B) stimuleert met name kritische wetenschapsjournalistiek en objectieve wetenschapsbeoefening. Het rapportBiodiversiteitscrisis, Massa-uitsterven of massahysterie? is gefinancierd uit particuliere donaties.

Share

Bart Strengers verslaat Hans Labohm maar…

Bart Strengers van het PBL heeft een weddenschap gewonnen van Hans Labohm. Doorslag gaf het feit dat de periode 2010-2014 warmer was dan het decennium ervoor (2000-2009). Ik feliciteer Bart, onze uitstekende projectleider het afgelopen jaar van Climate Dialogue, bij deze hartelijk met zijn winst en bedank Hans voor zijn sportieve reactie, door Bart en enkele anderen (waaronder ikzelf) zelfs uit te nodigen voor een etentje op 5 februari in De Bilt. Opnieuw het bewijs dat sceptici en mainstreamers in Nederland op het persoonlijke vlak goed met elkaar overweg kunnen, ondanks dat we inhoudelijk vaak lijnrecht tegenover elkaar blijven staan. En zo hoort het ook te zijn, binnen de wetenschap mag men elkaar op het scherpst van de snede bestrijden.

Strengers plaatste naar aanleiding van de weddenschap een heel dossier op de website van het PBL waarin hij terugblikt op de weddenschap. Al die stukken zijn de moeite van het lezen meer dan waard. Ik moest echter heel hard grinniken bij de volgende opmerking en achterliggende uitleg. Eerst de opmerking, die zeer cryptisch is opgeschreven en waar de lezer eventjes op mag kauwen:

De kans dat de klimaatgevoeligheid overschat wordt is kleiner dan dat hij onderschat wordt.

Lees verder…

Share

Klimaat, Parijs, KNMI-scenario’s, mest, voeding

De afgelopen jaren heb ik met veel plezier geschreven en gepraat over het klimaatdebat. En wees gerust (of ongerust), ik zal dat ook in de toekomst blijven doen. Toch zal 2015 in het teken staan van enige verbreding van mijn aandachtsvelden. Hieronder een overzicht van mijn plannen.

Boek(je) klimaatbeleid in aanloop naar Parijs
Dit jaar staat in het teken van de belangrijke klimaatconferentie in Parijs. Alle ogen zijn – net als in 2009 in Kopenhagen – gericht op de wereldleiders om een nieuw klimaatakkoord te sluiten. Dit nieuwe klimaatverdrag, de opvolger van het Kyoto-protocol, moet er dan voor zorgen dat de opwarming van de aarde binnen de 2 graden blijft (ten opzichte van pre-industrieel). In het laatste hoofdstuk van mijn boek De staat van het klimaat heb ik al uitgelegd waarom het huidige klimaatbeleid niet echt succesvol is. Dit jaar wil ik een boek(je) schrijven over klimaatbeleid. Ik hoop het voor de klimaatconferentie af te hebben zodat het hopelijk een steentje kan bijdragen aan het publieke debat in Nederland (en wellicht Vlaanderen). Ik wil in het boek enerzijds laten zien waarom klimaatbeleid tot nu toe niet gewerkt heeft en zich veel te veel heeft blindgestaard op de rol van CO2. Anderzijds wil ik uiteenzetten wat rationeel klimaatbeleid kan zijn bij een klimaatgevoeligheid van rond de 1,5 graden Celsius. In dat opzicht borduur ik voort op het rapport dat Lewis en ik vorig jaar publiceerden. Het publiceren van dit boek(je) is mijn belangrijkste doel van het jaar.
Lees verder…

Share

IPCC bias in action

The AR5 Synthesis Report has been published with all the usual rhetorics such as that we have only so much years left to act. Readers here know that my interest with regard to AR5 has been climate sensitivity. So let’s just shortly review what happened in the field of climate sensitivity between the Synthesis Report (SYR) of AR4 (2007) and that of AR5 (2014). Let’s focus on the SPM because this is what is supposed to be the most policy relevant information.

The SYR SPM of AR4 mentions “climate sensitivity” seven times:

For GHG emissions scenarios that lead to stabilisation at levels comparable to SRES B1 and A1B by 2100 (600 and 850 ppm CO2-eq; category IV and V), assessed models project that about 65 to 70% of the estimated global equilibrium temperature increase, assuming a climate sensitivity of 3°C, would be realised at the time of stabilisation. [Figure SPM.8 on page 12]

The timing and level of mitigation to reach a given temperature stabilisation level is earlier and more stringent if climate sensitivity is high than if it is low. [page 20]

Global average temperature increase above pre-industrial at equilibrium, using ‘best estimate’ climate sensitivity [Table SPM.6 on page 20]

The best estimate of climate sensitivity is 3°C. [note d of table SPM.6 on page 20]

Equilibrium sea level rise is for the contribution from ocean thermal expansion only and does not reach equilibrium for at least many centuries. These values have been estimated using relatively simple climate models (one low-resolution AOGCM and several EMICs based on the best estimate of 3°C climate sensitivity) and do not include contributions from melting ice sheets, glaciers and ice caps. [note f of table SPM.6 on page 20]

The right-hand panel shows ranges of global average temperature change above pre-industrial, using (i) ‘best estimate’ climate sensitivity of 3°C (black line in middle of shaded area), (ii) upper bound of likely range of climate sensitivity of 4.5°C (red line at top of shaded area) (iii) lower bound of likely range of climate sensitivity of 2°C (blue line at bottom of shaded area). [Caption of figure SPM.11 on page 21]

Impacts of climate change are very likely to impose net annual costs, which will increase over time as global temperatures increase. Peer-reviewed estimates of the social cost of carbon23 in 2005 average US$12 per tonne of CO2, but the range from 100 estimates is large (-$3 to $95/tCO2). This is due in large part to differences in assumptions regarding climate sensitivity, response lags, the treatment of risk and equity, economic and non-economic impacts, the inclusion of potentially catastrophic losses and discount rates. [page 22]

Climate sensitivity is a key uncertainty for mitigation scenarios for specific temperature levels. [page 22]

Summarised: climate sensitivity and its uncertainties is highly relevant for the amount of future warming. The best estimate for climate sensitivity is 3°C, the lower bound is 2°C and the upper bound is 4.5°C.

The full AR4 Synthesis report mentions climate sensitivity 13 times. It for example said:

Progress since the TAR enables an assessment that climate sensitivity is likely to be in the range of 2 to 4.5°C with a best estimate of about 3°C, and is very unlikely to be less than 1.5°C.

 

Zero
Now straigth to the AR5 Synthesis Report SPM. It mentions this highly relevant parameter (according to AR4) … zero times! Not a word about it. The full Synthesis report does mention it four times. For example on page SYR-23 we read:

Climate system properties that determine the response to external forcing have been estimated both from climate models and from analysis of past and recent climate change. The equilibrium climate sensitivity (ECS) is likely in the range 1.5 °C–4.5 °C, extremely unlikely less than 1 °C, and very unlikely greater than 6 °C.

Now what has happened in the past seven years that climate sensitivity disappeared from the SPM of the Synthesis Report? Has it become irrelevant? Of course not. Climate sensitivity is all over the Synthesis Report because the models used to project the future climate have a climate sensitivity of about 3.5°C on average. So in all its projections IPCC assumes climate sensitivity is still >3°C. It’s there as some sort of hidden assumption.

Why not say so then? Well, exactly this assumption, that the model climate sensitivity is about 3.5°C, has been seriously challenged in the past few years in the scientific literature. The Lewis/Crok report A Sensitive Matter (published in March of this year) gave all the details about new observationally based studies that indicate the climate sensitivity is relatively low with best estimate values of between 1.5 and 2°C. Considerably lower than the 3.5°C climate sensitivity of the models.

Dilemma
Recently Lewis and Curry used all the relevant AR5 numbers and a very detailed uncertainty analysis to estimate the range and best estimate for climate sensitivity in a paper published in Climate Dynamics. Their preferred likely range is 1.25-2.45°C and the best estimate is 1.64°C. Again, these are not numbers invented by skeptics, those are the numbers of the IPCC itself. It assumes close to 100% of the warming since 1850 is due to humans, an assumption that goes much further than the iconic “it’s now extremely likely that most of the warmings since 1950 is due to humans” statement in AR5.

Now this specific paper of course came out after the IPCC deadline for the Synthesis Report. However as we document in the Lewis/Crok report, the IPCC was well aware of these recently published lower estimates of climate sensitivity. It lowered its lower boundary from 2°C back to 1.5°C (where it has been in most earlier IPCC reports).

The IPCC was saddled with a dilemma. A lot of conclusions in the report are based on the output of models and admitting that the models’ climate sensitivity is about 40% too high was apparently too…inconvenient. So IPCC decided not to mention climate sensitivity anymore in the SPM of the Synthesis Report. It decided to give the world a prognosis which it knows is overly pessimistic. One may wonder why. Did it want to hide the good news?

Share

Interview Matt Ridley bij FD Energie Pro

Het FD heeft een nieuw online product opgezet, FD Energie Pro. De site is net online gegaan en vooralsnog is de content gratis te lezen. Karel Beckman van de Energy Post heeft als interim hoofdredacteur de eerste verhalen uitgezet. Hij vroeg mij of ik er als freelancer voor wilde schrijven en het toeval wilde dat ik een dag later Matt Ridley zou opzoeken op diens landgoed ten noorden van Newcastle. Beckman wilde graag een interview met hem en zodoende staat dit interview nu als een van de eerste verhalen online. Het verhaal is nu nog gratis integraal te lezen. Hier de intro:

Viscount Matt Ridley is politicus, auteur, journalist, klimaatcriticus, bioloog, natuurliefhebber, ex-bankier, en eigenaar van een steenkolenmijn. Maar hij is bovenal: rationeel optimist. Hij gelooft dat de mensheid dankzij steeds verdere specialisatie en handel een welvarende toekomst tegemoet kan zien. Daarbij is een efficënte energievoorziening onmisbaar – en die kan volgens Ridley niet komen van bronnen als windenergie en biomassa. Journalist Marcel Crok bezocht Matt Ridley op zijn landgoed in Noord-Engeland.

 

Share

Bengtsson resigns from the GWPF

Lennart Bengtsson this morning sent an email to Benny Peiser and David Henderson of the GWPF and cc to Hans von Storch and myself amongst others in which he announces his resignation from the GWPF. Bengtsson gave Von Storch permission to post the email on Klimazwiebel so apparently the content is no longer confidential. I think it would have been much more professional if there was first an official announcement from the GWPF, but this is as it is now. So here is the email:

Dear Professor Henderson,
I have  been put under such an enormous group pressure in recent days from all over the world that  has become virtually unbearable to me. If this is going to continue I will be unable to conduct my normal work and will even start to worry about my health and safety.
I see therefore no other way out therefore  than resigning from GWPF. I had not expecting such an enormous world-wide pressure put at me from a community that I have been close to all my active life.  Colleagues are withdrawing their support, other colleagues are withdrawing from joint authorship etc. I see no limit and end to what will happen. It is a situation that reminds me about the time of McCarthy.
I would never have expecting anything similar in such an original peaceful community as meteorology. Apparently it has been transformed in recent years.
Under these situation I will be unable to contribute positively to the work of GWPF and consequently therefore I believe it is the best for me to reverse my decision to join  its Board at the earliest possible time.With my

best regards,
Lennart Bengtsson

This is a very unfortunate development. Bengtsson joined the Academic Advisory Council of the GWPF only two weeks ago. Now one wonders what the crimes of the GWPF are? What makes the GWPF so “bad” that Bengtsson is now regarded as so contaminated that co-authoring a paper with him is not acceptable anymore?

I hope Bengtsson will give much more details in the coming days to weeks about what happened exactly. What does he mean for example when he writes “Colleagues are withdrawing their support”?

This is very bad for the trustworthiness of climate science. Over and over again we as a society are told there is a consensus about CO2 and climate, that there is a large majority in the field etc. However what does that all mean if eminent scientists like Bengtsson are punished severely, only for the fact that he joined an advisory board? Why would one trust climate science if such enormous social pressure is going on?

[Updates]

GWPF statement here

Steve McIntyre responds here

Anthony Watts was about to cross post the 1990 interview I posted yesterday. He now did so together with the news about the resignation.

Support letter from David Gee.

Ben Webster in The Times with a reaction from Bengtsson.

Judith Curry’s reaction. Her first comments:

I will have much more to write about this in a few days.  For now, I will say that I deeply regret that any scientist, particularly such a distinguished scientist as Bengtsson, has had to put up with these attacks.  This past week, we have seen numerous important and enlightening statements made by Bengtsson about the state of climate science and policy, and science and society is richer for this.  We have also seen a disgraceful display of Climate McCarthyism by climate scientists, which has the potential to do as much harm to climate science as did the Climategate emails.  And we have seen the GWPF handle this situation with maturity and dignity.

 

 

Share

Lennart Bengtsson: “The whole concept behind IPCC is basically wrong”

The GWPF yesterday announced that Swedish scientist Lennart Bengtsson joins their Academic Advisory Council. Among the members of this council are many well-known “climate sceptics” like Richard Lindzen, Ross McKitrick, Henrik Svensmark, Bob Carter, Nir Shaviv etc.

Bengtsson (born 1935) was the director of of ECMWF (European Centre for Medium-Range Weather Forecasting) for 18 years and after that he was the director of the Max Planck Institute for Meteorology in Hamburg. So his background is very “mainstream”. His entry to the GWPF Council will certainly have raised a few eyebrows in the climate community that sees the GWPF as a sceptical think tank.

Bengtsson has written some very nuanced/critical opinion articles in recent years (see here and here). I decided today to ask Bengtsson about his motivation to join the GWPF Council and sent him a list of questions to which he kindly responded.

Why did you join the GWPF Academic Council?
I know some of the scientists in GWPF and they have made fine contributions to science. I also respect individuals that speak their mind as they consider scientific truth (to that extent we can determine it) more important than to be politically correct. I believe it is important to express different views in an area that is potentially so important and complex and still insufficiently known as climate change.
My interest in climate science is strictly scientific and I very much regret the politicisation that has taken place in climate research. I believe most serious scientists are sceptics and are frustrated that we are not able to properly validate climate change simulations. I have always tried to follow the philosophy of Karl Popper. I also believe that most scientists are potentially worried because of the long residence time of many greenhouse gases in the atmosphere. However, our worries must be put into a context as there are endless matters to worry about, practically all of them impossible to predict. Just move yourself backward in time exactly 100 years and try to foresee the evolution in the world for the following 100 years.

Is this your way of telling the world that you have become a “climate sceptic”? (many people might interpret it that way) If not, how would you position yourself in the global warming debate?
I have always been sort of a climate sceptic. I do not consider this in any way as negative but in fact as a natural attitude for a scientist. I have never been overly worried to express my opinion and have not really changed my opinion or attitude to science. I have always been driven by curiosity but will of course always try to see that science is useful for society. This is the reason that I have devoted so much of my carrier to improve weather prediction.

Is there according to you a “climate consensus” in the community of climate scientists and if so what is it?
I believe the whole climate consensus debate is silly. There is not a single well educated scientist that question that greenhouse gases do affect climate. However, this is not the issue but rather how much and how fast. Here there is no consensus as you can see from the IPCC report where climate sensitivity varies with a factor of three! Based on observational data climate sensitivity is clearly rather small and much smaller that the majority of models. Here I intend to stick to Karl Popper in highlighting the need for proper validation.

Mojib Latif once said at a conference of the WMO (in 2009) “we have to ask the nasty questions ourselves”. Do you think the climate community is doing that (enough)? or are others like the GWPF needed to ask these “nasty” questions? If so, what does this say about the state of Academia?
I think the climate community shall be more critical and spend more time to understand what they are doing instead of presenting endless and often superficial results and to do this with a critical mind. I do not believe that the IPCC machinery is what is best for science in the long term. We are still in a situation where our knowledge is insufficient and climate models are not good enough. What we need is more basic research freely organized and driven by leading scientists without time pressure to deliver and only deliver when they believe the result is good and solid enough. It is not for scientists to determine what society should do. In order for society to make sensible decisions in complex issues it is essential to have input from different areas and from different individuals. The whole concept behind IPCC is basically wrong.

I noticed that some climate scientists grow more sceptical about global warming after their retirement. Can you confirm this? Does it apply to yourself? Is there a lot of social pressure to follow the climate consensus among working climate scientists which can explain this?
Wisdom perhaps comes with age. I also believe you are becoming more independent and less sensitive to political or group pressure. Such pressure is too high today and many good scientists I believe are suffering. I am presently a lot on my own. As I have replied to such questions before, if I cannot stand my own opinions, life will become completely unbearable.

Are you satisfied with the role that the GWPF has played so far? What could or should they do differently in order to play a more successful and/or constructive role in the discussions about climate and energy?
My impression is that this is a very respectable and honest organisation but I will be happy to reply to your question more in depth when I have got experience of it.

From the GWPF:
Professor Lennart Bengtsson has a long and distinguished international career in meteorology and climate research. He participated actively in the development of ECMWF (European Centre for Medium-Range Weather Forecasting) where he was Head of Research 1975-1981 and Director 1982-1990. In 1991-2000 he was Director of the Max Planck Institute for Meteorology in Hamburg. Since 2000 he has been professor at the University of Reading and from 2008 the Director of the International Space Science Institute in Bern, Switzerland.

Professor Bengtsson has received many awards including the German Environmental Reward, The Descartes Price by the EU and the IMI price from the World Meteorological Organisation (WMO). He is member of many academies and societies and is honorary member of the American Meteorological Society, the Royal Meteorological Society and European Geophysical Union. His research work covers some 225 publications in the field of meteorology and climatology. In recent years he has been involved with climate and energy policy issues at the Swedish Academy of Sciences.

 

Share

Goed stuk NRC, maar voorzien van absurde framing

Karel Knip komt in NRC vandaag met een groot stuk over het rapport A Sensitive Matter. Na de negatieve recensie die Knip een paar jaar geleden schreef over mijn boek De Staat van het Klimaat, is dit stuk helemaal zo negatief nog niet. Knip neemt alle tijd om de hoofdconclusies van het rapport uit te leggen en af en toe kan er zelfs een compliment vanaf:

Het is de verdienste van Lewis en Crok deze kwestie expliciet gemaakt te hebben, want het IPCC zelf heeft er in zijn  vermaarde ‘samenvatting voor beleidsmakers’ maar een dun voetnootje aan besteed.

Helaas is het stuk voorzien van een absurde framing van mijn positie in het klimaatdebat.

Boven het stuk zelf staat:

Meer CO2 in de atmosfeer betekent een warmere aarde. Ook klimaatscepticus Marcel Crok geeft dat plotseling toe. Alleen: hoeveel warmer precies?

Op de voorpagina van het wetenschapskatern maken ze het nog bonter:

Opeens erkent scepticus Marcel Crok de klimaatopwarming

Iedereen die mijn werk ook maar een beetje kent weet dat ik tot de categorie lukewarmers behoor, zoals de meeste sceptici. Ik erken dat de aarde is opgewarmd en dat CO2 daar een rol in gespeeld zal hebben, de vraag is alleen of het effect van CO2 groot is of klein en of CO2 daarom gezien moet worden als een (groot) probleem of niet. Op die vragen neig ik ertoe dat het effect van CO2 tot nu toe (behoorlijk) is overschat en dat de opwarming van de aarde bij lange na niet de crisis is die ervan gemaakt wordt.

Knip verwijst twee keer naar mijn boek, ik zal dat hier nu ook doen. In Hoofdstuk 2 schrijf ik:

Strikt genomen hebben broeikasaanhangers gelijk dat de aarde wel moet opwarmen als de concentratie aan broeikasgassen stijgt. De cruciale vraag is alleen: hoeveel? En hoe kunnen we weten of de opwarming van de afgelopen eeuw door deze toename aan CO2 en andere broeikasgassen is veroorzaakt?

In Hoofdstuk 4 dat specifiek over attributie gaat en waar klimaatgevoeligheid ook aan bod komt begint de intro met:

Komt de recente opwarming door CO2?
De basis van de broeikastheorie is weinig omstreden. CO2 is een broeikasgas en als er meer van in de atmosfeer komt, stijgt de temperatuur op aarde. Maar hoeveel?

Dus het moge duidelijk zijn dat ik niet ontken dat er opwarming heeft plaatsgevonden en ook niet dat CO2 daarin een rol speelt.

Waarom NRC zo’n misleidende framing gebruikt om te suggereren dat ik een enorme draai heb gemaakt die ik niet heb gemaakt is me een raadsel.

 

Share

Presentatie “Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg”

Op donderdag 6 maart a.s. van 10:00 uur tot 13:00 uur presenteert de Groene Rekenkamer in Nieuwspoort (Den Haag) in samenwerking met de Britse Global Warming Policy Foundation het rapport “Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg“. De auteurs van dit rapport, wetenschapsjournalist Marcel Crok en de Britse zelfstandig onderzoeker Nic Lewis zullen een uitgebreide toelichting geven.

Goed nieuws over het klimaat, wat het IPCC u naliet te vertellen
In september 2013 verscheen het eerste en belangrijkste deel van het vijfde IPCC-rapport (AR5). De hoofdboodschap luidde dat het IPCC er nu 95% zeker van is dat tenminste de helft van de opwarming sinds 1950 door de mens veroorzaakt is. Een slimme formulering van het IPCC want deze op zichzelf weinig zeggende claim is in de media geïnterpreteerd als “we zijn er nu 95% zeker van dat er een groot klimaatprobleem is dat door CO2 wordt veroorzaakt.”

Tegelijkertijd voelt het IPCC zich minder zeker over misschien wel de belangrijkste parameter in de hele klimaatdiscussie: klimaatgevoeligheid. Dit is per definitie de opwarming als gevolg van een verdubbeling van de CO2-concentratie. Hoe gevoelig het klimaat is bepaalt hoeveel opwarming we in de toekomst zullen krijgen bij de gestaag oplopende CO2-concentratie in de atmosfeer.

Klimaatonderzoekers gaan er al dertig jaar vanuit dat de aarde bij een verdubbeling van de CO2-concentratie ongeveer drie graden zal opwarmen. Het vijfde IPCC-rapport gaf echter geen beste schatting voor klimaatgevoeligheid maar alleen een ruime marge van 1,5 tot 4,5 graden Celsius. Die marge is ook al ruim dertig jaar onveranderd.

De Nederlandse wetenschapsjournalist Marcel Crok, auteur van het boek De Staat van het Klimaat, en de Britse zelfstandig onderzoeker Nic Lewis, waren expert reviewers van het vijfde IPCC-rapport. Lewis publiceerde in de afgelopen jaren enkele wetenschappelijke artikelen over klimaatgevoeligheid. Lewis en Crok werkten in het afgelopen halfjaar aan een uitgebreide reactie op het IPCC-rapport.

Zij constateerden dat het IPCC-rapport alle ingrediënten bevat om te kunnen concluderen dat de klimaatgevoeligheid aanzienlijk lager is dan de klimaatwetenschap al decennia denkt. Het IPCC trok die conclusie echter niet.

In een rapport dat in Engeland op 6 maart a.s. verschijnt bij de Global Warming Policy Foundation en in Nederland bij De Groene Rekenkamer, concluderen Lewis en Crok dat de beste schatting voor klimaatgevoeligheid dicht tegen de ondergrens van de IPCC-range van 1,5 tot 4,5 graden Celsius ligt.

Lewis en Crok laten ook zien dat ons waarschijnlijk aanzienlijk minder opwarming te wachten staat dan het IPCC verwacht op basis van klimaatmodellen. Bij de twee middelste scenario’s van het IPCC blijft de opwarming in 2100 op of zelfs onder de internationale tweegradendoelstelling. Het rapport is dus zeer relevant voor beleidsmakers en politici.

Download
Het Nederlandse rapport is een vertaling van het rapport “A Sensitive Matter – How the IPCC Buried Evidence Showing Good News About Global Warming“, dat is uitgegeven door de Global Warming Policy Foundation. Er bestaat ook een kortere Engelse versie van het rapport getiteld “Oversensitive – How The IPCC Hid The Good News On Global Warming“. Beide rapporten zijn vanaf donderdag 6 maart a.s. gratis te downloaden op de website van de Global Warming Policy Foundation, http://www.thegwpf.org/category/gwpf-reports/ en op de website van de Groene Rekenkamer, http://www.groenerekenkamer.nl/rapporten/

De vertaling voor de Nederlandse editie is gemaakt door Marcel Crok en is eveneens vanaf 6 maart a.s. via bovenstaande link van DGRK te downloaden.

Bezoekers
Belangstellenden die interesse hebben in het bijwonen van de persconferentie met aansluitend de presentatie worden verzocht zich per email aan te melden bij kantoor@groenerekenkamer.nl

Om de hoge kosten van deze bijeenkomst enigszins te dekken vragen we van bezoekers een toegangsprijs van € 10,- per persoon. U kunt bij de ingang van de zaal contant afrekenen. Donateurs van de Groene Rekenkamer en vertegenwoordigers van de media hebben vrij toegang.

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list