Waarom Wagner geen standbeeld verdient

Wolfgang Wagner, de hoofdredacteur van de open access journal Remote Sensing is afgetreden vanwege de publicatie van de controversiële paper van Spencer en Braswell. Hij deed dat vrijdag met een uitgebreid hoofdredactioneel. De cruciale passage in dat stuk luidt:

The problem is that comparable studies published by other authors have already been refuted in open discussions and to some extend also in the literature (cf. [7]), a fact which was ignored by Spencer and Braswell in their paper and, unfortunately, not picked up by the reviewers. In other words, the problem I see with the paper by Spencer and Braswell is not that it declared a minority view (which was later unfortunately much exaggerated by the public media) but that it essentially ignored the scientific arguments of its opponents. This latter point was missed in the review process, explaining why I perceive this paper to be fundamentally flawed and therefore wrongly accepted by the journal. Lees verder…

Share

Teleurstellende reactie Klimaatportaal op Singer (1)

Singer in gesprek met KNMI'ers Komen (links) en Drijfhout (rechts) tijdens het geanimeerde diner na afloop van de bijeenkomst.

Er heerst grote euforie bij prominente Nederlandse klimaatsceptici zoals Hans Labohm over de bijeenkomst met Fred Singer bij het KNMI. En dat is begrijpelijk. Het is vrij uniek dat iemand als Singer bij een officieel aan het IPCC gelieerd klimaatinstituut kan spreken. Nederland steekt op dit punt positief af bij andere landen en zelfs bij een debatland bij uitstek, Amerika (hoewel Singer daar onlangs ook sprak bij een prominent klimaatinstituut).

Maar daags na de roes en de blijdschap over de verbeterde relaties tussen mainstream onderzoekers en sceptici is er ook de kater. Natuurlijk betekent het feit dat Singer spreekt bij het KNMI niet dat men het met hem eens is. Het betekent slechts dat het debat met sceptici serieuzer genomen wordt dan een aantal jaar geleden het geval was. Het is daarom uitstekend dat Klimaatportaal – de website van het PCCC – een weerwoord geeft tegen het verhaal van Singer.

Dat levert een kater op want daar lezen we dit:

Tijdens een colloquium spraken de KNMI-ers en Singer over de belangrijkste stellingen die Singer aandraagt binnen het klimaatdebat. Wereldgemiddelde temperatuurtrends zouden zijn vertekend doordat de temperatuur in steden gemiddeld hoger ligt dan op het platteland. Weerstations zouden stijgende temperatuurtrends meten doordat de omgeving van de stations verstedelijkt.

Singer onderbouwt deze stelling met een voorbeeld uit Californië. Er zijn echter veel grootschalige studies die aangeven dat het stadseffect niet zorgt voor een vertekening van de gemiddelde temperatuur, ook niet op het niveau van de Verenigde Staten. Het is wèl zo dat een deel van de weerstations in de Verenigde Staten niet op de optimale locatie staat.

De door mij vet gemaakte zin is de passage die mij het meest stoorde. Het komt over als: ‘wij de wetenschappers vertellen u even dat het onzin is wat Singer zegt. Er zijn vele studies die Singer weerleggen, gelooft u ons nou maar.’

Om die studies vervolgens niet eens te noemen. In tweede instantie zag ik pas dat er een drietal achtergrondartikelen achter het openingsverhaal over Singer zitten. In een ervan gaat de auteur van het PCCC* dieper in op de kwestie van het stadseffect en worden wel degelijk enkele studies genoemd. Dat zwakte de aanvankelijke kater in ieder geval flink af.

Maar helemaal weg is de kater zeker niet na het lezen van dat achtergrondstuk. Lees verder…

Share

VU-bijeenkomst Hoezo Klimaatverandering?

Ik ben door VU-connected gevraagd deel te nemen aan een klimaatbijeenkomst op 21 september om 15 uur. Het wordt een drukke middag want er zijn eerst praatjes van een viertal onderzoekers, waarna Pier Vellinga en ik mogen reageren. Er is ook nog een politicus aanwezig (Marieke van der Werf van het CDA). De middag wordt geleid door Casper Thomas van de Groene Amsterdammer.

Hieronder de aankondiging. Aanmelden kan nog. Lees verder…

Share

Openbare lezing bij KIVI NIRIA, 7 juni

Volgende week dinsdag 7 juni geef ik een lezing bij KIVI NIRIA in Den Haag gevolgd door debat/uitwisseling met de zaal. Ook niet-leden kunnen zich aanmelden voor deze avond. Deelname is gratis. Meer informatie, ook over hoe niet-leden zich kunnen aanmelden hieronder.
Share

Vellinga: hide the decline had niet gemogen

Hide the decline: Briffa schrapte zijn reconstructie na 1960 (in roze). Onlangs ontdekte McIntyre dat Briffa's reconstructie ook rond 1500 daalde en dat ook deze daling door hem verborgen is gehouden.

Mijn korte presentatie tijdens het debat van gisteren in Leiden (georganiseerd door het Studium Generale, het Science Cafe Leiden en studentenvereniging Minerva) eindigde ik met het beruchte Hide the decline-citaat uit de climategate-e-mails:

I’ve just completed Mike’s Nature trick of adding in the real temps to each series for the last 20 years (ie from 1981 onwards) and from 1961 for Keith’s to hide the decline.

Mijn stelling luidde:

De klimaatwetenschap heeft door climategate haar onschuld verloren. De e-mails laten zien dat prominente IPCC-auteurs doelbewust bezig zijn om data te manipuleren. In plaats van schoon schip te maken heeft de onderzoeksgemeenschap dit gedrag getolereerd waardoor de crisis in de klimaatwetenschap nu nog groter is dan vlak na het uitbreken van climategate.

Lees verder…

Share

Vellinga verrassend positief over De staat van het klimaat

Maandag stond er in Trouw een recensie over het nieuwe boek van Pier Vellinga, Hoezo Klimaatverandering. In de recensie werd verwezen naar mijn boek:

In zijn nieuwe boekje probeert Vellinga vooral te overtuigen. De klimaatwetenschapper rekent af met sceptici en in het bijzonder met wetenschapsjournalist Marcel Crok die in 2010 een boek schreef over de opwarming van de aarde met volgens Vellinga wel een erg persoonlijke interpretatie. Hij noemt de conclusies van Crok, die stelt dat de aarde in 2100 maar met 1 graad opwarmt, discutabel. Hij zou selectief hebben zitten shoppen in de beschikbare wetenschappelijke literatuur.

Welnu, nergens in het boek schrijf ik dat de aarde in 2100 maar met 1 graad opwarmt. Dit kan natuurlijk een onjuiste interpretatie zijn van de journaliste van Trouw. Dus boek aangevraagd en met dank aan Uitgeverij Balans kreeg ik het boek onmiddellijk toegestuurd. Dit schrijft Vellinga over mijn boek op blz. 126:

Een ander verhaal waarin vraagtekens worden geplaatst bij de berekeningen van het ipcc, wordt geleverd door de wetenschapsjournalist Marcel Crok. In 2010 publiceerde hij een boek dat hij dezelfde titel meegaf als de sinds 2006 verschijnende publicatie over klimaat van de Nederlandse wetenschappelijke instellingen: De staat van het klimaat. Op basis van een nogal persoonlijke interpretatie van de wetenschappelijke literatuur zet hij vraagtekens bij de opwarming van de aarde. Hij wijst hierbij op de gebreken van de temperatuurmetingen in het verleden en op de onderschatte invloed van de zon en van de luchtverontreiniging.
Wel erkent hij de kwaliteit van de meer recente satellietmetingen sinds 1978, en de opwarming van 0,5 graden Celsius die sindsdien is gemeten.
Een belangrijke omissie in Croks verhaal is dat hij de naijlende werking van de broeikasgassen buiten beschouwing laat, door ervan uit te gaan dat de huidige temperatuur volledig in evenwicht is met de huidige concentraties van broeikasgassen. Croks conclusie is dat het uiteindelijk gaat om niet meer dan 1 graad Celsius temperatuurstijging in 2100.

Ook in het boek beweert Vellinga dus dat ik schrijf dat het in 2100 maar 1 graad zal zijn. Hier is een fragment uit mijn boek (pag. 109) dat over deze kwestie gaat:

Over de theoretische 1 graad opwarming is weinig discussie tussenaanhangers van de broeikastheorie en sceptici. Maar wacht even, hoorik u denken, 1 graad opwarming, dat is toch niet zo dramatisch? Is alleheisa daarom begonnen? Nee, want het IPCC komt met veel hogere voorspellingen voor een verdubbeling van de CO2-concentratie. De meest waarschijnlijke range is 2 tot 4,5 graden opwarming, aldus het IPCC, met een beste schatting van 3 graden. Deze extra opwarming, boven de theoretische opwarming van 1 graad door ‘alleen’ CO2, is het gevolg van zogenoemde feedbacks.

Daarna beschrijf ik uitgebreid welke feedbacks er mogelijk werkzaam zijn om te vervolgen met:

Het IPCC gebruikt ongeveer twintig klimaatmodellen om de toekomst te verkennen. In al die modellen opereren waterdamp en wolken als een positieve feedback. Ze dragen bij aan extra opwarming boven op het directe effect van CO2. Daarom voorspellen de modellen geen opwarming van 1 graad, maar van 3 graden of meer.

We komen later uitgebreider terug op de rol van de feedbacks. Het is belangrijk om te beseffen dat het klimaatdebat niet gaat over de directe invloed van CO2 maar over de rol van feedbacks. Bekende sceptici zoals Richard Lindzen en Roy Spencer denken – in tegenstelling tot de modellen – dat er juist negatieve feedbacks werkzaam zijn en dat de opwarming van CO2 hierdoor gedempt wordt. Er zou dan maar 0,5 graad opwarming overblijven. Het totale effect van CO2 – het directe effect plus de feedbacks – is dan zo klein ten opzichte van de natuurlijke schommelingen in het klimaat, dat het onmeetbaar wordt.

Ik schets dus een behoorlijk gebalanceerd beeld van de klimaatdiscussie, geef netjes aan dat het IPCC tot drie graden komt door de bijdrage van positieve feedback en dat er sceptici zijn die menen dat de feedbacks netto negatief uitpakken waardoor de klimaatgevoeligheid beperkt blijft tot mogelijk maar een halve graad.

Ik geef dus geen ‘persoonlijke interpretatie’ aan de literatuur, ik geef simpelweg aan dat dit soort literatuur er is en dat het IPCC er weinig oog voor heeft en dat het IPCC toch vooral vertrouwt op de gemiddelde uitkomst van zo’n drie graden uit de klimaatmodellen.

Gisteravond voorafgaand aan het debat bij Studium Generale in Leiden gaf Vellinga toe dat ik dat van die een graad inderdaad niet heb geschreven. Het is sportief dat hij dat erkende. Te vaak in het klimaatdebat zijn mensen niet bereid fouten te erkennen, waardoor het debat moeizaam vooruit komt.

Tijdens zijn presentatie zei Vellinga ook dat selectief winkelen in feite onvermijdelijk is als je een boek schrijft (dit zal inderdaad blijken als we de komende weken wat uitgebreider ingaan op zijn boek) en ook op dat punt nam hij derhalve wat kritiek op mijn boek terug. Tenslotte noemde hij mijn boek en plein publiek ‘een aanrader’. In een volgende blogbericht zal ik wat uitgebreider ingaan op het debat van gisteravond. Theo Wolters schreef trouwens een uitgebreid verslag voor climategate.nl.

Share

Van Andel verdedigt Miskolczi

In de brochure De Staat van het Klimaat 2010, die deze week verscheen, komt het PCCC met een repliek op de theorie van Ferenc Miskolczi. In Nederland zijn het met name Noor van Andel en Arthur Rörsch geweest die zich hard hebben gemaakt voor Miskolczi’s werk. Noor van Andel schreef een reactie op de PCCC-brochure, hieronder weergegeven. De citaten zijn stukken uit de brochure en daarna komt Van Andels respons.

Lees verder…

Share

Nog meer klimaatvoorlichting zal niet helpen

Gerbrand Komen, voormalig researchdirecteur van het KNMI, met wie ik een constructieve dialoog voer over hoe het verder moet in het klimaatdebat, attendeerde me op een interessant stuk van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). Het artikel is getiteld Vertrouwen in wetenschap niet langer vanzelfsprekend. Naast dit artikel heeft de AWT ook een informatiekaart gemaakt waarin het allerlei factoren die van invloed zijn op ‘het vertrouwen in de wetenschap’ in kaart heeft gebracht. Lees verder…

Share

Komen deel 2: spreekt IPCC over ‘bewijs’?

Ik reageer in etappes op de constructieve reactie van Gerbrand Komen op mijn boek. Deel 1 is hier te lezen, vandaag deel 2. Als citaat eerst een fragment van Komen, gevolgd door mijn reactie. Vandaag gaat de discussie over het gebruik van het woord ‘bewijs’ in mijn boek. Komen stelt dat het IPCC niet spreekt over ‘bewijs’ en dat ik het daarom ook niet had moeten doen. Het IPCC blijkt echter veelvuldig de term ‘evidence’ te gebruiken, waardoor het niet vreemd is dat gebruikers van de rapporten dit overnemen.

Lees verder…

Share

Reactie op Komen deel 1

Gerbrand Komen is de eerste klimaatwetenschapper die een uitgebreide inhoudelijke reactie heeft gegeven op mijn boek. Komen was tot zijn pensioen in 2006 de researchdirecteur klimaat bij het KNMI, de positie die nu bekleed wordt door Hein Haak. Hij is ook nauw betrokken geweest bij het IPCC en was onder andere de Nederlandse delegatieleider tijdens internationale IPCC-bijeenkomsten.

Komens reactie is overwegend positief en de toon van zijn betoog is ook zeer constructief. Dit is zeer belangrijk in het toch behoorlijk verziekte klimaatdebat. Ik zal de komende week proberen een voor een op zijn kritiekpunten in te gaan, want hoewel positief vindt Komen ook dat ‘het echt wel beter had gekund’. Ik knip mijn reactie in stukken op omdat het anders een veel te lang betoog wordt dat niemand gaat lezen. Eerst volgt steeds een fragment van Komen (als citaat) en daarna mijn reactie. Lees verder…

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list