Energiebeleid: astronomisch duur en nutteloos

De afgelopen tijd ben ik betrokken geraakt bij een onderzoek dat ingenieur Theo Wolters in gang heeft gezet. Het gaat over de kosten van het Energieakkoord. Het in september 2013 afgesloten Energieakkoord is erop gericht om 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023 op te wekken. Het geniet breed draagvlak in de Kamer (met uitzondering van de PVV), want Nederland is na Malta het ‘slechtste’ land als het om duurzame energie gaat en Parijs etc.
Maar een ‘elephant in the room‘ zijn de kosten. Minister Kamp van EZ heeft tot nu toe weinig openheid willen geven over de totale kosten van het akkoord. Hij noemde eerst een bedrag van 13 tot 18 miljard, maar het bleek al snel dat het daarbij alleen om de periode 2013 tot 2020 ging. De kosten lopen na 2020 echter door omdat veel subsidies (het gaat hier om de zogenoemde SDE+-regeling) voor 15 jaar toegezegd worden.
Theo vroeg energieadviseur Renate van Drimmelen om – voor zover mogelijk – alle kosten van het Energieakkoord op een rijtje te zetten. Dat onderzoek is nu in de laatste fase.
Kamp organiseert in het kader van het Energieakkoord een energiedialoog: http://mijnenergie2050.nl/
In het kader daarvan organiseren Theo, Renate en ik nu ook een bijeenkomst, en wel bij EZ, volgende week donderdag 30 juni. De bijeenkomst is openbaar. We richten ons vooral op ambtenaren die zich met klimaat- en/of energiebeleid bezig houden. Hieronder de uitnodiging zoals die op de website van de Energiedialoog staat:

 

Energiebeleid: astronomisch duur en nutteloos

Begin

30-06-2016 om 09:00

Einde

30-06-2016 om 12:00

Locatie

Ministerie van Economische Zaken, Den Haag

Programma

09:00 uur: Introductie door Jan Jaap van Halem, coördinator Energiedialoog vanuit het Ministerie van I&M.
09:15 uur: Klimaatverandering: Hoezo 5 voor 12? Wetenschapsjournalist Marcel Crok werkt aan een boek met deze titel. De laatste jaren stapelen de bewijzen zich op dat de gevolgen van de CO2-uitstoot aanzienlijk milder zijn dan de klimaatwetenschap lange tijd dacht. Deze positieve inzichten dringen nog niet door tot het beleid. Wat betekent dit in het kader van het Parijs Akkoord?
09:40 uur: Discussie met de zaal
10:00 uur: De kosten van het Energieakkoord. Energieadviseur Renate van Drimmelen (Breedofbuilds) werkte de afgelopen twee jaar aan een spreadsheet die de totale kosten – voor zover te achterhalen – van het Energieakkoord in kaart brengt. Conclusie: het Energieakkoord is erg duur en we laten veel goedkope maatregelen liggen.
10.25 uur: Discussie met de zaal
10:45 uur: Pauze
11.00 uur: Wat is er mis met de huidige energietransitie? Ingenieur Theo Wolters plaatst kanttekeningen bij zowel de technische als financiële haalbaarheid van de op dit moment ingezette energietransitie. En zal daarna schetsen hoe het in zijn ogen slimmer kan.
11:30 uur: Discussie met de zaal
12:00 uur: Einde bijeenkomst

Aanmelden is gratis en doet u via info@mwenb.nl
Legitimatie is verplicht.

 

Share

Verslag NNV-dag door een ‘klimaatalarmist’

Ik heb helaas heel weinig tijd om (uitgebreid) verslag te doen van de NNV-dag. Maar hulp uit onverwachte hoek. Lees hieronder de gastbijdrage van Nico Schoonderwoerd.

Gastblog Nico Schoonderwoerd

Op donderdag 29 oktober hield de Nederlandse Natuurkundige Vereniging het ‘NNV-klimaatsymposium’. Het is alweer 16 jaar geleden dat ik ben ‘afgezwaaid’ uit de natuurkunde, maar eens een natuurkundige is altijd een natuurkundige, het motto dat NNV ook gebruikt om haar ledenpeil op stand te houden.

Tijdens mijn promotie heb ik wel eens een praatje gegeven over het broeikaseffect, waarin ik uitlegde waarom CO2 een broeikasgas is. Dat moet ’98 zijn geweest, een tijd waarvan ik me niet kan herinneren dat er klimaatsceptici waren terwijl het bewijs voor de causaliteit aanzienlijk lager was dan het mijns inziens nu is.

Toevalligerwijze werden Marcel Crok en ik twee jaar geleden kantoorgenoten en duurde niet lang voor ik begreep dat hij er zo één was! Een ontkenner!! Een discussie zijn we nooit echt aangegaan, ik zou ook niet veel kans gemaakt hebben tegen de feitenkennis van Marcel. Neemt niet weg dat ik me alleen maar meer zorgen ben gaan maken, met name toen ik begreep dat de Groenlandse ijskap die tot 3 km dik is, bij smelting tot een globale zeespiegelstijging van gemiddeld 7 meter leidt.

Ok, nu weten jullie het, ik ben een klimaatalarmist. Maar dat neemt niet weg dat ik Marcel een lift aanbood in mijn benzinemonster naar De Bilt. Lees verder…

Share

Komt de NNV tot een publiek statement?

De Nederlandse Natuurkunde Vereniging organiseert vandaag een symposium over klimaat en energie. De NNV overweegt in de aanloop naar de klimaatconferentie van Parijs om met een gezamenlijk standpunt naar buiten te treden. Eerder deed de APS dat ook al, maar die statement is niet onomstreden. Theo Wolters besprak eerder op climategate.nl dat de stellingen van de NNV nog sterk voor verbetering vatbaar zijn.

Het symposium is bedoeld om de leden bij te praten over energie en klimaat en te peilen of zo’n gezamenlijk standpunt draagvlak heeft onder de leden. Enkele leden vonden de lijst met sprekers ‘te eenzijdig’ en daarom ben ik in een later stadium toegevoegd.

Het is moeilijk om in 20-25 minuten uit te leggen wat er allemaal valt af te dingen op de stellingen die de NNV heeft opgesteld. Ik zal me daarom moeten focussen op de kwaliteit van klimaatmodellen, klimaatgevoeligheid en ik zal tenslotte iets zeggen over de wenselijkheid om met een publiek statement te komen. In het kort: ik acht zo’n standpunt onwenselijk en onhaalbaar. Onhaalbaar, als je recht wilt doen aan de verschillende opvattingen die er zijn rondom de thema’s klimaat en energie.

Mijn presentatie voor vandaag zal ik later online zetten, maar hier is wel een volledig uitgeschreven versie (waarschuwing: het is een lang document van 10.000 woorden).

Alle sprekers werken bij het KNMI, PBL, een universiteit of zijn met pensioen. Zij hebben een door de overheid betaalde baan en beschouwen dit soort lezingen terecht als onderdeel van hun baan. Ik ben de enige zzp’er. Ik had de NNV om een vergoeding van 500 euro gevraagd voor alle tijd die ik in de voorbereiding en de dag zelf zou moeten steken. Na weken delibereren vond men echter dat de NNV alle sprekers ‘gelijk’ moest behandelen. Ik kon 200 euro krijgen en alle andere sprekers ook, als ze dat willen. Ik was hier behoorlijk teleurgesteld over. Het is toch niet zo moeilijk om te begrijpen dat dit juist een ongelijke behandeling is? Hoe kan een zzp’er in pak ‘m beet vier uurtjes zich voorbereiden en de dag zelf bijwonen?
Ik beschouw dit niet als het ‘pesten’ van een klimaatscepticus. Ik kom dit continu tegen in de academische wereld. Men is niet gewend dat er zzp’ers zijn en dus weet men niet goed hoe daarmee om te gaan.

Mocht u een bijdrage over hebben voor mijn inspanningen rond deze dag en de eventueel verdere discussie over het NNV-standpunt dan kan dat via de donatie-knop rechtsboven op deze pagina. Bij voorbaat dank.

[Update 30 oktober] Hartelijk dank voor de bijdragen tot nu toe! Er zijn meerdere mensen die liever direct naar mijn rekening willen overmaken i.p.v. via PayPal. Dat kan op rekening nummer NL66 INGB 0000 5205 95. Mij mailen kan via info “at” staatvanhetklimaat.nl]

[Update 2 november: Hartelijk dank voor de donaties! Er is tot nu toe 450 euro gedoneerd.]

[Update 31 december: in totaal 865 euro gedoneerd. Iedereen hartelijk dank voor de support.]

 

Share

Het Grote Klimaatdebat in Affligem

 

Ik hoor geregeld dat er bij onze zuiderburen nagenoeg geen klimaatdebat wordt gevoerd. De media houden zich strikt aan de lijn van het IPCC en critici komen gewoon niet aan het woord. Een aantal Vlaamse klimaatsceptici heeft nu het initiatief genomen om een klimaatdebat te organiseren. Er is tenminste een goed ingevoerde klimaatscepticus die ik ken, namelijk Ferdinand Engelbeen. Toch heeft de organisatie ervoor gekozen twee Nederlandse “sceptici” uit te nodigen, Bas van Geel en ondergetekende zelf. De honderd plaatsen in de zaal zijn inmiddels alle bezet, dus aanmelden heeft geen zin meer. Ik zal volgende week laten weten hoe het debat verlopen is. Hieronder de aankondiging van de organisatie.

 

Het Grote Klimaatdebat in Affligem (nabij Brussel)

Zaterdag 16 mei 2015

Charta Vlaanderen nodigt u uit voor het grote klimaatdebat

“In welke mate is de mens verantwoordelijk voor de klimaatveranderingen?”
Dirk Draulans betreurde recent nog, in verband met het klimaat, dat ‘wetenschappers te weinig wegen op het maatschappelijk debat, waardoor dat gekaapt kan worden door mensen die met veel minder inzicht stellingen verkopen die gemakkelijk geslikt worden.’
Wij hebben vier wetenschappers met relevante ervaring in de klimaatwetenschap uitgenodigd om hier een antwoord op te geven.

Locatie: Aula De Montil – Moortelstraat 8 – 1790 Affligem
Tijd: vrijdag 22 mei 2015 19 uur
Toegang gratis!
VERPLICHT inschrijven (beperkte plaatsen) via: klimaatdebat2015@gmail.com

De moderator is Rik Van Cauwelaert

De verdedigers van de consensus betreffende de klimaatopwarming:

Dirk Verschuren is hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij is onderzoeksprofessor in paleoecologie en klimaatverandering. Zijn onderzoek overkoepelt de disciplines van paleoklimatologie, ecologie, geologie, geografie en archeologie. Zijn voornaamste onderzoeksfoci zijn de reconstructie van klimaatvariatie in Afrika; en huidige tussen mens en natuur in Afrika.

Luc Debontridder is hooggeplaatst klimatoloog voor het KMI. Hij is verantwoordelijk voor de adviezen voor het Rampenfonds van België bij extreem weer. Hij deed veel onderzoek naar de evolutie in extreem weer, zoals windhozen en hagelstenen. Hij is officier ter lange omvaart.

De critici van de visie dat de mens de voornaamste oorzaak zou zijn van de klimaatveranderingen:

Dr. Bas van Geel is bioloog en paleoklimatoloog, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij onderzoekt oorzaken van klimaatverandering en gevolgen van menselijke invloed op de vegetatie gedurende de periode na de laatste ijstijd. Van Geel is tegenwoordig (gepensioneerd) onbezoldigd hoofddocent paleo-ecologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Marcel Crok is doctorandus in de scheikunde (Rijksuniversiteit Leiden). Hij is freelance onderzoeksjournalist op het gebied van klimaat. Van 2011 tot 2013 was hij expert reviewer van het vijfde IPCC-rapport in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Nederland). Hij was nog redacteur voor verschillende wetenschappelijke tijdschriften (zoals Ingenieur, Natuur & Techniek). Hij schreef onder meer ‘De Staat van het Klimaat, een koele blik op een verhit debat’.

 

Share

Klimaat, Parijs, KNMI-scenario’s, mest, voeding

De afgelopen jaren heb ik met veel plezier geschreven en gepraat over het klimaatdebat. En wees gerust (of ongerust), ik zal dat ook in de toekomst blijven doen. Toch zal 2015 in het teken staan van enige verbreding van mijn aandachtsvelden. Hieronder een overzicht van mijn plannen.

Boek(je) klimaatbeleid in aanloop naar Parijs
Dit jaar staat in het teken van de belangrijke klimaatconferentie in Parijs. Alle ogen zijn – net als in 2009 in Kopenhagen – gericht op de wereldleiders om een nieuw klimaatakkoord te sluiten. Dit nieuwe klimaatverdrag, de opvolger van het Kyoto-protocol, moet er dan voor zorgen dat de opwarming van de aarde binnen de 2 graden blijft (ten opzichte van pre-industrieel). In het laatste hoofdstuk van mijn boek De staat van het klimaat heb ik al uitgelegd waarom het huidige klimaatbeleid niet echt succesvol is. Dit jaar wil ik een boek(je) schrijven over klimaatbeleid. Ik hoop het voor de klimaatconferentie af te hebben zodat het hopelijk een steentje kan bijdragen aan het publieke debat in Nederland (en wellicht Vlaanderen). Ik wil in het boek enerzijds laten zien waarom klimaatbeleid tot nu toe niet gewerkt heeft en zich veel te veel heeft blindgestaard op de rol van CO2. Anderzijds wil ik uiteenzetten wat rationeel klimaatbeleid kan zijn bij een klimaatgevoeligheid van rond de 1,5 graden Celsius. In dat opzicht borduur ik voort op het rapport dat Lewis en ik vorig jaar publiceerden. Het publiceren van dit boek(je) is mijn belangrijkste doel van het jaar.
Lees verder…

Share

Meteoriet, kikker, koorts en kanker

Vraag: Wat hebben meteorieten, kikkers, koorts en kanker met elkaar gemeen?
Antwoord: Ze worden alle vier wel gebruikt als metafoor om de urgentie van het klimaatprobleem aan te duiden.

Marcel van Dam trapt vanavond de uitzending van De Achterkant van het Gelijk over klimaatverandering af met de volgende vergelijking: Stel dat wetenschappers erachter komen dat een grote meteoriet over twee jaar waarschijnlijk gaat inslaan op aarde. 95% van de wetenschappers is het erover eens dat de meteoriet de aarde zal raken, 5% denkt echter dat ‘ie rakelings langs de aarde zal scheren. De vraag aan de tafelgasten: lukt het de wereldleiders om snel overeenstemming te bereiken over maatregelen?

Als ik me goed herinner (ik was vorige week bij de opnamen, maar het geluid was niet altijd even duidelijk) waren de antwoorden niet uitgesproken ja of nee. Mijn antwoord zou zijn geweest: Ja!

Dit scenario en de urgente risico’s die eraan verbonden zijn staan echter in geen verhouding tot de mogelijke dreiging die er van klimaatverandering uitgaat. Die verandering is veel langzamer (een sluipmoordenaar? Nog een leuke metafoor) en wordt daardoor door velen niet als urgent gevoeld, iets wat Ed Nijpels (de man die het energie-akkoord moet uitvoeren) in de uitzending een aantal maal benadrukte. En Jeroen van der Veer (ex-topman Shell) bracht de metafoor in van de kikker die onmiddellijk uit water van 100 graden zal springen, maar rustig blijft zitten als het water geleidelijk opwarmt (een metafoor die wel vrij goed weergeeft hoe de wereld reageert op de opwarming van de aarde):

Hoe urgent is klimaatverandering?
Sommigen mensen beschouwen de hogere IPCC-scenario’s (vier graden opwarming deze eeuw) uiteraard als urgent. Ikzelf zou dat ook doen als ik de 4 graden in 2100 serieus nam. Drie graden in een eeuw is fors en zal zeker onvoorziene gevolgen hebben.

Anderen, zoals ik zelf, zien echter nog te weinig bewijs voor een dramatische opwarming in de komende eeuw en gaan uit van milde opwarming waaraan de mensheid en ook de natuur zich vrij makkelijk zal kunnen aanpassen. De opwarming sinds 1850 is een milde 0,8 graden en een versnelling daarvan is in geen velden of wegen te zien. Zoals bekend is er de afgelopen 15-20 jaar een vertraging. De troposfeer is met uitzondering van een sprong in 1976 nauwelijks opgewarmd.

Hoe dan ook, ik vond de gekozen metafoor een slecht begin om de ethische kant van het klimaatdebat te belichten (=doel van het programma).

Ik zelf gebruik de meteoriet wel eens als tegenvoorbeeld voor diegenen die zich erg op de worst case scenario’s voor klimaat baseren. We hebben de meeste meteorieten die in de buurt van de aarde kunnen komen namelijk goed in kaart gebracht en er is weinig reden voor alarm. Kleinere brokstukken van 50 tot 100 meter grootte kunnen we echter minder goed zien en het is mogelijk dat zo’n brokstuk de aarde zou raken. Valt zo’n brokstuk op Parijs of New York of in de oceaan, dan is de ramp niet te overzien. De vraag is nu: hoeveel zijn we bereid als wereldgemeenschap om dit risico verder in kaart te brengen en hoeveel geld zijn we bereid te steken in het detecteren en eventueel onschadelijk maken (als dat mogelijk is) van dergelijke kleiner meteorieten?

Kanker of koorts?
Een derde metafoor die geregeld gebruikt wordt is dat de aarde koorts heeft of kanker. De dit jaar overleden Wubbo Ockels gebruikte de metafoor in 2013 in zijn Springtij-lezing. Ik citeer een stukje:

Het derde perspectief is wat lastiger en ik hoop dat ik daar goed uitkom, want het is een beetje emotioneel. En dat is namelijk dat ik denk dat de aarde en wat er aan de hand is, het best vergeleken kan worden met kanker. De aarde heeft kanker. Als je de fundamentele eigenschappen van kanker neemt, dan zie je dat dat nu gebeurt. Kanker is een gewone cel van je eigen lichaam. Mensen zijn gewone mensen. Maar op een of andere manier gaat die kanker groeien op een manier, dat hij een truc heeft gevonden om niet dood te gaan terwijl hij eigenlijk dood hoort te gaan.

Op zichzelf een mooie vergelijking. Je kunt immers best stellen dat de mens als soort is gaan woekeren en andere soorten is gaan overwoekeren.

Weer anderen zeggen dat de aarde koorts heeft. Jan Paul van Soest publiceerde een boek met die titel en ook internationaal wordt de vergelijking veel gebruikt. Het voordeel van koorts is dat je meteen een associatie met opwarming hebt. Het nadeel van koorts als vergelijking is mensen – veel meer dan de aarde als geheel – binnen een nauwe bandbreedte moeten blijven rond 37 graden Celsius. Zowel te koud als te warm is ons snel fataal. De aarde heeft al heel wat extreem warme en extreem koude periodes doorstaan en bestaat nog steeds.

Wel zou een interessante vraag kunnen zijn hoeveel verhoging vindt je dat de aarde heeft in termen van koorts? Ik zou dan kunnen zeggen: 37,8. Lichte verhoging dus, maar mijn kinderen mochten ermee naar de crèche. Anderen vinden mogelijk dat het nu al een 39 of 40 graden koorts is.

Dat geeft dan vervolgens wel een opening naar wat volgens mij de meest relevante vraag van de uitzending had moeten zijn (maar het dus niet was). Namelijk, wat is op dit moment de gewenste behandeling voor de patiënt: gewoon uitzieken (laissez faire) of een chemokuur (zo snel mogelijk decarbonisatie van de economie)? Merk op dat sommige aanwezigen, zoals Marjan Minnesma, het ongetwijfeld met deze typering al niet eens is. Volgens haar kunnen we tegen geringe kosten in 2030 draaien op 100% duurzame energie.

Andere relevante vragen: hoeveel ben je bereid te betalen voor die “behandeling”? En moet die behandeling meteen beginnen of kijken we het eerst nog even aan?

Kortom, zoals bijna altijd bij dit soort complexe debatten, veel gemiste kansen. Maar toch een uitzending die je zeker moet gaan kijken, al is het maar vanwege de vele interessante gasten die aan tafel zaten: Deltacommissaris Wim Kuiken, Marjan Minnesma, Appy Sluijs (ja, alweer hij), Jean-Pascal van Ypersele, Herman Philipse, Jeroen van der Veer, Lucia van Geuns en Ed Nijpels.

Kijken dus, zo meteen om 20:25 uur op NPO2.

 

 

 

 

Share

Dijkstra II: Nederland wel warmer, niet extremer

Iedereen dank voor de interessante discussie onder het doorgeplaatste opiniestuk van Frans Dijkstra. Frans heeft in zijn laatste commentaar geprobeerd een eerste samenvatting te schrijven. Aangezien de vorige draad erg lang werd plaats ik dat commentaar hier als gastblog. Het is goed mogelijk dat critici van Dijkstra (Arjan, Guido, Jan etc.) het oneens zijn met de samenvatting. Mocht een van de “critici” ook een soort van samenvatting schrijven dan plaats ik die ook als apart gastblog. MC

Gastblog Frans Dijkstra

Ik doe een poging een paar dingen te inventariseren waar we het over eens zijn.

(1) Er is over de periode 1997-2014 geen correlatie tussen de gemiddelde maandtemperatuur en de tijd. Ik noem dat stilstand of stagnatie. Ik weet niet of ik de eerste ben in Nederland die dit signaleert. Als er in deze data een trend van plus of min 0,003 graad per maand zou zitten, dan zou dat nog net niet significant zijn. Dat betekent naar de toekomst toe, dat in 100 jaar een daling of een stijging van bijna 4 graden niet is uitgesloten. Dat is waar, maar wie zou zo’n reeks voor 100 jaar willen extrapoleren? Degenen die zeggen dat de opwarming onverminderd door gaat, kunnen dat niet zeggen op grond van deze data. Deze data zeggen uitsluitend: het kan vriezen of dooien. Zijn we het daarover eens?

Arjan van Beelen
De termijn is te kort en de spreiding is te groot om iets zinvols te kunnen concluderen over de temperatuurtrend. Als je iets schuift met het beginpunt, of een jaar toevoegt of weglaat dan krijg je weer andere resultaten. In een dataset met een grote variabiliteit ten opzichte van de trend kan je nooit aantonen of het nu nog wel of niet opwarmt de laatste jaren, dus dit is een zinloze bezigheid.

 

Guido van der Werf
dat de temperatuur vrij vlak is de laatste jaren daar zijn we het snel over eens. En dat extrapoleren van deze trend zinloos is daar zijn we het ook over eens. Maar ik ben het niet met je “het kan vriezen of dooien” eens. Misschien wel voor de komende jaren maar op een gegeven moment zal de trend door opwarming weer boven de ruis uit moeten komen.

 

Jan van Rongen
Statistisch foute conclusie; door Frans gemotiveerd met een zeer bekende logische fout, namelijk omkering van de (betekenis van de) nul-hypothese.

(2) Over de hoge oktobertemperaturen is mij cherry picking verweten omdat ik het over 23 graden had. Dat was toevallig de temperatuur van 18 oktober j.l. Keulemans zet daar zijn eigen cherry picking tegenover door een grafiek met 20 graden te tekenen. Tijd voor het volledige plaatje:

Volgens mij hebben Keulemans en ik allebei gelijk: warme dagen (meer dan 20 of 21 graden) zijn in de tweede helft van de periode flink toegenomen, maar vanaf 22 graden convergeren de lijnen. Vanaf 23 graden vallen ze vrijwel samen. Ik noem 23 graden in oktober ‘extreem’. Men kan van mening verschillen of een temperatuur die op 1,5% van de oktoberdagen voorkwam zo genoemd mag worden. Het is in ieder geval extremer dan de 3-6% van de oktoberdagen die warmer waren dan 20 graden.

Arjan van Beelen
Ik zie verschillen, maar ik zie niet of ze significant zijn. De eerste waarden bijv. >20 graden in ieder geval wel, dus je kan concluderen dat dat vaker voorkomt. Ik denk niet dat je kan aantonen dat records >23 C in Oktober vaker voorkomen in de 2e periode dan in de 1e periode.

 

Guido van der Werf
Ik heb in het vorige draadje diverse keren kwantitatief laten zien dat in het algemeen het aantal warme dagen is toegenomen, dus ik vind het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd vooral representatief voor het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd. En tja, wat extreem is daar kan je over twisten dus daar heeft iedereen gelijk.

 

Jan van Rongen
Anekdotisch “bewijs” dat kan worden omgevormd tot serieuzere testen waaruit de hoogte en (mate van) significantie van de opwarming voor en na 1957 kan worden afgeleid.

(3) We blijken het er over eens te zijn, dat voor 1950 ook veel tropische dagen zijn voorgekomen, verhoudingsgewijs niet veel minder dan na 1950. Dat kan misschien aan vliegtuigsporen worden toegeschreven: straalvliegtuigen waren er in de jaren 30 en 40 nog niet. Die sporen zouden op hete dagen de zonnestralen getemperd kunnen hebben. Maar misschien hebben ook hier de stromingspatronen invloed. Vliegtuigsporen kunnen niet het enorme gebrek aan tropische dagen in de jaren 50 en 60 verklaren. Een interessant punt voor nader onderzoek!

Arjan van Beelen
Ja, je kan niet aantonen dat het aantal tropische dagen toegenomen is als je deze 2 perioden hanteert. Als je tropische dagen (of warmer) als extreme hitte definieert dan kan je dus niet zeggen dat dit nu vaker voorkomt dan vroeger. Dit is een interessant (en bekend) resultaat, en heeft waarschijnlijk te maken met 1) aerosols (inclusief vliegtuigstrepen, de aerosol concentratie piekte in de jaren 60-70, en kan dus prima het minimum in 50-60er jaren verklaren (ik denk met contributie van stromingspatroon overigens, zie studies van Van Oldenborgh). 2) thermometerhutten en locatie 3) stromingspatroon? 4)bodemvocht? (nummering kan willekeurig zijn). Overigens is de verstedelijking toegenomen, dus aan de hand daarvan verwacht je weer een toename van het (niet daarvoor gecorrigeerde) aantal tropische dagen.

 

Guido van der Werf
Mee eens, er zijn veel factoren die een rol spelen, ik neem aan dat men op het KNMI hier ook wel mee bezig is. Ik ken de literatuur op dit gebied niet.

 

Jan van Rongen
Dit is geen samenvatting van een discussie maar iets nieuws – over vliegtuigsporen. Ik vind dat onzin. Dus oneens.

(4) Over de winters zijn we het ook eens. Natuurlijk waren er voor 1970 meer strenge winters (1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1943, 1947, 1956 in de eerste helft van de periode en 1963, 1979, 1985, 1986, 1987, 1996, 1997 in de tweede helft) terwijl tevens de winters van de eerste serie strenger waren en langer duurden dan de meeste van de tweede serie. Met mijn wintergeheugen is op dit punt niets mis, maar die ene extreem zachte winter van 2014 is niet maatgevend, dat wilde ik even gezegd hebben.

Extreem hoge temperaturen in de winter zijn veel meerzeggend dan hoge zomertemperaturen: van de januaridagen boven 13 graden viel er maar 1 in de eerste helft van de periode, tegen 17 in de tweede helft. Het record is zeer recent: 14,5 op 6 januari 2014.
Ik neig naar de conclusie uit deze en andere feiten dat de opwarming in Nederland tot dusver vooral blijkt uit hogere winter- en nachttemperaturen en veel minder in extreme warmte, die het KNMI in zijn scenario’s aankondigt, en waar exotische dieren op af zouden komen. Dat komt waarschijnlijk van het broeikaseffect (minder uitstraling) en van westelijke winden. Kunnen we het hier ook over eens zijn?

Arjan van Beelen
Die ene extreem zachte winter… ik kan me helaas erg veel extreem zachte winters herinneren in de jaren 90 en 2000, dit heb ik ook laten zien aan de hand van de ranking van de gemiddelde wintertemperatuur en de koudeproductie (Hellmann, maar geldt ook voor het vorstgetal van Meteogroup). Die zachte winters zijn overigens geen garantie voor de (nabije) toekomst, zoals ik al eerder schreef.
Nee, hier ben ik het helemaal niet mee eens. De enorme (recente) opwarming in NL blijkt vooral uit hogere lente en zomertemperaturen en minder uit die in de herfst en winter. De maand december is het minste opgewarmd van alle maanden. Zie bijv. http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0226-Temperatuur-mondiaal-en-in-Nederland.html?i=9-54 .
De winter en nachttemperaturen zijn gedurende de periode 1985-2010 met ongeveer dezelfde trend gestegen als wereldwijd, terwijl die overdag in het (zonne)zomer halfjaar bijna 2x zo snel zijn gestegen. Dit heeft o.a. te maken met de brightening, zoals je ook kunt zien in ons (Van Beelen & Van Delden) artikel in Weather.

 

Guido van der Werf
Ook mee eens en ook nog eens goed nieuws tot nu toe voor ons in Nederland lijkt me (behalve voor de schaatsliefhebbers natuurlijk). Maar uiteindelijk zal bij opwarming ook het aantal warme dagen verder toenemen, ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet zo is. En ik heb wel eens gehoord dat minimumtemperaturen een belangrijkere factor is dan maximumtemperaturen voor het verspreidingsgebied van exotische dieren ☺

 

Jan van Rongen
Ook dit is helemaal geen samenvatting of conclusie maar een nieuwe mening van Frans. Geen cijfermateriaal. Dus oneens.

 

Share

Warm oktoberweer, maar geen opwarming

Chemicus en statisticus Frans Dijkstra publiceerde gisteren in de Volkskrant een opiniestuk naar aanleiding van het warme weekend. De kop in de krant was dezelfde als boven dit blogbericht. Die kop is overigens bedacht door de Volkskrant, niet door Dijkstra, liet hij me weten. Online staat er trouwens een andere kop: Het publieke weergeheugen werkt misleidend.

Op twitter reageerde Stephan Okhuijsen van Sargasso.nl vrij gepikeerd en hij plaatste al snel een kritische beschouwing die als titel had: Liegen met grafieken: geen opwarming in de Volkskrant.

Frans Dijkstra gaf me toestemming om zijn stuk door te plaatsen. Daaronder probeer ik iets weer te geven van de discussie. En hopelijk kan een constructieve discussie tussen Dijkstra, Okhuijsen en andere geïnteresseerden meer duidelijk scheppen over welke “correcte” conclusies nu te trekken zijn.  Lees verder…

Share

Climate Dialogue about the (missing) hot spot

Over at the Climate Dialogue website we start with what could become a very interesting discussion about the so-called tropical hot spot. Climate models show amplified warming high in the tropical troposphere due to greenhouse forcing. However data from satellites and weather balloons don’t show much amplification. What to make of this? Have the models been ‘falsified’ as critics say or are the errors in the data so large that we cannot conclude much at all? And does it matter if there is no hot spot?

The (missing) tropical hot spot is one of the long-standing controversies in climate science. In 2008 two papers were published, one by a few scientists critical of the IPCC view (Douglass, Christy, Pearson and Singer) and one by Ben Santer and sixteen other scientists. We have participants from both papers. John Christy is the ‘representative’ from the first paper and Steven Sherwood and Carl Mears are ‘representatives’ of the second paper.

Below I repost the introduction that we – the editors of Climate Dialogue – prepared as the basis for the discussion. Feel free to post it on your own blog with a link to the discussion at climatedialogue.org.

 

The (missing) hot spot in the tropics

Based on theoretical considerations and simulations with General Circulation Models (GCMs), it is expected that any warming at the surface will be amplified in the upper troposphere. The reason for this is quite simple. More warming at the surface means more evaporation and more convection. Higher in the troposphere the (extra) water vapour condenses and heat is released. Calculations with GCMs show that the lower troposphere warms about 1.2 times faster than the surface. For the tropics, where most of the moist is, the amplification is larger, about 1.4.

This change in thermal structure of the troposphere is known as the lapse rate feedback. It is a negative feedback, i.e. attenuating the surface temperature response due to whatever cause, since the additional condensation heat in the upper air results in more radiative heat loss.

IPCC published the following figure in its latest report (AR4) in 2007:

Source: http://www.ipcc.ch/publications_and_data/ar4/wg1/en/figure-9-1.html (based on Santer 2003)

The figure shows the response of the atmosphere to different forcings in a GCM. As one can see, over the past century, the greenhouse forcing was expected to dominate all other forcings. The expected warming is highest in the tropical troposphere, dubbed the tropical hot spot.

The discrepancy between the strength of the hot spot in the models and the observations has been a controversial topic in climate science for almost 25 years. The controversy [i] goes all the way back to the first paper of Roy Spencer and John Christy [ii] about their UAH tropospheric temperature dataset in the early nineties. At the time their data didn’t show warming of the troposphere. Later a second group (Carl Mears and Frank Wentz of RSS) joined in, using the same satellite data to convert them into a time series of the tropospheric temperature. Several corrections, e.g. for the orbital changes of the satellite, were made in the course of years with a warming trend as a result. However the controversy remains because the tropical troposphere is still showing a smaller amplification of the surface warming which is contrary to expectations. Lees verder…

Share

Klotzbach revisited, a reply by John Christy

Recently Jos Hagelaars published a very extensive blog post (on the blog of Bart Verheggen) about a widely discussed paper of Klotzbach et al 2009. The title of the blog post – Klotzbach revisited – is in English, however, the post itself was written in Dutch. As a fellow Dutchman I understand that writing in Dutch is easier than writing in English. However, in this case, the blog post is focussed so much on one single paper, that Jos Hagelaars, in my opinion, should have chosen for an English version, in order to give the authors of the Klotzbach papers the chance to give a reaction. I translated the article with google translator and did some minor editing. I then shared the article with a few of the coauthors. John Christy looked at some of the issues raised by Hagelaars and wrote the following reaction which I publish here as a guest blog.

Guest blog by John Christy

In a blog post entitled “Klotzbach Revisited” Jos Hagelaars updated the results of Klotzbach et al. 2009, 2010, suggesting that the main point of Klotzbach was no longer substantiated. Klotzbach et al.’s main point was that a direct comparison of the relationship of the magnitude of surface temperature trends vs. temperature trends of the troposphere revealed an inconsistency with model projections of the same quantities.  Klotzbach et al. offered suggestions for this result which included the notion that near-surface air temperatures are easily affected by factors unrelated to greenhouse gas increases, which then implies they may be poor proxies for detecting the magnitude of the greenhouse effect which has its main impact in the deep atmosphere.

It appears Hagelaars’ key point is that when the data from Klotzbach et al. are extended beyond 2008 to include data through 2012, the discrepancies, i.e. the observed difference between surface and tropospheric trends relative to what models project, are reduced somewhat.

Lees verder…

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list