Climate Dialogue about the (missing) hot spot

Over at the Climate Dialogue website we start with what could become a very interesting discussion about the so-called tropical hot spot. Climate models show amplified warming high in the tropical troposphere due to greenhouse forcing. However data from satellites and weather balloons don’t show much amplification. What to make of this? Have the models been ‘falsified’ as critics say or are the errors in the data so large that we cannot conclude much at all? And does it matter if there is no hot spot?

The (missing) tropical hot spot is one of the long-standing controversies in climate science. In 2008 two papers were published, one by a few scientists critical of the IPCC view (Douglass, Christy, Pearson and Singer) and one by Ben Santer and sixteen other scientists. We have participants from both papers. John Christy is the ‘representative’ from the first paper and Steven Sherwood and Carl Mears are ‘representatives’ of the second paper.

Below I repost the introduction that we – the editors of Climate Dialogue – prepared as the basis for the discussion. Feel free to post it on your own blog with a link to the discussion at climatedialogue.org.

 

The (missing) hot spot in the tropics

Based on theoretical considerations and simulations with General Circulation Models (GCMs), it is expected that any warming at the surface will be amplified in the upper troposphere. The reason for this is quite simple. More warming at the surface means more evaporation and more convection. Higher in the troposphere the (extra) water vapour condenses and heat is released. Calculations with GCMs show that the lower troposphere warms about 1.2 times faster than the surface. For the tropics, where most of the moist is, the amplification is larger, about 1.4.

This change in thermal structure of the troposphere is known as the lapse rate feedback. It is a negative feedback, i.e. attenuating the surface temperature response due to whatever cause, since the additional condensation heat in the upper air results in more radiative heat loss.

IPCC published the following figure in its latest report (AR4) in 2007:

Source: http://www.ipcc.ch/publications_and_data/ar4/wg1/en/figure-9-1.html (based on Santer 2003)

The figure shows the response of the atmosphere to different forcings in a GCM. As one can see, over the past century, the greenhouse forcing was expected to dominate all other forcings. The expected warming is highest in the tropical troposphere, dubbed the tropical hot spot.

The discrepancy between the strength of the hot spot in the models and the observations has been a controversial topic in climate science for almost 25 years. The controversy [i] goes all the way back to the first paper of Roy Spencer and John Christy [ii] about their UAH tropospheric temperature dataset in the early nineties. At the time their data didn’t show warming of the troposphere. Later a second group (Carl Mears and Frank Wentz of RSS) joined in, using the same satellite data to convert them into a time series of the tropospheric temperature. Several corrections, e.g. for the orbital changes of the satellite, were made in the course of years with a warming trend as a result. However the controversy remains because the tropical troposphere is still showing a smaller amplification of the surface warming which is contrary to expectations. Lees verder…

Share

Klotzbach revisited, a reply by John Christy

Recently Jos Hagelaars published a very extensive blog post (on the blog of Bart Verheggen) about a widely discussed paper of Klotzbach et al 2009. The title of the blog post – Klotzbach revisited – is in English, however, the post itself was written in Dutch. As a fellow Dutchman I understand that writing in Dutch is easier than writing in English. However, in this case, the blog post is focussed so much on one single paper, that Jos Hagelaars, in my opinion, should have chosen for an English version, in order to give the authors of the Klotzbach papers the chance to give a reaction. I translated the article with google translator and did some minor editing. I then shared the article with a few of the coauthors. John Christy looked at some of the issues raised by Hagelaars and wrote the following reaction which I publish here as a guest blog.

Guest blog by John Christy

In a blog post entitled “Klotzbach Revisited” Jos Hagelaars updated the results of Klotzbach et al. 2009, 2010, suggesting that the main point of Klotzbach was no longer substantiated. Klotzbach et al.’s main point was that a direct comparison of the relationship of the magnitude of surface temperature trends vs. temperature trends of the troposphere revealed an inconsistency with model projections of the same quantities.  Klotzbach et al. offered suggestions for this result which included the notion that near-surface air temperatures are easily affected by factors unrelated to greenhouse gas increases, which then implies they may be poor proxies for detecting the magnitude of the greenhouse effect which has its main impact in the deep atmosphere.

It appears Hagelaars’ key point is that when the data from Klotzbach et al. are extended beyond 2008 to include data through 2012, the discrepancies, i.e. the observed difference between surface and tropospheric trends relative to what models project, are reduced somewhat.

Lees verder…

Share

Sessie met Kamp opgepikt door Trouw

Trouw komt vandaag met maar liefst twee stukken (een zelfs op de voorpagina! en een op pag 12/13) over de klimaatsessie die Economische Zaken vorige week organiseerde voor minister Kamp. De stukken putten met name uit de notitie die PBL/KNMI schreef ter voorbereiding op de sessie. Die stukken plus de presentaties van Bart Strengers en Wilco Hazeleger staan nu ook online.

Mijn naam is weliswaar genoemd in Trouw maar uit mijn stuk is niet of nauwelijks geciteerd. Trouw zet stukken tegenwoordig niet meer gratis online en ik zal daarom de stukken zeker vandaag nog niet integraal online zetten. Het stuk op de voorpagina begint als volgt:

Kamp wil feiten over het klimaat

Nieuwe minister hoopt zin en onzin te scheiden zodat hij weet waarop hij beleid moet baseren

Minister Henk Kamp (economische zaken) wil af van de controverse tussen klimaatsceptici en wetenschappers over de opwarming van de aarde. In een vertrouwelijke sessie met deskundigen heeft hij getracht de zin en de onzin in het klimaatdebat te scheiden, als basis voor nieuw beleid.

Kamp is sinds kort verantwoordelijk voor het klimaatbeleid. Wetenschappers zijn het over het algemeen eens over de ernst van de opwarming van de aarde, maar in het maatschappelijk debat worden de uitkomsten van onderzoek betwist. Kamp wil weten welke argumenten in de discussie op feiten zijn gebaseerd, en welke op fictie. Hij vroeg vertegenwoordigers van het KNMI en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) om presentaties te houden. Ook klimaatjournalist Marcel Crok, die vraagtekens zet bij de rol van CO2 bij de opwarming van de aarde, mocht zijn visie geven. Alle deelnemers hebben geheimhouding moeten beloven over het gesprek, maar publiceerden wel de door hen geleverde stukken.

De rest van het stuk op de voorpagina put uitsluitend uit de Notitie van het PBL/KNMI. In het tweede langere stuk wordt wel heel summier iets over sceptische argumenten gezegd. Bijvoorbeeld: Lees verder…

Share

Minicongres Klimaatbeleid Zwolle

Morgen spreek ik in het Provinciehuis in Zwolle tijdens een minicongres over klimaat en provinciaal klimaatbeleid. De twee andere sprekers zijn Arthur Petersen van het PBL en Pier Vellinga van Wageningen Universiteit. Een van mijn punten zal zijn dat we nog niet teveel waarde kunnen hechten aan de KNMI-scenario’s, eenvoudigweg omdat klimaatmodellen daar nog niet goed genoeg voor zijn. Pier Vellinga neemt het juist op voor de scenario’s. Het wordt vast een interessante middag. Hier het programma:

Klimaatverandering kan grote gevolgen hebben voor Overijssel.Verdroging op de zandgronden kan landbouw en natuur treffen. De bevaarbaarheid van rivieren en kanalen kan verminderen. Pieken in regenval verhoogt de kans op overstromingen.

Maar… hoe zeker zijn we dat deze effecten zich
zullen voordoen? Rechtvaardigt de kans op die effecten de kosten van maatregelen? En welke maatregelen zijn precies effectief?

Hierover organiseert het Trendbureau Overijssel op 30 oktober van 15.00 tot 17.30 uur een minicongres.

Marcel Crok, schrijver van ‘De Staat van het Klimaat, een koele blik op een verhit debat’, zal ingaan op de twijfels die bestaan over de klimaatverandering en de effectiviteit van lokaal en regionaal klimaatbeleid.

Professor Pier Vellinga, o.a. programmadirecteur van het klimaatprogramma van de WUR, verdedigt het gebruik van de KNMI scenariomodellen in regionale beleidsontwikkeling.

Professor Arthur Petersen, verbonden aan de VU en het PBL, presenteert manieren waarop lokale en regionale bestuurders kunnen omgaan met onzekerheid rond klimaatverandering.

De bijeenkomst vindt plaats in het provinciehuis van Overijssel, Luttenbergstraat 2 te Zwolle.

Share

Gelooft slechts 60% van de AMS-leden in AGW?

Judith Curry besteedt op haar blog aandacht aan een peiling onder leden van de American Meteorological Society (AMS), de beroepsvereniging van Amerikaanse meteorologen. De vragen die gesteld werden zijn redelijk goed en de voorlopige resultaten zijn heel interessant. Lees verder…

Share

Kudos voor PCCC

Bart Strengers schrijft in een reactie:

Naar aanleiding van jouw commentaar hebben we de berichtgeving op het klimaatportaal aangepast. De volgende zin hebben we verwijderd:‘Dit blijkt ondermeer uit een uiterst kritische studie van Fall et. al (maart 2011) waarin niettemin wordt geconcludeerd dat de gemiddelde temperatuurtrend in de VS nauwelijks wordt beïnvloed door het stadseffect.’ omdat onze interpretatie van het artikel (namelijk dat de studie zou aantonen dat er geen UHI-effect is) niet juist is. Goed dat je ons hierop hebt gewezen.

Complimenten voor Bart en PCCC dat ze dit hebben aangepast.  Dit is de constructieve manier waarop het debat gevoerd zou moeten worden. Lees verder…

Share

De overdrijving kwam van Dessler en Trenberth zelf

Reageerder Guido schrijft (vet door mij aangebracht):

Marcel,uiteraard is de stap van Wagner niet pluis en op het eerste gezicht niet te verdedigen. Maar ik denk dat het meer met de ophef over het S&B artikel te maken heeft dan met het artikel zelf. Skeptici klagen zo vaak dat het alarmistische bevindingen uitvergroot worden in de media,maar andersom kunnen “ze”er ook wat van. Het artikel zelf is redelijk voorzichtig maar de rem gaat los bij alle persberichten.

Inderdaad verwijst Wagner in zijn editorial naar de media-aandacht die de paper van Spencer en Braswell heeft gekregen:

With this step I would  also like to personally protest  against how the authors and like-minded climate sceptics have much exaggerated the paper’s conclusions in public statements, e.g., in a press release of The University of Alabama in Huntsville from 27 July 2011 [2], the main author’s personal homepage [3], the story “New NASA data blow gaping hole in global warming alarmism” published by Forbes [4], and the story “Does NASA data show global warming lost in space?” published by Fox News [5], to name just a few.

Wagner verwijst hierbij naar het persbericht van UAH, Spencers blog, een artikel van Forbes en een stuk van Fox News. Laten we die er eens een voor een bij pakken waarbij we dan vooral focussen op wat Spencer zelf zegt. Eerst het integrale persbericht: Lees verder…

Share

Waarom Wagner geen standbeeld verdient

Wolfgang Wagner, de hoofdredacteur van de open access journal Remote Sensing is afgetreden vanwege de publicatie van de controversiële paper van Spencer en Braswell. Hij deed dat vrijdag met een uitgebreid hoofdredactioneel. De cruciale passage in dat stuk luidt:

The problem is that comparable studies published by other authors have already been refuted in open discussions and to some extend also in the literature (cf. [7]), a fact which was ignored by Spencer and Braswell in their paper and, unfortunately, not picked up by the reviewers. In other words, the problem I see with the paper by Spencer and Braswell is not that it declared a minority view (which was later unfortunately much exaggerated by the public media) but that it essentially ignored the scientific arguments of its opponents. This latter point was missed in the review process, explaining why I perceive this paper to be fundamentally flawed and therefore wrongly accepted by the journal. Lees verder…

Share

Teleurstellende reactie Klimaatportaal op Singer (1)

Singer in gesprek met KNMI'ers Komen (links) en Drijfhout (rechts) tijdens het geanimeerde diner na afloop van de bijeenkomst.

Er heerst grote euforie bij prominente Nederlandse klimaatsceptici zoals Hans Labohm over de bijeenkomst met Fred Singer bij het KNMI. En dat is begrijpelijk. Het is vrij uniek dat iemand als Singer bij een officieel aan het IPCC gelieerd klimaatinstituut kan spreken. Nederland steekt op dit punt positief af bij andere landen en zelfs bij een debatland bij uitstek, Amerika (hoewel Singer daar onlangs ook sprak bij een prominent klimaatinstituut).

Maar daags na de roes en de blijdschap over de verbeterde relaties tussen mainstream onderzoekers en sceptici is er ook de kater. Natuurlijk betekent het feit dat Singer spreekt bij het KNMI niet dat men het met hem eens is. Het betekent slechts dat het debat met sceptici serieuzer genomen wordt dan een aantal jaar geleden het geval was. Het is daarom uitstekend dat Klimaatportaal – de website van het PCCC – een weerwoord geeft tegen het verhaal van Singer.

Dat levert een kater op want daar lezen we dit:

Tijdens een colloquium spraken de KNMI-ers en Singer over de belangrijkste stellingen die Singer aandraagt binnen het klimaatdebat. Wereldgemiddelde temperatuurtrends zouden zijn vertekend doordat de temperatuur in steden gemiddeld hoger ligt dan op het platteland. Weerstations zouden stijgende temperatuurtrends meten doordat de omgeving van de stations verstedelijkt.

Singer onderbouwt deze stelling met een voorbeeld uit Californië. Er zijn echter veel grootschalige studies die aangeven dat het stadseffect niet zorgt voor een vertekening van de gemiddelde temperatuur, ook niet op het niveau van de Verenigde Staten. Het is wèl zo dat een deel van de weerstations in de Verenigde Staten niet op de optimale locatie staat.

De door mij vet gemaakte zin is de passage die mij het meest stoorde. Het komt over als: ‘wij de wetenschappers vertellen u even dat het onzin is wat Singer zegt. Er zijn vele studies die Singer weerleggen, gelooft u ons nou maar.’

Om die studies vervolgens niet eens te noemen. In tweede instantie zag ik pas dat er een drietal achtergrondartikelen achter het openingsverhaal over Singer zitten. In een ervan gaat de auteur van het PCCC* dieper in op de kwestie van het stadseffect en worden wel degelijk enkele studies genoemd. Dat zwakte de aanvankelijke kater in ieder geval flink af.

Maar helemaal weg is de kater zeker niet na het lezen van dat achtergrondstuk. Lees verder…

Share

VU-bijeenkomst Hoezo Klimaatverandering?

Ik ben door VU-connected gevraagd deel te nemen aan een klimaatbijeenkomst op 21 september om 15 uur. Het wordt een drukke middag want er zijn eerst praatjes van een viertal onderzoekers, waarna Pier Vellinga en ik mogen reageren. Er is ook nog een politicus aanwezig (Marieke van der Werf van het CDA). De middag wordt geleid door Casper Thomas van de Groene Amsterdammer.

Hieronder de aankondiging. Aanmelden kan nog. Lees verder…

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list