Hoe lang gaat de CO2-opname nog door?

Guido van der Werf van de VU heeft mede naar aanleiding van het Lewis/Crok-rapport een uitgebreid blogbericht geschreven dat vooral kijkt naar naar de scenario’s. Ik verwacht de komende jaren veel aandacht voor de scenario’s. Momenteel zitten de emissies boven het zogenaamde RCP8.5 scenario, het hoogste van de vier IPCC-scenario’s. Een relatief lage klimaatgevoeligheid kan nog altijd aanzienlijk wat opwarming geven als de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer snel toeneemt.

Onderstaand blogbericht is ook geplaatst op de blog van Bart Verheggen.

Gastblog van Guido van der Werf

Samenvatting
Met simpel doortrekken van de ontwikkelingen van de laatste 15 jaar komen we dicht in de buurt van het hoogste IPCC scenario wat CO2-uitstoot betreft, het zogenaamde RCP8.5-scenario.

Onzekerheden in hoeverre het land en oceanen CO2 blijven opnemen zijn belangrijk en vormen een van de grote onzekerheden wat toekomstige klimaatverandering betreft.

Ongeveer een kwart van de forcering van het RCP8.5-scenario zit in niet-CO2 factoren waarin met name methaan een belangrijke rol speelt.

Zelfs als je deze niet-CO2 factoren buiten beschouwing laat kom je met lage waardes van klimaatgevoeligheid rond of boven de 2 graden opwarming in 2100 uit. Het meenemen van deze factoren of hogere klimaatgevoeligheden leveren uiteraard meer opwarming op, en vice versa.

Om toekomstige klimaatverandering te berekenen zijn grofweg vier factoren van belang: klimaatgevoeligheid, de netto klimaatforcering, de benodigde tijd om een nieuw evenwicht te bereiken, en natuurlijke factoren. De klimaatgevoeligheid heeft de laatste weken veel aandacht gekregen, met name vanwege een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar een lagere klimaatgevoeligheid uit kwam dan de 1.5-4.5 graden opwarming per CO2 verdubbeling van het laatste IPCC rapport.

Dit blogbericht gaat over de klimaatforcering en dan met name over de toekomstige uitstoot en atmosferische concentratie van CO2. Met behulp van acht grafieken laat ik zien wat voor factoren belangrijk zijn en wat de toekomstige CO2-concentratie zou kunnen zijn bij ‘business as usual’, oftewel bij geen mitigatie. Naast CO2 zijn er uiteraard ook andere factoren van belang inclusief emissies van methaan (CH4) en lachgas (N2O) maar die laat ik hier grotendeels buiten beschouwing. Lees verder…

Share

De Ingenieur: effect CO2 kleiner dan gedacht

Technologietijdschrift De Ingenieur vroeg mij de rubriek Punt te schrijven naar aanleiding van het rapport over klimaatgevoeligheid. Het staat in De Ingenieur nr. 3 van 2014 en is nu ook online te lezen:

Effect CO2 kleiner dan gedacht

Expert-review van nieuwste klimaatrapport

Het werkelijke klimaat is aanzienlijk minder gevoelig voor broeikasgassen dan klimaatmodellen suggereren. Toekomstverwachtingen voor de opwarming dienen daarom naar beneden bijgesteld te worden, stelt wetenschapsjournalist en expert reviewer Marcel Crok.

Het goede nieuws is dit: metingen aan ons klimaat over de afgelopen 150 jaar en de bijgewerkte kennis over effecten van broeikasgassen en aerosolen (luchtverontreiniging) suggereren dat het klimaat aanzienlijk minder (ruim veertig procent) gevoelig is voor broeikasgassen dan de klimaatwetenschap al decennia denkt, zo blijkt uit het rapport Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg.
Het rapport is geschreven door de Britse onafhankelijke klimaatwetenschapper Nic Lewis en ondergetekende. Wij waren beiden expert reviewers van het eind vorig jaar verschenen vijfde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). We constateerden dat het IPCC naar alle relevante literatuur verwijst maar het ‘goede nieuws’ niet bracht. Wij laten zien dat bij het een na hoogste emissiescenario van het IPCC twee graden opwarming pas rond 2100 bereikt hoeft te worden, en niet de komende 25 jaar, zoals het IPCC zelf concludeert.

Lees verder op http://www.deingenieur.nl/nl/artikel/32877/index.html

Share

Een gevoelige kwestie: Hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg

Persbericht

Rapport ‘Een gevoelige kwestie: Hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg’

De Britse denktank Global Warming Policy Foundation (GWPF) en stichting De Groene Rekenkamer presenteren vandaag, donderdag 6 maart in perscentrum Nieuwspoort het rapport ‘Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg’. Het rapport is geschreven door de Nederlandse wetenschapsjournalist Marcel Crok en de Britse onafhankelijke klimaatonderzoeker Nicholas Lewis. Beiden waren reviewers van het onlangs verschenen vijfde IPCC-rapport.

Het klimaat blijkt zo’n 40% minder gevoelig voor broeikasgassen dan klimaatonderzoekers en het IPCC al dertig jaar denken, zo laten Lewis en Crok zien in hun rapport ‘Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg’. Het vijfde IPCC-rapport, dat in januari werd gepresenteerd, bevat ook alle ingrediënten om die opbeurende conclusie te kunnen trekken. Toch trok het IPCC die niet.

In hun rapport gaf het IPCC onverwachts geen ‘beste schatting’ voor klimaatgevoeligheid, maar alleen een range van 1,5 tot 4,5 graden Celsius. Beleidsmakers zouden daaruit ten onrechte kunnen concluderen dat het midden van die range (drie graden) nog altijd het meest waarschijnlijk is. Lewis en Crok stellen op basis van observaties dat deze range aanzienlijk lager is, namelijk 1,25 tot 3,0 graden Celsius met een beste schatting van 1,75 graden.

De modellen zijn aanzienlijk gevoeliger dan het werkelijke klimaat aangeeft. De auteurs concluderen dan ook dat de IPCC-modellen de opwarming van de aarde in het jaar 2100 flink overschatten. Lewis: “Wij schatten dat bij het een na hoogste emissiescenario van het IPCC de opwarming eind van deze eeuw nog altijd beperkt blijft tot het internationale doel van twee graden.”

Het rapport verschijnt in een lange en een korte versie in het Engels en is vanaf vandaag te downloaden via de website van de GWPF:  http://www.thegwpf.org/category/gwpf-reports/ en van De Groene Rekenkamer:

A Sensitive Matter — How the IPCC Buried Evidence Showing Good News About Global Warming.pdf

Oversensitive — How The IPCC Hid The Good News On Global Warming.pdf

De lange versie van het rapport is in het Nederlands vertaald door Marcel Crok en is hier te downloaden:

Een gevoelige kwestie.pdf

Share

KNMI: mild winter caused by deep depressions

Return time in years of the lowest air pressure. The low pressure near Scotland occurs less than once every 100 years.

KNMI today posted a news article in Dutch about the so far very mild and wet winter in The Netherlands and the UK. It’s good to see that they don’t blame global warming for it. Here is a translation of their article:

Mild winter due to deep depressions
The exceptional unstable, very mild and wet weather, which has been persistent throughout the entire winter, is caused by a doggedly persistent pattern in air pressure. Time and again deep depressions travel over the Atlantic Ocean to the British Isles. Remarkable is the very low pressure in the core of depressions over the ocean northwest of Scotland. Based on a statistical analysis by KNMI  the low average daily pressure as observed this winter in this area occurs less than once every one hundred years.
The depressions lead to lots of rain and wind in western and southern Europe. In particular Ireland and England suffer from flooding. Large parts of England have never experienced such a wet January. In addition, coastal areas suffer from high waves.
In our country the mild southwesterlies also reign. There are areas in the southwest where the first frost of the winter still has to occur. Snow has only been observed in the far northeast. This winter is on track to become the mildest in three centuries thanks to the persistent mild weather.
KNMI expects that the rather mild and unstable weather with sometimes lots of rain and wind to continue to persist the coming ten days.

In a news article of the Dutch press agency ANP a spokesman of KNMI says: “We don’t know the exact cause. It has to do with natural variability.”

 

Share

Nic Lewis’ submission to the AR5 inquiry

All the written submissions to the UK Energy and Climate Change Committee are now online. Many interesting things to read. Lots of critical submissions. Judith Curry calls Nic Lewis’ contribution a “tour de force” which it really is. Some readers here might know that Nic and I have been working for the past few months on a report for the Global Warming Policy Foundation about how AR5 dealt with climate sensitivity. His submission is a nice introduction/summary of our report which hopefully will be published in January. Below is Nic’s submission. I strongly encourage readers to read it in full.

 

Written evidence submitted by Nicholas Lewis

Credentials and statement of interests

I am an independent, self-funded climate science researcher. In recent years I have specialised in the key area of climate sensitivity. My work has been published in the peer reviewed literature and is cited and discussed in the IPCC’s Fifth Assessment Report (AR5). I was an expert reviewer of AR5.

Introduction and summary

  1. The terms of reference for this inquiry ask various questions. I address the following questions; my related conclusions are italicised.
  • How robust are the conclusions in the AR5 Physical Science Basis report (AR5-WG1)?
    In the central area of climate sensitivity, they are misleading. The substantial divergence between sensitivity estimates from, on the one hand, satisfactory studies based on instrumental observations over an extended period and, on the other hand, from flawed studies and from computer models was not brought out.
  • Does the AR5 address the reliability of climate models?
    Not adequately. Shorter-term warming projections by climate models have been scaled down by 40% in AR5, recognising that they are unrealistically high. But, inconsistently, no reduction has been made in longer term projections.
  • Do the AR5 Physical Science Basis report’s conclusions strengthen or weaken the economic case for action to prevent dangerous climate change?
    Although the conclusions fail to say so, the evidence in AR5-WG1 weakens the case since it indicates the climate system is less sensitive to greenhouse gases than previously thought. Lees verder…
Share

Spreekt Mansveld zichzelf graag tegen?

NU.nl publiceert vandaag een lang interview met Wilma Mansveld, die dinsdag zal afreizen naar Warschau voor de jaarlijkse klimaattop. Mansveld is vol goede wil om er iets van te maken in Warschau maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat ze de zaken nog niet helemaal helder op een rijtje hebben. Het kan natuurlijk aan de uitwerking van de journalist liggen (nooit uitgesloten) maar meerdere keren in het gesprek lijkt Mansveld zichzelf tegen te spreken.

Zo vraagt de journalist of wat haar betreft de afspraken juridisch bindend gemaakt moeten worden. Mansveld zegt dan:

“Juridisch bindend is ingewikkeld. We moeten eerst met zijn allen een inbreng leveren en afspreken hoe we dat waarderen. Daarna moet gekeken worden of we de ambities kunnen ophogen en in hoeverre we dat juridisch bindend moeten maken.”
“Amerikanen schieten in de stress als er juridisch dingen worden vastgelegd. Dat schrikt af.”

De journalist vraagt dan of de top dan niet erg vrijblijvend wordt waarop Mansveld antwoord:

“Nee, aan het einde moeten we wel zorgen dat iedereen de afspraken nakomt.”

Hoe dan?
“Door de doelstellingen wel zo veel mogelijk juridisch bindend te maken of in politieke besluiten vast te leggen.”

Huh? Dus eerst is juridisch bindend maken ingewikkeld en Amerika schiet er van in de stress. Twee tellen later moet vrijblijvendheid voorkomen worden door “doelstellingen zoveel mogelijk juridisch bindend” te maken. Lees verder…

Share

Pielke/Bazilian: Energie voor iedereen botst met klimaatdoelstellingen

Ik volgde gisteren delen van het Algemeen Overleg Klimaat in de Tweede Kamer. Het debat was levendig, alle partijen roerden zich. Geregeld nam Staatssecretaris Mansveld de volgende doelstelling in de mond: 80 tot 95% reductie van CO2 in 2050.

Deze doelstelling wordt bijna achteloos gedropt en alle aanwezigen lijken ‘m heel gewoon te vinden. Niemand lijkt zich er iets van aan te trekken dat 80 tot 95% CO2-reductie in 2050 volstrekt onhaalbaar is. Praktisch onhaalbaar, bedoel ik dan.

Roger Pielke jr. heeft in zijn uitstekende boek The Climate Fix voorgerekend wat dit soort doelstellingen in de praktijk inhouden: het openen van één nieuwe kerncentrale iedere dag tussen nu en 2050. En dan hanteert hij gematigde aannamen voor de groei van de mondiale energiebehoefte. Lees verder…

Share

Wat bestreed Peter Kuipers Munneke?

In het debat deze morgen op Radio 1 (luister hier of  hier het fragment) tussen Peter Kuipers Munneke en mijzelf ging het niet verwonderlijk over de 15-jarige stagnatie van de mondiale temperatuur. Peter vond de stagnatie ‘interessant voor wetenschappers’ maar hij deed ‘m verder af als een natuurlijke schommeling.

Ik stelde vervolgens dat klimaatmodellen ook op een tijdschaal van 25 tot 35 jaar en dus klimaat-tijdschaal fors meer opwarmen dan het werkelijke klimaat. De afgelopen weken hebben zowel Lucia Liljegren als Stephen McIntyre daar uitgebreid over geblogd.

Peter zei vervolgens (transcriptie van het gesprek):

Sommige modellen vliegen wat uit de bocht, in de zin dat ze een wat te hoge opwarming voorspellen en andere modellen zitten daar juist weer onder; en die [modellen] geven een brede spreiding; sommige modellen zijn te koud, andere modellen zijn te warm.

Ik zei vervolgens, “nee, alle modellen zijn over de afgelopen dertig jaar te warm”.

Peter zei daarop: “dat bestrijd ik”.

Welnu, hier zijn de wat mij betreft twee relevante figuren voor deze discussie. De eerste komt uit het blogbericht van McIntyre, de tweede uit die van Liljegren:

De dikke zwarte balken geven de model mean aan. Helemaal rechts het gemiddelde van alle modellen (multi model mean). Al deze modelgemiddelden liggen ruim boven de waargenomen opwarming.

Voor de duidelijkheid, de eerste figuur bestrijkt een periode van 34 jaar, de tweede bijna 25 jaar. Het is duidelijk te zien dat alle modellen meer opwarming geven dan de waarnemingen.

Per e-mail gaf Peter de volgende uitleg:

Ik bestrijd in meer algemene zin dat modellen die voor het IPCC worden gebruikt de waarnemingen niet kunnen verklaren. Zolang ze gevoed worden met waargenomen CO2 zijn ze aardig in staat om de waargenomen opwarming over de afgelopen eeuw jaar te verklaren, zoals ook te zien in AR4. Ook reproduceren alle modellen de “tweedeling” in de 20e eeuw, met een vrijwel dubbel zo grote opwarming in de tweede helft van de 20e eeuw als in de eerste helft. Op langere tijdschalen doen ze het goed, en als je kijkt naar kortere periodes is de kans op een mismatch groter. Een run met een klimaatmodel blijft altijd één van de vele mogelijke realisaties van het klimaat gegeven een bepaalde forcering. Een multi-model mean over de tijdschaal van 50 tot 100 jaar blijft daarom de beste manier om de prestaties van klimaatmodellen te beoordelen en hun verwachtingen voor de komende eeuw te interpreteren.

Hiermee ontwijkt hij nu de termijn van dertig jaar die ik duidelijk noemde. Plots gaat het niet om 30 maar om 50 tot 100 jaar. Maar we weten ook dat de modellen op deze tijdschaal getuned zijn, dus hun gelijkenis kan je moeilijk gebruiken als bewijs voor hun validiteit. Wat dat betreft is het des te verwonderlijker dat modellen het zo ‘slecht’ doen over de afgelopen 34 jaar.

In een tweede mailtje verwees hij nog naar een paper van Gareth Jones en Peter Stott van dit jaar. Die paper vermeldt ook trends over de periode 1979 tot 2010 en de verschillen tussen modeltrends en waarnemingen lijken daar kleiner dan in de figuren van McIntyre en Liljegren. Die paper laat overigens niet zo duidelijk alle gemiddelde trends zien van de modellen, maar geeft een range voor de modellen. De paper gooit de CMIP3 en CMIP5 (zijn de modelruns die voor AR5 zijn gedraaid) modellen op een hoop, wat deels het verschil kan verklaren, McIntyre en Liljegren nemen alleen de CMIP5 modellen.

Ik blijf erbij dat je onmogelijk kunt hardmaken dat sommige modellen de afgelopen dertig jaar kouder waren dan de waarnemingen. Maar zoals je merkt is het lastig om het zelfs daarover eens te worden.

Share

Tol: Energieakkoord is log tienjarenplan met subsidies voor bevriende ondernemers

Richard Tol publiceerde eerder deze week een opiniestuk in NRC. Met zijn toestemming plaats ik het hier.

Energieakkoord is log tienjarenplan met subsidies voor bevriende ondernemers

Het Energieakkoord is op hoofdlijnen rond. De details laten nog even op zich wachten. Het is daarom moeilijk in te schatten wat er nu eigenlijk precies is afgesproken, of wat de gevolgen zijn. Dat is fijn. De komende paar maanden kunnen we net doen alsof het Energieakkoord ons allemaal een beetje rijker zal maken, dat het milieu gespaard zal worden, en de werkgelegenheid bevordert.

De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad hebben afgesproken dat Nederland klimaatneutraal moet zijn in 2050. Zo’n lange-termijn doelstelling zou zekerheid scheppen voor investeerders en uitvinders zonder wie een energieomwenteling onmogelijk is. Tegelijkertijd ondermijnt het Energieakkoord deze zekerheid door de doelstelling voor hernieuwbare energieopwekking te verschuiven van 2020 naar 2023. De doelstelling voor 2050 kan dus net zo makkelijk verschoven worden. Het Energieakkoord neemt nu alvast een slag om de arm: Klimaatneutraal in 2050 MITS er een internationale markt voor uitstootrechten is. Het valt nog te bezien of het huidige Europese stelsel van emissiehandel de komende paar jaar overleeft. Lees verder…

Share

KNMI versus Pielke jr. over weersextremen

Gisteren rapporteerde ik over de punten die Pielke jr inbracht in de Amerikaanse hoorzitting over klimaatverandering. Hij stelde kort gezegd dat er geen trends zijn waargenomen in het optreden van orkanen, tornado’s, overstromingen en droogtes. Hij baseerde zijn presentatie grotendeels op het SREX-rapport van het IPCC. Vandaag verschijnt het jaarverslag van het KNMI met daarin een hoofdstuk over hetzelfde SREX-rapport.

Laten we eens kijken wat het KNMI over SREX zegt (en wat niet). Onder het kopje ‘belangrijkste conclusies’ zegt het jaarverslag:

Voor de komende 20 tot 30 jaar is de verwachte toename van weerextremen klein ten opzichte van de natuurlijke variabiliteit. Vanaf 1950 is wel het aantal weerextremen toegenomen, maar hierbij zijn de regionale verschillen groot.

De eerste zin is enigszins relativerend en houdt in dat trends in extremen zeer lastig vast te stellen zijn omdat de natuurlijke variabiliteit groot is. De tweede zin is, laten we zeggen, een ‘interessante’ keuze. Hoe zal een gemiddelde lezer (niet perse goed ingevoerd in klimaatwetenschap) deze zin interpreteren zonder verdere uitleg? Zal hij/zij daaronder extremen als orkanen, tornado’s, overstromingen, hittegolven en droogtes scharen? Hoogstwaarschijnlijk wel.

Ik heb in het SREX-rapport gekeken waarop deze zin in het KNMI-jaarverslag vermoedelijk gebaseerd is. Ik vond dit in de Summary:

There is evidence from observations gathered since 1950 of change in some extremes.

Merk de verschillen op. In SREX staat dat er ‘verandering’ is in ‘sommige extremen’. Bij het KNMI is dat geworden: ‘het aantal weerextremen is toegenomen. Dus het woordje ‘sommige’ is weggelaten en ‘verandering’ (dat zowel meer als minder kan betekenen) is veranderd in ‘toegenomen’. Nu worden we wel benieuwd van welke extremen het aantal dan is toegenomen, maar helaas houdt de uitleg in het jaarverslag hier op. In de Summary van SREX volgt wel een hele opsomming voor de verschillende extremen. Bovenaan het lijstje prijkt de toename in warme dagen en nachten en de afname in koude dagen en koude nachten. Pielke noemt in zijn getuigenis deze ‘extremen’ niet eens, in mijn ogen terecht, want het is niet iets wat je echt beschouwt als een weers- of een klimaatextreem, het is voornamelijk een andere manier van zeggen dat het warmer is geworden.

Voorts rept SREX over een toename in extreme neerslag met de kanttekening dat die toename is waargenomen in sommige regio’s. SREX voegt daaraan toe:

It is likely that more of these regions have experienced increases than decreases, although there are strong regional and subregional variations in these trends.

Ik heb al eerder op deze site verwezen naar een analyse van Koutsoyiannis, helaas nog niet gepubliceerd, wel gepresenteerd op de EGU in Wenen, die laat zien dat de beste data die we hebben mondiaal gezien geen toename in extreme neerslag laten zien en zelfs eerder een afname dan een toename (als je alle tijdreeksen op een hoop gooit).

Waargenomen veranderingen
Pielke bespreekt in zijn getuigenis achtereenvolgens trends in schade door extreem weer (hij laat zien dat de schade gecorrigeerd voor GDP mondiaal 25% is afgenomen sinds 1990, zijn figuur 1), orkanen (geen toename in frequentie, intensiteit en genormaliseerde schade in de VS sinds 1900 en mondiaal geen toename in aantal orkanen sinds 1970), overstromingen (geen trend in de VS sinds 1950, genormaliseerde schade in de VS met 75% afgenomen sinds 1940, mondiaal ook geen aanwijzingen voor trends), tornado’s (geen toename in frequentie, intensiteit en genormaliseerde schade sinds 1950 in de VS, eerder enige aanwijzingen voor een afname), droogte (afname in de VS, zowel in voorkomen, duur als de grootte van de gebieden).

Niets van dit alles bespreekt het KNMI-jaarverslag. Wel besteedt het nog een hele alinea aan verwachtingen voor de toekomst:

Trend in klimaatextremen
Het is zeer waarschijnlijk dat de stijgende lijn van maxima- en minimatemperaturen deze eeuw zal doorzetten. Hittegolven kunnen vaker voorkomen en extremer worden. Dat geldt ook voor zowel zware neerslag als droogte. Wel zijn er grote verschillen tussen de regio’s. Zo laten de Verenigde Staten een toename zien van zware neerslag terwijl de kansen in West-Afrika, West-Azië en Australië hierop afnemen. De kans op toename van het aantal en de ernst van zware tropische cyclonen is klein. Wel is het waarschijnlijk dat extreem hoge waterstanden op zee vaker voorkomen. De trends in SREX gelden niet voor afzonderlijke landen omdat er te weinig metingen beschikbaar zijn en de modellen te grofmazig. Het rapport verdeelt de aarde in 23 regio’s. Nederland ligt op de grens van de regio’s Noord-en Centraal-Europa. Het is zeer waarschijnlijk dat dit gebied sterker opwarmt deze eeuw en de kans op hittegolven en droogte groter wordt. In de winter is er grotere kans op meer zware neerslag.

Hoewel het hier nergens staat is het merendeel van dit soort ‘verwachtingen’ gebaseerd op simulaties met klimaatmodellen die nog grote moeite hebben om al opgetreden veranderingen in de twintigste eeuw te simuleren.

Pielke zegt over de toekomst:

* A considerable body of research projects that various extremes may become more frequent and/or intense in the future as a direct consequence of the human emission of carbon dioxide.5
* Our research, and that of others, suggests that assuming that these projections are accurate, it will be many decades, perhaps longer, before the signal of human-caused climate change can be detected in the statistics of hurricanes (and to the extent that statistical properties are similar, in floods, tornadoes, drought).6

Het eerste bullet point zit op dezelfde lijn als de alinea van het KNMI. Het tweede punt zegt op een iets andere manier dat een toename in extremen niet snel boven de natuurlijke variabiliteit zal uitstijgen, iets wat het KNMI-jaarverslag ook vermeldde.

Samenvattend
Het KNMI-jaarverslag laat na ons te vertellen dat er feitelijk geen noemenswaardige trends zijn in de meer tot de verbeelding sprekende extremen zoals orkanen, tornado’s, overstromingen en droogtes en dat ook de schade door dergelijke extremen de afgelopen vijftig in veel gevallen eerder is afgenomen dan toegenomen. Dat staat allemaal – vaak wel in vreselijk wollige taal – in het SREX-rapport. Het KNMI kiest echter voor het vage en enigszins alarmerende ‘Vanaf 1950 is wel het aantal weerextremen toegenomen’, een bewering die niet letterlijk staat in SREX en die door het KNMI verder niet onderbouwd wordt.

Pielke twitterde dat hij zich tijdens zijn getuigenis wil opstellen als een ‘science arbiter’, een term die komt uit zijn boek The Honest Broker. Hij is daar veel beter in geslaagd dan het KNMI in hun jaarverslag. De koers die het KNMI kiest doet denken aan de werkwijze van Werkgroep II van het IPCC in het vierde rapport, u weet wel dat rapport met die overdrijving over het smelten van Himalaya-gletsjers in 2035.

Ervaren IPCC’er Arthur Petersen van het PBL zei daar afgelopen weekend in Trouw ($) het volgende over:

Toch ging er iets mis. Er slopen fouten in die rapporten. Daarover ontstond grote ophef in 2009.
“Dat klopt. Toen het PBL in 2010 op verzoek van het IPCC de werkwijze van het IPCC onderzochten, kwamen we met een vervelende boodschap. De oorzaak van de fouten ligt dieper. Het heeft met transparantie te maken, en met het benadrukken van risico’s.”
Waarschuwden ze te hard voor mogelijke gevolgen van klimaatverandering?
“Het ligt subtieler. Diverse werkgroepen stellen die rapporten samen, en die kijken anders tegen de risico’s aan. Werkgroep I (WG I) behandelt de wetenschappelijke basis: wat weten we over klimaatverandering? Die werkgroep vreest het verwijt ten onrechte te waarschuwen. WG II gaat over de mogelijke gevolgen, en zij zijn juist bang voor kritiek dat ze onvoldoende waarschuwen.” (…)
Werkgroep II helde juist de andere kant op.
“Ja, toen wij hun rapporten bekeken, bleek dat zij impliciet van de risico’s uitgingen. Dat ze bijvoorbeeld alleen de negatieve gevolgen van klimaatverandering benadrukten. Terwijl de opwarming van de aarde in grote delen van Rusland gunstig kan zijn voor bos- en landbouw. Als je weet wie eventueel baat heeft bij klimaatverandering, worden onderhandelingen over klimaatbeleid overzichtelijker. Maar ook: toen wij de fouten in de rapporten van WG II bekeken, bleken ze allemaal het risico te overschatten. De drijfveer om geen enkel risico te missen, zit bij hen heel diep.

Diezelfde houding bespeur ik ook bij de selectie die KNMI hier maakte voor het jaarverslag: goede nieuws weglaten en het benadrukken van de risico’s.

 

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list