Verheggen op het randje

Na de publicatie van het rapport Een gevoelige kwestie: hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg (Engelse versie hier) moest er even dringend aan andere zaken gewerkt worden, vandaar de media-stilte op deze blog.

Wereldwijd hebben Nic Lewis en ik niet te klagen over aandacht van media en blogs voor ons rapport. Ondanks dat we het rapport in Nieuwspoort presenteerden bleef de aandacht in Nederland echter beperkt. Trouw was de enige krant die er tot nu toe aandacht aan besteedde, meteen op de dag zelf. De Volkskrant komt waarschijnlijk aanstaande zaterdag met een uitgebreid stuk.

Trouw
Ik ben blij met het artikel in Trouw (hoewel de kop gemaakt lijkt te zijn door een eindredacteur die het onderwerp blijkbaar zat is) omdat het journalistiek gezien netjes te werk is gegaan. Het brengt eerst het nieuws (de publicatie van ons rapport), laat mij vervolgens aan het woord en doet tenslotte aan wederhoor door Bart Verheggen te citeren. Ik ben echter niet gelukkig met de opmerkingen die Verheggen maakt:

Crok en Lewis meten met twee maten, zegt klimaatwetenschapper Bart Verheggen. “Ze gooien negentig procent van de studies weg, zonder daar goede redenen voor aan te geven. Daardoor heeft het er alle schijn van dat ze naar een gewenste conclusie toewerken.”

Ik ben het met bijna alles in deze alinea oneens. Geen idee wat Verheggen precies bedoelt met het met twee maten meten. Vermoedelijk dat wij onvoldoende oog zouden hebben voor de tekortkomingen in de studies die wij “superieur” noemen (in vergelijking met andere studies). Wij gaan echter uitgebreid in op alle haken en ogen die er aan deze observationele schattingen (gedurende de instrumentele periode) kleven, laten zien wat IPCC erover zegt en doen conservatieve aannames als het gaat om onzekerheden. Zo rolt uit de vier studies die wij “de beste” noemen een range voor evenwichtsklimaatgevoeligheid van ongeveer 1,25 tot 2,5 graden, maar verhogen wij de bovengrens tot 3 graden vanwege het feit dat bepaalde onzekerheden vooral van invloed zijn op de bovengrens. Dus ben het oneens dat wij onkritisch de ene methode zouden accepteren terwijl we andere methodes bekritiseren.

Weggooien
Ik ben het eens met zijn volgende opmerking dat wij 90% van de studies weggooien. Het woord “weggooien” zouden wij zelf uiteraard niet gebruiken en is bewust gebruikt om negatieve associaties op te roepen bij de selectie die Lewis en ik hebben gemaakt. De kernvraag die Lewis en ik ons stelden en waarvan je verwacht dat ook het IPCC die gesteld zou hebben is wat de beste bewijzen zijn voor de klimaatgevoeligheid van ons huidige klimaat. Let op de nadruk op het woord “huidige”.

Met die vraag in ons achterhoofd hebben we een assessment gedaan van alle verschillende methodes die gebruikt zijn in de literatuur en die besproken zijn in het IPCC-rapport en die getoond worden in de inmiddels overbekende figuur 1 uit box 12.2 in het vijfde IPCC-rapport (figuur 2 in ons rapport):

Wij bespreken vrijwel ieder lijntje in deze figuur en geven aan om wat voor soort studie het gaat en wat eventuele tekortkomingen zijn. Soms is de tekortkoming simpelweg dat de studie oude data gebruikt. Pagina 24-27 en 34-43 van ons rapport gaan hierover, plus de appendix, plus een uitgebreid blogbericht op Climate Audit dat alle relevante schattingen voor de Transient Climate Response (TCR) nog eens onder de loep neemt.

Alle studies gewogen hebbende komen wij tot onze weloverwogen keuze voor de vier studies (die in AR5 genoemd worden) die wij de beste noemen. Dus in plaats van “weggooien” zou ik het een “weloverwogen selectie” willen noemen.

Verheggen stelt vervolgens dat wij 90% weggooien “zonder daar goede redenen voor te geven”. Ik heb bij hem gecheckt of hij hier niet onjuist geciteerd is, maar hij gaf aan volledig achter zijn woorden te staan. Een argeloze lezer van Trouw zal op basis van deze opmerking niet kunnen bevroeden in hoeveel detail wij ingaan op alle studies en hoeveel redenen wij aandragen om tot onze selectie te komen van de beste studies. Deze opmerking van Verheggen heb ik als ronduit kwetsend ervaren en doet absoluut geen recht aan het werk dat wij gedaan hebben en de onderbouwing die wij gegeven hebben. Wij geven wel degelijk “goede redenen” voor de keuzes die wij hebben gemaakt. Verheggen zou moeten zeggen dat hij het met die “goede redenen” niet eens is. Dat mag en dan zou hij kunnen aangeven waarom hij een andere keuze zou maken. Daarover zo meteen meer.

Cherry picking
Nu begint Verheggen echt op dreef te komen en zegt hij: “Daardoor heeft het er alle schijn van dat ze naar een gewenste conclusie toewerken.” Dus: Ze gooien 90% weg, geven geen goede redenen, gevalletje cherry picking, een argument dat internationaal ook gretig wordt gebruikt, want het is zo makkelijk, je hoeft er bijna geen “goede redenen” bij te geven.

Wij laten in ons rapport zien dat vrijwel alle observationele studies uit het vierde IPCC-rapport uit 2007 (zie onze figuur 1) ernstige tekortkomingen hebben, inclusief de paper Gregory 2002, waarvan wij de methode wel omarmen. Een uitzondering vormt Forster & Gregory 2006. Die studie werd alleen wel op een verkeerde manier getoond in AR4, maar in de oorspronkelijke gepubliceerde vorm is het een solide resultaat. IPCC merkt in AR5 echter terecht op dat je vraagtekens kunt plaatsen bij het resultaat om de doodeenvoudige reden dat de studie data uit een korte periode gebruikt en het maar de vraag is of zo’n korte periode wel representatief is voor de klimaatgevoeligheid op tijdschalen van een eeuw of langer.

Wij zijn het wat dat betreft met het IPCC eens en om diezelfde reden nemen we de schatting van Lindzen & Choi (de laagste schatting van allemaal) ook niet mee. Wij omarmen dus niet standaard alle studies die tot een lage klimaatgevoeligheid komen. We stellen dat je een zo lang mogelijke periode uit de zogenaamde “instrumentele periode” zou moeten gebruiken, de periode van 1850 tot nu. Die periode is waarschijnlijk lang genoeg om de invloed van interne variabiliteit te beperken. Over geen andere periode in de aardse klimaatgeschiedenis beschikken we over meer en betere data, ondanks alle onzekerheden. De vier studies waaruit wij onze beste schatting en range afleiden zijn dan ook gebaseerd op deze instrumentele periode.

Paleo
In de laatste alinea gaat Verheggen wat meer inhoudelijk in op de methodes waarmee je klimaatgevoeligheid kunt bepalen.

Er zijn vier manieren om de klimaatgevoeligheid te bepalen, zegt Verheggen. Elke methode heeft zijn voordelen en zijn onzekerheden. “De observatiestudies bestrijken maar anderhalve eeuw. Een grote, onzekere factor daarin is de warmte-opname door oceanen. De paleostudies, de reconstructies van vroegere klimaatveranderingen, hebben die onzekerheid veel minder. Daar zit het probleem in de vertaling naar het heden. Het is juist heel terecht dat het IPCC de uitkomsten van alle methodes combineert.”

Een grote onzekere factor in de observationele studies is volgens Verheggen de warmte-opname in de oceanen. Wij zijn het hier niet mee eens. Verreweg de grootste onzekere factor in de instrumentele schattingen zijn de onzekerheden in de forcings die grotendeels bepaald worden door aerosolen en wij gaan hier uitgebreid op in. Uiteraard zijn er ook onzekerheden rond de warmte-opname door de oceanen. Zie voetnoot 50 van ons rapport waarin we uitleggen dat wij ook hier een conservatieve (conservatiever dan Gregory zelf) aanname hebben gedaan voor de warmte-opname aan de begin van de instrumentele periode (toen we nog geen metingen hadden in de oceanen).

Verheggen benadrukt alleen maar nadelen/onzekerheden van de instrumentele schattingen (bestrijken maar anderhalve eeuw, onzekerheid oceanen) om dan een voordeel en een nadeel van paleostudies te noemen waarbij het overigens de vraag is wat hij precies bedoelt als hij zegt “de paleostudies hebben die onzekerheid veel minder”. In ons rapport citeren wij op pagina 36 wat het IPCC zelf zegt in AR5 over paleostudies:

However, uncertainties in palaeoclimate estimates of ECS are likely to be larger than from the instrumental record, for example, due to changes in feedbacks between different climatic states.

Daar is geen woord Chinees bij! De onzekerheden bij schattingen in paleostudies zijn groter dan bij de instrumentele schattingen, erkent IPCC, en niet kleiner zoals Verheggen suggereert met zijn opmerking “de paleostudies hebben die onzekerheid veel minder”.

Vertroebelen
“Zwakke studies vertroebelen het beeld” (poor estimates obscure the issue) luidt een van de hoofdstukken in ons rapport. Verheggen in Trouw en zijn medebloggers op de blog Klimaatverandering bevestigen dat dit de “strategie” is waarmee de klimaatgemeenschap momenteel de kop in het zand steekt.

“Wij baseren ons op al het bewijs”, zeggen zij steevast, verwijzend naar de bovenstaande figuur. Ik nodigde Verheggen per e-mail uit om concreter te worden. Noem eens vier/vijf wetenschappelijke studies die een “hoge” schatting (drie graden of meer) geven voor klimaatgevoeligheid en die jij goed vindt. Nee was min of meer zijn repliek, want ik baseer met op “al het bewijs”.

Ironisch
Ik kan niet nalaten om iets zeer ironisch op te merken. Sceptici wordt vaak verweten misbruik te maken van onzekerheden om op die manier klimaatbeleid uit te stellen, een argument dat ik zelf overigens nooit zou gebruiken omdat je bij klimaat nou eenmaal altijd met onzekerheden te maken zult hebben. Het verwijt is dan dat sceptici eerst 100% zekerheid zouden willen hebben voordat ze zouden willen overgaan tot mitigatiebeleid.

De afgelopen dertig jaar is ondanks miljarden aan klimaatonderzoek de range voor klimaatgevoeligheid niet veranderd en de onzekerheid is dus niet kleiner geworden. Het was 1,5 tot 4,5 graden in 1979 en dat is het nog steeds in AR5. Lewis en ik laten nu echter zien dat je op basis van de meest recente en beste wetenschappelijke inzichten deze range kleiner kunt maken, onze 1,25 tot 3 graden. De onzekerheden zijn dus wel degelijk kleiner geworden, een klein hoera voor de wetenschap graag!

Maar helaas gaat de range de ‘verkeerde’ kant op. Dus wat doet men: zwakke studies op een hoop gooien met goede studies, het beeld vertroebelen en dus claimen dat onzekerheden groter zijn dan ze zijn.

Ik ben er zeker van dat als de observationele schattingen zouden duiden op een range van 3 tot 4,75 met een beste schatting van 4, het IPCC dit groot gebracht zou hebben en dat het precies die voordelen zou noemen van de methode die wij ook aangeven in ons rapport (gaat grotendeels om observaties, gaat om ons huidige klimaat, is gebaseerd op behoud van energie, bestrijkt juist anderhalve eeuw wat lang genoeg zou moeten zijn om het effect van broeikasgassen zichtbaar te maken).

Mijn uitnodiging aan Verheggen blijft staan. Kom met een vijftal goede studies die een hoge klimaatgevoeligheid ondersteunen. Als daar modelschattingen tussen zitten, leg uit waarom modellen nu bijna twee keer zo gevoelig zijn als de “observaties” en waarom we meer waarde zouden moeten hechten aan modellen dan aan waarnemingen. Noem man en paard zoals wij dat ook gedaan hebben.

Share

19 comments to Verheggen op het randje

  • Hele nette reactie Marcel, en ik ben benieuwd of Verheggen hier echt op in durft/wilt gaan. Hij hult zich in nevelen door algemeenheden te gebruiken die dan graag door de journalist worden opgetekend. Jij riposteert zijn verhaal, heel goed!

  • Je kunt op allerlei manieren bestaande onderzoeksresultaten gebruiken. Uit democratisch oogpunt is er wellicht iets te zeggen voor een gelijke weging en het afzien van een waardeoordeel, zoals waar Bart Verheggen voor pleit. Uit wetenschappelijk oogpunt m.i. niet. De uitkomst van zo’n middeling is volstrekt arbitrair.

    Een correcte wetenschappelijke “assessment” doet precies wat Nic en Marcel gedaan hebben: een weging van alle beschikbare materiaal, op duidelijk omschreven criteria, en met een transparante methode. Uiteraard hoeft dat niet per se de juiste resultaten op te leveren: de criteria en de methode kunnen fout zijn.

    Zoals Marcel al schreef is de wetenschappelijk juiste manier om hierop te reageren het aangeven welke fouten in criteria en/of methode er volgens de opponent zitten. De positie dat ongewogen middeling van willekeurige hoeveelheden bronnen een beter resultaat geeft dan een correcte assessment is in mijn ogen niet houdbaar.

    In dit concrete geval komt daar nog bij dat de aantoonbaar onterechte insinuatie over de zorgvuldigheid van de onderzoeksmethode van Nic en Marcel bepaald niet chic is.
    Jammer dat de discussie in de media nog steeds af en toe zo gevoerd wordt.

  • Als je ook steeds de slechte metingen van de lichtsnelheid zou meenemen, waren we nooit opgeschoten sinds de 18e eeuw.

  • TINSTAAFL

    Blijkt maar weer dat, ondanks de zogenaamde “prima” samenwerking met Verheggen op Climate Dialogue, waar zijn prioriteiten altijd zijn blijven liggen: verkondiging van de CAGW. Lysenkoisme ten voeten uit…

    Trouw moet Marcel Crok’s reactie publiceren en Verheggen moet hier zijn standpunt verdedigen, maar ja hell freezes over first *zucht*.

    In oorlog, liefde én klimaatwetenschap is alles toegestaan…

  • Hierboven schrijf je dat: “Wij bespreken vrijwel ieder lijntje in deze figuur en geven aan om wat voor soort studie het gaat en wat eventuele tekortkomingen zijn.”
    Bij het onderdeel ‘paleo’ staan 6 lijntjes (waaronder de PALEOsens studie wat weer een overview studie is van 18 andere studies en waarin een likely range van de ECS wordt afgeleid van 2.2 tot 4.8, die jullie niet noemen in je rapport).
    Ik verwacht dan op zijn minst 6 uiteenzettingen waarin de tekortkomingen van iedere lijn grondig uiteen worden gezet.
    Echter, in minder dan 1 pagina (om precies te zijn 3 korte alinea’s op pagina 36) wordt op basis van 1 zin uit AR5 alle paleostudies naar de prullenbak verwezen. De zin die jullie citeren is: “uncertainties in palaeoclimate estimates of ECS are likely to be larger than from the instrumental record”.
    Jullie conclusie is vervolgens: ‘little weight can be put on the palaeoclimate estimates’

    Hier doen jullie dus niet wat je hierboven beschrijft te hebben gedaan. Nog los van het feit dat de conclusie die jullie trekken niet op basis van die zin gemaakt kan worden. Het enige dat wordt gesteld in AR5 is dat de onzekerheden van ECS-schattingen op basis van paleo-studies wellicht groter zijn dan schattingen op basis van waarnemingen. Meer niet. Een eenduidige boodschap die vele malen wordt herhaald in AR5 is dat een schatting van ECS gebaseerd moet zijn op “multiple and partly independent lines of evidence”.

    Naar mijn mening is jullie rapport slechts een eerste aanzet die gevolgd zou moeten worden door een veel grondigere studie waarin echt alle pro’s en con’s van alle studies op een rijtje worden gezet. Dat zou een fantastische publicatie kunnen opleveren en volgens mij kan de discussie die we willen gaan voeren met Nic Lewis en hopelijk 1 of 2 sterke opponenten op Climate Dialogue daarvoor een eerste aanzet zijn. Ik kijk daar naar uit!

  • Marcel Crok

    @Bart Strengers

    Bart, je ziet een belangrijke passage op pag 30/31 over het hoofd waar wij schrijven:

    “We will therefore discuss the estimates in Figure 2 in some detail, showing why little weight should be put on those estimates that are inconsistent with the likely ranges for the ‘best observational’ studies in Table 2, either because of
    some identified serious shortcoming in their derivation or because they use a method upon which AR5 itself casts doubt. In this connection, we will accept the conclusion in AR5 that estimates of ECS based on:
    • past climate states very different from today
    • timescales different than those relevant for climate stabilization (e.g. climate response to volcanic eruptions)
    • forcings other than greenhouses gases (e.g. volcanic eruptions or solar forcing)

    may differ from the climate sensitivity based on the climate feedbacks of the Earth system today.
    Accordingly, so far as observational estimates of ECS are
    concerned we concur with the AR5 authors that reliance should primarily be placed on instrumental estimates based onwarming during a substantial part or all of the period since 1850.”

    Maw de klimaatgevoeligheid gebaseerd op het klimaat in een andere tijd (bv ijstijd) kan verschillen van de klimaatgevoeligheid van het huidige klimaat. Aldus het IPCC zelf. Gegeven dat standpunt had het weinig zin om in al te veel details te treden over paleoschattingen, gegeven de vele andere studies die we al te bespreken hadden.
    Je zou nog kunnen opmerken dat het opnemen van de paleoschattingen in de figuur 1 van box 12.2 derhalve verwarrend is en het beeld meer vertroebelt dan nodig is.

    Als Bart Verheggen of jij sterke redenen ziet om op dit punt af te wijken van AR5 ben ik erg benieuwd naar jullie redenering. En zou ik ook graag concrete voorbeelden zien. Welke periode neem je? Hoe goed zijn je data in die periode wat betreft kennis van mondiale temperatuur, forcings, gedrag oceanen?

    groet
    Marcel

  • Ik geef alleen maar aan dat jij niet alle lijntjes behandelt, zoals je in je eigen commentaar zegt te doen. Dat andere citaat wat jij behandelt doet daar niets aan af. Het is volgens mij niet de conclusie van AR5 dat de paleostudies niet meegenomen zouden hoeven worden. Tenzij jij een citaat weet waarin ze dat expliciet zeggen. Ik laat me graag overtuigen (maar nogmaals, we kunnen dit ook bewaren voor Climate Dialogue).

    Groet,
    Bart.

  • Marcel, mijn complimenten voor jullie rapport en mijn felicitaties voor de aandacht die je er internationaal mee hebt verkregen.

    Jullie keuze om minder waarde te hechten aan de paleo-studies, begrijp ik. Die studies hebben veelal betrekking op een wereld die er anders uitzag dan de huidige. Continenten waren geclusterd c.q. lagen op een andere plek, de intensiteit en configuratie van de oceaancirculatie was anders, enorme verschillen in sneeuw/ijs-albedo (ijstijden), stof, waterdamp, orbital forcing, etc. Allemaal zaken waarvan het klimaateffect onvoldoende duidelijk is en die nieuwe vragen oproepen.

    Jullie analyse is gebaseerd op instrumentele observaties vanaf 1860. Was het klimaat toen in evenwicht of was er toen nog sprake van een recovery vanuit de Kleine IJstijd die omstreeks 1800 ten einde kwam? In hoeverre is de stijging van de oppervlaktetemperatuur ná 1860 nog te verklaren door het na-ijleffect van LIA? In AR4 werd daar nog een opmerking over gemaakt in de trant van ‘geen hard bewijs gevonden'; AR5 zwijgt daarover. Indien er sprake is geweest van een dergelijke recovery, dan zouden jullie TCR/ECS-waarden nog wat lager uitvallen.

    Eenzelfde kanttekening kan ook geplaatst worden bij de warmteopname van de oceaan. De (diepe) oceaan reageert uitermate traag – honderden tot duizend(en) jaren – op een forcering. De temperatuurtoename op een bepaalde diepte is dus deels het gevolg van een verandering in een ver verleden, vóór 1860. In andere woorden: ook in het hypothetische geval van een – na 1860 – ongewijzigde forcering, zou de OHC nu nog steeds toenemen. In de vele publicaties over de OHC in relatie tot de energiebalans, mis ik een beschouwing over deze trage oceaanrespons. Ook dit zou consequenties kunnen hebben voor de TCR/ECS. Hoe zijn jullie daar mee omgegaan?

  • Verder is een ECSwaarde absoluut niet interessant voor beleidsmakers omdat de typische responstijd een tot twee EEUWEN bedraagt, dat is dus echt over je graf heen willen regeren. Zoals ik al vaker elders heb gesteld: mitigerende maatregelen nu gaan ten koste van de armen van nu en ten bate van de rijken van 2100, wie dat rechtvaardig vindt mag zijn hand opsteken. De komende 80 jaar is opwarming gunstig, dus hoeven we niets te doen, sterker nog alle co2 beperkende maatregelen verlengen gewoon de armoedestatus van de emerging economies.

  • Boels069

    Bert Amesz schreef:
    “Continenten waren geclusterd c.q. lagen op een andere plek, de intensiteit en configuratie van de oceaancirculatie was anders, enorme verschillen in sneeuw/ijs-albedo (ijstijden), stof, waterdamp, orbital forcing, etc. Allemaal zaken waarvan het klimaateffect onvoldoende duidelijk is en die nieuwe vragen oproepen.”

    Precies!
    Elke millimeter van een boring kan betrekking hebben op processen vele duizenden jaren vóór of na de processen die betrekking hebben op een millimeter erboven of eronder.

  • Rob v

    In de grafieken van onze vriend Al Gore hebben we gezien dat CO2 waarden pas gaan stijgen zo’n 800 jaar na het stijgen van de temperatuur. Dat zou dus betekenen dat de huidige stijging in CO2 mede te danken is aan de M.W.P. De CO2 die toen werd opgeslagen in de diepe oceaancirculatie komt nu pas vrij.

  • Nee dat heeft Ferdinand Engelbeen al vaak weerlegd.

  • Rob v

    Marcel Crok

    In het ‘voorwoord’ van het rapport hebben jullie het over ” the social cost of carbon” Ik neem aan dat je hier CO2 bedoelt. Ik persoonlijk vind het niet juist ‘Carbon’ te gebruiken als we het over ‘Carbon Dioxide’ hebben.

  • Rob v

    Ik begrijp dat het Voorwoord niet door jullie is geschreven maar het is wel een onderdeel van het geheel.

  • Guido van der Werf

    Het lijkt wel of er twee dingen door elkaar heen lopen en er iets met de pot en de ketel aan de hand is:
    1) Crok heeft een goed punt in de zin dat je, als je de beste observationele studies met de nieuwste inzichten draait, je op een relatief lage gevoeligheid uit komt.
    2) Verheggen heeft een punt dat je je mening niet op een bewijscategorie mag vormen en dat er meerdere insteken zijn wat betreft de betrouwbaarheid van de verschillende bewijscategorien.

    In principe hebben resultaten gebaseerd op metingen de voorkeur, lijkt me duidelijk. Maar vergeet niet dat de gebruikte methode ook nadelen heeft, zeker als je de gekregen waardes gaat projecteren op de toekomst. Het gaat er bijvoorbeeld vanuit dat het hele systeem lineair is terwijl we weten dat het niet zo is. Koolstof – klimaat terugkoppelingen bijvoorbeeld zitten er nog totaal niet in maar kunnen de gevoeligheid omhoog stuwen over de komende decennia. Dit zit wel in paleo studies en je kan het modelleren. Betekent nog niet dat die studies beter zijn, maar ik zou ze nog niet gelijk afserveren. Uiteraard zijn er ook redenen te vinden waardoor je weer lager uitkomt, kernpunt is dat de onzekerheden nog steeds groot zijn.

    Ikzelf zou me anders dan Verheggen hebben uitgedrukt maar zijn reactie kan ook wel met de framing van het rapport te maken hebben, iets waar ik me ook aan stoor. In de press release en de blogs draait het om de boodschap dat het IPCC zijn werk niet goed gedaan zou hebben. En dit doet het ook goed in de krant. Kijk naar de kamervragen van de PVV: “Uit nadere bestudering van het 5e IPCC-rapport blijkt dat het klimaat amper gevoelig is voor broeikasgassen.”.

    Dat is toch bizar? Zelfs als het IPCC zijn werk niet goed gedaan zou hebben staat het rapport -als je nuchter kijkt- dichter bij het IPCC dan bij de sceptische boodschap dat het klimaat niet of nauwelijks gevoelig is voor antropogene factoren. Ik vind de framing dan ook eenzijdig in dit gepolariseerde debat en het wekt frustratie op waardoor je niet altijd even genuanceerde antwoorden krijgt, we zijn allemaal mensen.

    @Marcel – in het Trouw stuk staat: “… Crok: ‘Als je die waarde in de klimaatmodellen stopt, vermindert de voorspelde temperatuurstijging voor deze eeuw met 70 procent.”. Ik begrijp dit niet, modellen zitten gemiddeld rond de 3 en jullie komen met een beste schatting van 1.75. Dan is het verschil toch rond de 40% of zo?

    @Bert Amesz: zie ook Otto et al., 2013 in Nature Geoscience (waar Nic Lewis aan mee heeft gewerkt) waarin de klimaatgevoeligheid redelijk constant blijft als je naar individuele tijdvakken van de laatste 50 jaar kijkt, met wat lagere waardes voor de meest recente 10 jaar.

    @Hans Erren: als je inderdaad 80 jaar lang niks doet dan zit je op 20 Pg koolstof per jaar uitstoot op het moment dat het nadelig wordt. Dat is een beetje als steeds harder op een boom afrijden zonder te remmen omdat er toch niks aan de hand is … tot het moment dat je de boom raakt. Dat laatste niet een 100% eerlijke vergelijken maar het idee is duidelijk lijkt me. En waarom kan je niet met mitigatie beginnen op de plaatsen waar er het geld voor is. Tuurlijk heb je gelijk dat landen zich moeten kunnen ontwikkelen, maar dat betekent toch nog niet dat de rest van de wereld niks kan doen?

  • Omdat Guido, het klimaatprobleem geen beginwaardenprobleem maar een randvoorwaardenprobleem is.

    De randwoorwaarde is dat de arme landen rijk worden. Daar lost mitigatie helemaal niets aan op omdat mitigatie slechts de armen arm houdt door de enorme stijging van energiekosten die direct terugkomt in de prijsindex.
    Ik heb liever rijken met een (klein) klimaatprobleem dan armen zonder klimaatprobleem in 2100.

    Het klimaatdilemma is de catch-22 van de emerging economies. Zelfs al gaat heel Europa over op 100% duurzaam, dan lost dat het dilemma niet op. En voor de emerging economies is 100% duurzaam gewoon onbetaalbaar.

    Lewis en Crok hebben het goede nieuws ontdekt, dat de emerging economies genoeg tijd hebben om rijk te worden.

  • Marcel Crok

    @Guido

    Deze zin van jou is een verademing in vergelijking met de reactie van Bart in Trouw:
    “In principe hebben resultaten gebaseerd op metingen de voorkeur, lijkt me duidelijk.”

    Zou Bart met zo’n zin begonnen zijn en had hij daarna een aantal kanttekeningen willen plaatsen bij de instrumentele schattingen, dan had ik dit blogbericht niet geschreven.

    “In de press release en de blogs draait het om de boodschap dat het IPCC zijn werk niet goed gedaan zou hebben.”
    Wij schrijven in het persbericht:
    “The clues for this and the relevant scientific papers are all referred to in the recently published Fifth Assessment report (AR5) of the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). However, this important conclusion was not drawn in the full IPCC report – it is only mentioned as a possibility – and is ignored in the IPCC’s Summary for Policymakers (SPM).”

    Dat is alle “kritiek” die wij uiten op het IPCC naast onze titel “How IPCC hid the good news”. Als dit niet meer kan, dan vraag ik me af of kritische vragen stellen bij IPCC-rapporten uberhaupt wel mogelijk is.

    Op de PVV heb ik geen invloed en we weten allemaal hoe ongenuanceerd ze zijn. Het is onterecht om ons dat aan te rekenen. Het enige dat ik kan doen is erop reageren op mijn blog wat ik in dit geval ook gedaan heb. Bedenk dat de kamervragen de krant ook niet halen.

    Dat citaat in Trouw dat je aanhaalt is incorrect. Hier probeer ik uit te leggen dat we met TCR projecties hebben gedaan naar 2100 die lager uitvallen dan die van IPCC. De IPCC-projecties bij de hoogste drie scenario’s vallen 1,7, 1,7 en 2 keer zo hoog uit als de onze. 1,7 keer is 70% dus daar komt die vandaan. Die 70% klopt dus wel maar niet dat dat gebaseerd is op klimaatmodellen. Het is gebaseerd op onze TCR-projecties.
    Bij ECS deden we het rekensommetje omgekeerd dus, 3 – 1,75/3 * 100% = ruim 40%.

    gr Marcel

  • Marcel Crok

    @Rob v
    Social Cost of Carbon is de term die klimaateconomen gebruiken. Waarom zou Curry daar in haar voorwoord vanaf moeten wijken?
    Marcel

  • Rob v

    @ Marcel Crok

    Op de eerste plaats zeg ik “Ik persoonlijk vind het niet juist”
    En op de tweede plaats lijkt het mij niet slim om je ‘tegenstanders’ een handje te helpen met woorden die door hen bewust zijn gekozen om de leek te verwarren. Carbon is zwart en vuil. Juist door dit foute gebruik zijn termen als ‘carbon tax’ en ‘carbon pollution’ mogelijk. Het is hetzelfde als het laten zien van wolken waterdamp uit koeltorens met tegenlicht en praten over CO2 vervuiling.

    Gelukkig is het in de Nederlandse uitgave wel duidelijk.

    Verder blijft de klimaat toekomst glazen bollen werk met wat we op dit moment weten.

Geef een reactie

  

  

  

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list