Waarom ik teleurgesteld ben in AR5

Waarom ik teleurgesteld ben in AR5, dat was de titel van mijn presentatie gisteren tijdens een symposium in Nieuwspoort. Ook Bob Carter, Fred Singer (zij vertegenwoordigden het NIPCC-rapport) en Albert Klein Tank (KNMI en coordinating lead author van AR5) waren sprekers.

Ik gebruik weinig tekst in mijn presentaties in de hoop dat de aandacht bij mij als spreker blijft. Dus de pdf van de presentatie is niet zo gemakkelijk te lezen. Ik zal daarom een puntsgewijze samenvatting geven.

Het eerste deel van mijn lezing ging over de stagnatie en in het bijzonder de veelbesproken figuur 1.4 waarmee het IPCC meent aan te tonen dat de waarnemingen binnen de modelrange van verschillende IPCC-rapporten valt. Ik baseer me hier grotendeels op de analyse (en hier) van Steve McIntyre op Climate Audit. In de first draft zat er een fout in grafiek 1.4 (model ranges klopten niet)(slide 5).

In de gelekte en daardoor veelbesproken tweede draft vielen de waarnemingen (slide 7) van de laatste jaren buiten alle model ranges. IPCC voegde echter een nieuwe grijze balk toe (nooit eerder gebruikt waarvan de herkomst onduidelijk is maar die (ad hoc) bedoeld is om een soort extra onzekerheidsmarge aan te geven. Laat je die grijze balk weg (slide 8) dan zie je des te beter dat veel jaren buiten de hele range vallen (in de vroeg jaren komt dit overigens grotendeels door de reactie op Pinatubo in 1991.

Blijkbaar was deze grafiek toch te inconvenient voor het IPCC en dus stond er wederom een nieuwe versie (slide 10) in het definitieve rapport. Volgens McIntyre staat er vrijwel zeker een fout in deze definitieve versie. De modelranges zijn omlaag verplaatst (best te zien bij de SAR range) waardoor de waarnemingen er plots wel weer in vallen. McIntyre denkt dat de fout veroorzaakt is door gebruik van verschillende referentieperioden. Voor de waarnemingen is de periode 1961-1990 als referentie gebruikt, maar voor de modellen is 1990 als startjaar gebruikt. Het laatste woord zal hier nog niet over gezegd zijn. Maar gegeven het belang van ‘de stagnatie’ in het debat van de laatste jaren is het opmerkelijk dat het IPCC zo amateuristisch te werk is gegaan bij het maken van deze grafieken. Merk ook op dat de definitieve grafiek (final draft, 7 juni) nog wel is voorgelegd aan de governments, maar niet meer aan de expert reviewers. De landendelegaties zijn in dat stadium echter vooral bezig met de SPM.

Mijn conclusie (slide 15) is dat het IPCC niet eerlijk heeft getoond dat modellen en observaties de laatste 15 jaar al flink uiteen zijn gaan lopen. In slide 16-18 laat ik zien dat de trendverschillen tussen modellen en observaties aanzienlijk zijn op een tijdschaal van 15 jaar, 20 jaar, 25 en 34 jaar. Hoewel de stagnatie een tijdelijk fenomeen kan zijn, zijn de verschillende tussen modellen en observaties dat niet. Er lijkt een fundamenteel probleem te zijn met de modellen. De modellen overschatten de toename van de wereldwijde temperatuur over de laatste 34 jaar al met 50%. Kijk je naar de temperatuur van de oceanen dan is de discrepantie tussen modellen en waarnemingen zelfs rond de 100%.

Waarom doet het IPCC nu zo haar best om die discrepantie te verbergen? Modellen vormen de belangrijkste pilaren onder het hele rapport en alle toekomstprojecties (slide 19) zijn erop gericht (inclusief de nu veelbesproken toegenomen schattingen voor de zeespiegelstijging). Wat moeten we er nu van denken dat de modellen de werkelijkheid al 50% overschatten in de laatste 34 jaar? Het IPCC rept hier niet over en zegt alleen maar: de modellen doen het prima over de periode 1951-2012 en de laatste 15 is te kort om iets over te zeggen.

Klimaatgevoeligheid
Dan maak ik een bruggetje naar klimaatgevoeligheid. Ik werk samen met de Brit Nic Lewis aan een uitgebreide reactie op AR5 die zich geheel richt op klimaatgevoeligheid en die hopelijk over een paar weken uitkomt.

In slide 21 laat ik zien dat in alle belangrijke (inter)nationale rapporten sinds 1979 er altijd een beste schatting voor klimaatgevoeligeheid is gegeven. Meestal was die 3 graden Celsius (twee keer 2,5). Dat IPCC deze keer dus geen beste schatting gaf is – om in IPCC-termen te spreken – derhalve unprecedented.

Nic Lewis heeft ‘ontdekt’ dat het IPCC in het vierde rapport fouten heeft gemaakt bij de weergave van studies. Had IPCC het goed gedaan, dan had de enige studie die op dat moment volledige gebaseerd was op observaties (Forster en Gregory 2006) een beste schatting laten zien van 1,6 graden Celsius. Alle andere studies zijn afhankelijk van GCMs of gebaseerd op paleo-schattingen. (slide 23-25)

Vervolgens deed ik iets wat je natuurlijk nooit mag doen in een ‘populaire’ presentatie. Ik liet een wiskundige formule zien voor de Equilibrium Climate Sensitivity (ECS). De formule luidt:

ECS = F2× ΔT / (ΔF − ΔQ)

ECS = Equilibrium Climate Sensitivity oftewel klimaatgevoeligheid
F2x = forcing bij een verdubbeling van CO2 = 3,7 W/m2
ΔT = toename wereldwijde temperatuur
ΔF = toename totale forcering
ΔQ = warmteopname door de oceanen

Het Grote Nieuws
Het grote nieuws van AR5 (slide 28) is dat de totale forcering met 43% is toegenomen! Dit komt met name doordat de schattingen voor aerosolen in AR5 naar beneden zijn bijgesteld. Meer forcing en temperatuurstagnatie betekent eigenlijk automatisch dat de ECS naar beneden gaat (tenzij er een grote toename zou zijn aan warmte in de oceanen).

Met de cijfers uit de SPM en het onderliggende rapport komen we tot de volgende berekeningen voor ECS en TCR (Transient Climate Response). De TCR is de opwarming die je krijgt als je in 70 jaar de CO2-concentratie verdubbelt (met telkens 1% per jaar). De TCR is sterk in opkomst omdat die beleidsrelevanter is, je hoeft immers niet te wachten tot het systeem evenwicht bereikt.

Met de getallen uit de SPM en het onderliggende rapport vinden we dan een ECS van 1,5 graden Celsius en een TCR van 1,14 graden Celsius. Die 1,14 is gebaseerd op 61 jaar i.p.v. 70 jaar. Een kleine correctie naar boven tot 1,2 lijkt daarom gerechtvaardigd. De CMIP5 klimaatmodellen (slide 30) daarentegen zitten op respectievelijk 3 (ECS) en 1,8 (TCR).

AR5 gaf geen best estimate voor ECS en ook niet voor TCR. De range voor ECS is 1,5 tot 4,5 en die voor TCR is 1 tot 2,5. Merk dus op dat de observaties leiden tot schattingen voor ECS en TCR die dicht bij de ondergrens zitten.

Net als bij de stagnatie (>15 jaar), de discrepantie tussen modellen en observaties over 25 en 34 jaar, vallen dus ook in het geval van klimaatgevoeligheid de modellen aanzienlijk hoger uit dan het ‘werkelijke’ klimaat.

Deze lage schattingen voor ECS en TCR zijn dus eenvoudig zelf te berekenen, maar er zijn het afgelopen jaar ook diverse studies verschenen die het op een iets geavanceerdere manier gedaan hebben. De beste schattingen (slide 31) uit die studies (in blauw) overlappen niet of nauwelijks met de hele range van de modellen.

Veel goedkeurend gebrom in de zaal gedurende mijn presentatie, vermoedelijk omdat de toehoorders bevestiging kregen van wat ze al vonden. Dat verstomde enigszins bij slide 33 waarbij ik de vraag stelde of we met die lage schattingen nu ‘veilig’ zijn. Slide 33 laat zien dat we bij het hoogste scenario van het IPCC (RCP8.5) zelfs bij lage klimaatgevoeligheid toch nog ruim 2 graden opwarming krijgen deze eeuw (totaal 2,9 graden t.o.v. pre-industrieel). In slide 34 is te zien dat we momenteel boven die hoogste scenario zitten. Of dat op de langere termijn realistisch is, is een belangrijke vraag voor de komende jaren en decennia.

Hoe dan ook, ik ben teleurgesteld in AR5 omdat het IPCC heeft nagelaten om ons eerlijk te berichten over de stagnatie en met name over de groeiende discrepantie tussen de modellen en de waarnemingen. Het grote nieuws van AR5 is dat schattingen voor klimaatgevoeligheid – gebaseerd op observaties van de afgelopen 150 jaar – spectaculair naar beneden zijn gekomen. Deze informatie is zeer beleidsrelevant maar moet je echter met een loep proberen te vinden in het rapport. Als beleidsmaker zou ik me flink bekocht voelen.

De 95% is betekenisloos
Ik vergeet nog het volgende. Mijn alternatieve titel was: waarom de 95% zekerheid van AR5 betekenisloos is. Nic Lewis noemde deze claim aan de telefoon een ‘no-brainer’. De 95% zekerheid kreeg alle aandacht in de media na het uitkomen van de SPM en werd gebracht als het belangrijkste nieuws. 95% is genoeg, schreef NRC vorige week zaterdag in een hoofdredactioneel.

Fokke en Sukke (slide 37) zagen deze toegenomen ‘zekerheid’ al vlak na het uitkomen van AR4 in 2007 aankomen. Gegeven het nu al 15 jaar voortduren van de stagnatie, de groeiende discrepantie tussen modellen en observaties, het niet geven van een beste schatting voor klimaatgevoeligheid (vanwege een ‘lack of agreement on values across assessed lines of evidence and studies), is die toegenomen zekerheid (die min of meer bepaald wordt door hand opsteken van de IPCC-auteurs) ongeloofwaardig.

Maar ik doel hier nog op iets anders. De lage schattingen voor ECS en TCR uit observaties gaan ervan uit dat vrijwel 100% van de opwarming sinds 1850 antropogeen is! Die aanname gaat dus nog verder dan de 95% claim van IPCC die stelt dat meer dan de helft van de opwarming sinds 1950 antropogeen is. Zelfs met deze aanname (100% antropogeen sinds 1850) kom je dus met de nieuwste inzichten voor de forcings uit op lage waarden voor klimaatgevoeligheid. De 95% van het IPCC is een geweldige afleidingsmanoeuvre gebleken waar alle media ‘ingetrapt’ zijn. Het werkelijke nieuws is dit: ja, de mens heeft invloed op het klimaat, maar die invloed lijkt aanzienlijk kleiner dat we tot nu toe dachten.

 

 

 

 

 

 

Share

28 comments to Waarom ik teleurgesteld ben in AR5

  • Wim van Hoorn

    Beste Marcel,
    dank voor je interessante presentatie (ik zat achterste rij). De uitleg over een lagere ECS was overtuigend, maar ik vroeg me af of de temperatuurstijging in het verleden was gecorrigeerd voor het effect van de zon. Uit je laatste alinea blijkt dat dat niet zo is. Dit betekent toch dat veel IPCC-schattingen (ECS, temperatuur- en zeespiegel-stijging minstens een factor 2 te hoog zijn? Dat zou dus een maximale stijging in het slechtste scenario van slechts 1 graadC betekenen?
    Verder vraag ik me af of er goede en voor een leek toegankelijke schattingen/modellen bestaan over het aandeel van de zon in de temperatuurstijging van 1850-heden. De correlatie is hoog(zie b.v. gr. 3.1 van NIPCC-rapport. Het NIPCC noemt een getal van 66% aandeel van de zon. De rest kan je dan ook nog niet automatisch aan CO2 toeschrijven. Eerder zo’n 25%. Een maximale stijging van 0,5 gr. in het slechtste scenario is dan het resultaat. De zaal had bij dit cijfer niet gebromd, denk ik.
    Kun je hier wat mee?
    succes, Wim van hoorn

  • Jos Hagelaars

    Hoi Marcel,

    Over het jezelf beperken tot één bewijscategorie aangaande de klimaatgevoeligheid zullen we het niet eens worden, maar ik vond het goed van je dat je in de presentatie alle door het IPCC gebruikte categorieën met hun onzekerheden (AR5-FD Figuur 12.2) hebt laten zien, samen met die figuur uit Peters et al 2013 over het RCP8.5 scenario.
    Leuk trouwens dat je daarvoor de images uit mijn blogstuk over de klimaatgevoeligheid hebt gebruikt :) .

    @Wim van Hoorn

    Die figuur 3.1 uit het NIPCC rapport is gebaseerd op een oude TSI reconstructie van Hoyt en Schatten (1993), zie: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S136468261200288X
    Deze reconstructie is inmiddels volledig achterhaald, de wetenschap staat gelukkig niet stil. In IPCC AR5 FD kun je enkele nieuwe reconstructies vinden (Fig. 8.11).
    Dat de Hoyt en Schatten reconstructie verouderd is, is niet alleen het standpunt van het IPCC. Zie bijv. dit blogstuk van Bob Tisdale:
    http://bobtisdale.blogspot.nl/2009/01/agw-proponents-are-two-faced-when-it.html
    Hij schrijft duidelijk: “The Hoyt data is obsolete”. Zie ook zijn figuur 3 voor een vergelijking met een TSI reconstructie van astrofysicus Leif Svalgaard (gastblogger op WUWT).

  • Wim van Hoorn

    @: dank Marcel,
    ja, TSI valt (voorlopig) af, maar het aantal zonnevlekken blijft over als maat voor de zonneactiviteit. C. de Jager en collega geven in The coming Grand Minimum … in Journal of cosmology, juni 2010 een tijdreeks van zonnevlekken. In de periode 1600-1940 is er m.i. een buitengewoon sterke correlatie met de via boomringen geschatte en waargenomen temperatuur(zie Thoenes: Klimaat verandering: Legende of werkelijkheid?; grafiek 2.3, correctie op Mann). Allerlei trends en omslagpunten zijn in beide reeksen moeiteloos als overeenkomstig te herkennen.
    Ook ‘jouw’ early warming tussen 1910 en 1940 valt redelijk goed te verklaren. Er waren minder zonnevlekken dan in de 2-de helft van de 20-ste eeuw, maar duidelijk meer dan in periodes van 30 jaar in de voorgaande eeuw.

  • [...] van ergernis, opwinding, boosheid, verbazing en verwarring. Maar als je dan tussen alle mediageweld op de blog van Marcel aanlandt verdwijnt de verwarring snel. Het zal misschien te maken hebben met mijn hang naar feiten [...]

  • Marcel Crok

    @Jos Hagelaars
    Ja was handig dat die grafiek al onder jouw blogbericht stond. En ik doe echt wel wat met de discussie die we daar voerden (hoewel ik vind dat de toon van diverse reageerders veel te vijandig was/is).

    @Wim
    Het was Jos Hagelaars die reageerde op de zonschattingen.

  • Wim van Hoorn

    @marcel:
    ik ben ervan overtuigd dat de indicator(en) voor de invloed van de zon die men voor de 2-de helft van de 20-ste eeuw gebruikt (b.v. TSI)invalide is(zijn). Dan blijft er veel onverklaarde temperatuurstijging over en als je die dan grotendeels toeschrijft aan human factors en gaat extrapoleren zoals het IPCC, ja dan krijg je een sterk stijgende temperatuur in de toekomst. Er is echter sinds zo’n 15 jaar een stagnatie, geen hiaat, maar een trendbreuk. Die kan m.i. momenteel alleen heel goed verklaard worden door een ”oude” indicator voor zonneactiviteit: aantal zonnevlekken.
    (Alle discussies rond de ECS e.d. zijn in dat kader minder relevant, want die staan los van de temperatuurknik ergens vlak voor 2000. De ECS is alleen bepalend voor de helling van de extrapolatie).
    ps marcel, voel je niet verplicht om opnieuw te antwoorden, je hebt het vast druk genoeg. Ik blijf je stukjes wel volgen.

  • Guido

    @Wim – in navolging van Jos’ reactie: die grafiek in het NIPCC rapport geeft niet de mondiale temperatuur maar de gradiënt in temperatuur van de pool naar de evenaar op het noordelijk halfrond…

    Wat TSI en temperatuur betreft: zie aub dit plaatje. Bovenin temperatuur (HADCRUT4), dan aantal zonnevlekken (NASA), dan CO2 forcering (Law Dome en Mauna Loa). Alles van 1900 tot 2012. Onderin de correlaties, temperatuur tegen zonnevlekken geeft een R2 van 0.02, temperatuur tegen CO2 forcering 0.78.

    http://oi40.tinypic.com/294l1kj.jpg

  • JvdLaan

    (hoewel ik vind dat de toon van diverse reageerders veel te vijandig was/is).

    Marcel, heb je wel eens op de door jou opgerichte site climategate.nl gekeken (waar ze privénummers van kennissen van mij doorgeven – dog whistling van het ergste soort), of een willekeurig comment op de rechts op jouw blogrol genoemde Joanna Nova, of een willekeurig onderwerp op de site van jouw grote voorbeeld Steve Auditmman McIntyre?

    Als je kritisch ten aanzien van jouw standpunten als vijandig beschouwt, dan heb je nog een lange weg te gaan.

  • Wim van Hoorn

    jos en guido, bedankt voor jullie tips.
    De grafieken van de correlaties van de temperatuur met de zonnevlekken (heel laag) en de CO2-forcing (hoog)zeggen m.i. echter weinig en het houdt geenszins in dat CO2 een groot effect heeft en zonnevlekken een klein. Er is namelijk een timelag tussen zonnevlekverandering en de veroorzaakte temeratuurverandering. De gepresenteerde correlatie is dus zinloos. En de correlatie met de forcing? Ik denk dat er ook een zeer hoge correlatie van de temperatuur met b.v. de stijgende Wereldbevolking is. Is die stijging ook veroorzaakt door CO2? Natuurlijk niet. Wat ik de afgelopen tijd heb gezocht (en niet gevonden) is een inhoudelijk goed en samenvattend CO2- verhaal.

  • Fulco

    Beste Wim,

    Als je een natuurkundige/wiskundige achtergrond hebt kan ik je de artikelen van Miskolzci aanbevelen. Dit is de enige natuurkundige benadering van het broeikaseffect die ik ken.
    Geen forcings en ander kul maar een samenspel van theorie en praktijk. En een opmerkelijke uitkomst. Je begrijpt dan ook meteen waarom ze er bij het IPCC nooit uit zullen komen.
    Het is echter geen eenvoudige kost en je moet wat aanverwante boeken lezen.

  • Guido

    Beste Wim – correlatie is uiteraard geen causatie, maar in combinatie met de natuurkunde die zegt dat een hoger CO2 gehalte tot een hogere temperatuur moet leiden (alle andere factoren constant) is het m.i. ook niet verstandig het af te doen als toeval.

    Wat de zon betreft kan ik je niet volgen. Zeker, ik kan een ietwat hogere correlatie (tot 0.10) krijgen als ik een lopend gemiddelde of vertragingen tot een jaar of 10 inbouw (langer lijkt me niet logisch), maar op basis van de data van de zonnevlekken zal de zon nooit de temperatuurstijging van de 2e helft vorige eeuw kunnen verklaren aangezien er geen trend in zit. Let ook op dat mocht de zon erg belangrijk zijn, je een afkoeling zou verwachten in de laatste pakweg 15 jaar.

  • Fulco

    Beste Guido,

    Tenzij de zon en het ons omringende heelal op een andere wijze ons klimaat beïnvloed. Het lijkt mij een goed plan o.a. de bevindingen van Svensmark af te wachten.
    Een variatie van 2% in de lage bewolking heeft meer effect dan een verdubbeling van het CO2 gehalte.

    Aangezien we bezig zijn met lange termijn variaties is mijn vraag in hoeverre de gebruikte modellen de vier laatste ijstijden kunnen voorspellen.

  • Fulco

    Beste Guido,

    Welke natuurkunde bedoel je als je zegt dat een verhoogde concentratie CO2 moet leiden tot een hogere temperatuur.
    Volgens mij koelt een gas beter als je er meer CO2 in stopt.

  • Wim van Hoorn

    @Fulco: ik zal Miskolzci nagaan.

    @Guido: zonnevlekken kunnen de temperatuur in het verleden m.i. goed verklaren (vanaf 1600) (ik denk nog na over hoe ik een en ander modelmatig kan vastleggen). En de stagnatie van de laatste 15 jaar is ook alleen via het kleinere aantal zonnevlekken te verklaren. CO2 is b.v. gewoon verder gestegen. Als het aantal zonnevlekken verder daalt, zal de temperatuur duidelijk gaan zakken. Nu is er even een topje, maar over 4 of 5 jaar treedt een nieuw minimum in.

  • Wim van Hoorn

    volgens mij loopt de klok 2 uur achter

  • Guido

    @Fulco – scherpe opmerking over die zin, maar voor iemand die Miskolzci kan doorgronden heeft IR absorptie geen geheimen neem ik aan? Op hetzelfde niveau: de laatste ijstijden ‘voorspellen’ wordt behoorlijk lastig.

    @Wim en Fulco – ik vind de theorie van Svensmark fascinerend (net als een versterkt effect door UV variatie op de stratosfeer) maar ik vind het nog fascinerender dat mensen die gebruiken om de opwarming van de laatste 50 jaar te verklaren. Er zit geen trend in de GCR data, hoe kan je er dan een trend in temperatuur mee verklaren? Ik heb een tijdje geleden wel eens naar de data gekeken, zal nog eens wat plotjes maken.

    Analoog hieraan, hoe moet ik Wim’s zin “En de stagnatie van de laatste 15 jaar is ook alleen via het kleinere aantal zonnevlekken te verklaren” opvatten? Kleiner aantal zonnevlekken zou in mijn optiek tot een lagere temperatuur moeten leiden, alle andere factoren constant. Als ik thuis de kachel lager zet, daalt de temperatuur. Of mis ik iets?

  • Jos Hagelaars

    @Wim van Hoorn / Fulco

    Zowel de zonneactiviteit als de hoeveelheid GCR’s die op aarde vallen vertoont sinds 1960 geen enkele trend. Toch is sindsdien de T opgelopen, zie deze figuur:
    http://klimaatverandering.files.wordpress.com/2012/05/t-co2-sun.png
    Zowel de correlatie tussen TSI en de T als de GCR en de T is over die periode afwezig.

    Als men gaat zoeken naar een verband tussen de wolken en GCR is dat eveneens niet te vinden, zie bijv.: http://www.swsc-journal.org/index.php?option=com_article&access=doi&doi=10.1051/swsc/2012018&Itemid=129

    Die sommetjes over de klimaatgevoeligheid, waar Marcel het hier over heeft, zijn gebaseerd op een toegenomen forcering als gevolg van broeikasgassen en de opname van energie door de oceanen. Het gebruik van deze gegevens impliceert onmiddellijk – en terecht – dat hij aanneemt dat meer broeikasgassen leiden tot een hogere temperatuur. Ook de meer ‘sceptische’ wetenschappers zoals Lindzen of Roy Spencer onderschrijven dat, bijv:
    “We calculated, as others have, a direct (no feedback) surface warming of about 1 deg. C as a result of doubling CO2 (“2XCO2”).”
    http://www.drroyspencer.com/2010/09/on-the-relative-contribution-of-carbon-dioxide-to-the-earth%E2%80%99s-greenhouse-effect/
    De discussie kan beter gaan over hoeveel opwarming meer CO2 geeft (met terugkoppelingen) dan het negeren van de basiswetten van de natuurkunde.

    PS, meer info over Miskolczi zie hier:
    http://www.klimaatportaal.nl/pro1/general/start.asp?i=0&j=0&k=0&p=0&itemid=1033

  • Fulco

    Guido,

    Voor alle duidelijkheid, ik ben geen scepticus maar ook geen alarmist. Ik kijk alleen naar theorie en toetsing daarvan.

    Het IR absorptie en emissie verhaal is gecompliceerder dan menigeen denkt. Als een molecuul CO2 IR straling absorbeert dan wordt dat omgezet in rotatie of vibratie energie.
    Deze vormen verhogen de temperatuur van het gas niet. Bovendien kan deze toestand maar enkele microseconden bestaan, daarna wordt het pakketje IR straling gewoon weer uitgezonden.
    Alleen indien het CO2 molecuul door een botsing de rotatie of vibratie energie weet om te zetten in kinetische energie zal de temperatuur van het gas verhogen. En natuurlijk andersom. CO2 heeft dus twee effecten; het vertraagt de uitstraling van IR en het verwarmt overdag de atmosfeer, ‘s nachts koelt het de atmosfeer. (even simpel gesproken)….
    Tenzij je op een waterrijke planeet woont, dan gaat dit verhaal niet meer op.

    De laatste 20 jaar is de dekkingsgraat van de lage bewolking 2 procent lager geweest. Door alleen naar plotjes te kijken van GCR, TSI of wat dan ook kom je er niet, de waarheid zal verscholen zitten afgeleiden daarvan. Je zal de fysica en de chemie moeten doorgronden. Daarom bewonder ik Svensmark en Miskolczi.

    Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zoveel verwacht van al dat modelleren. Modellen zijn leuk om een theorie te toetsen of een indicatie te krijgen waar je moet zoeken. Maar om daar nu de wereldeconomie aan op te hangen terwijl je niet eens weet of ze werken. Laat staan dat je begrijpt hoe de fysica erachter werkt.

    Wat ik met de ijstijden wil zeggen is dat het onwaarschijnlijk is dat deze kunnen ontstaan door interne schommelingen.

  • Fulco

    Jos,

    Deze kritieken op Miskolczi heb ik gelezen, helaas zijn deze of te kort door de bocht of reeds door Miskolczi weerlegd. Maar ook Miskolczi heeft zijn tekortkomingen.
    In ieder geval niet voldoende om de theorie te vervangen (door wat dan eigenlijk).

    Ook aan jou de vraag welke natuurkundige basiswetten liggen bij jou ten grondslag aan de opwarming door meer CO2 (geen grapje).

    Volgens mij zijn Roy en Lindzen niet sceptisch maar reëel, ik zelf denk dat een halve graad reëel is.

  • Guido

    Fulco, ik neem aan dat je het met me eens bent dat een deel van de geabsorbeerde en daarna ge-emiteerde IR straling weer naar beneden gaat, anders zou je vanuit de ruimte een veel hogere radiantie zien in de absorbtie spectra van CO2 (en waterdamp etc) dan wat we nu zien (Planck).

    Ikzelf kan de berekening niet nadoen, maar de 3.7W/m2 die we door een verdubbeling zouden krijgen is door veel verschillende groepen berekend en ook daar is weinig menigverschil over voor zover ik kan zien. Dat dat tot 1 graad zal leiden is ook niet moeilijk dankzij Stefan Boltzmann.

    Jouw halve graad betekent een negatieve feedback die tegen Clausius-Clapeyron ingaat waardoor je erg afhankelijk wordt van veranderingen in wolkbedekking. Ik denk dat iedereen het ook met je eens is dat dat een belangrijke factor is en dit wordt ook volmondig toegegeven, maar om op basis van 20 jaar data (welke referentie gebruik je daarvoor) de conclusie te trekken dat dit een wet van meden en perzen is gaat mij wat ver. Deze negatieve terugkoppeling zou dan ook werken bij temperatuurschommelingen door andere forceringen, bijvoorbeeld de zon of milankovitch cycli.

  • Wim van Hoorn

    Guido,
    je vergelijking klopt niet. Dit is m.i. een betere: als je de termostaat tijdens het opwarmen lager zet, dan is de uiteindelijke temperatuur in huis lager dan wanneer je de termostaat onveranderd had gelaten.

  • Wim van Hoorn

    @jos:
    De TSI is geen valide maat voor de zonneactiviteit, althans voor dat deel dat de temperatuur op aarde beinvloedt. Ook in 1910-1940 veranderde de TSI volgens benaderingen niet, maar de temparatuur steeg wel. Zelfs het IPCC neemt aan dat dat door de zon komt.
    De zonnevlekken zijn voorlopig een betere maat voor het effect van de zon op de temperatuur. En die waren in de laatste halve eeuw buitengewoon talrijk. Door dit effect te weinig mee te nemen in het model, komt het IPCC op te hoge effecten uit van andere factoren (zoals CO2).

  • Marcel Crok

    @Wim
    Ik weet niet of je het werk van Svalgaard een beetje volgt; maar daaruit blijkt dat er over het tellen van zonnevlekken ook nog heel wat te zeggen valt. Zie een toegankelijk stuk erover hier:
    http://www.leif.org/research/NS-Sept-2013-Sunspots.pdf
    Voorlopige conclusie: de toename aan zonnevlekken sinds de Kleine IJstijd is kleiner dan gedacht en er zou zelfs geen sprake zijn van een Grand Solar Maximum in de periode 1950 tot nu.
    Het NIPCC-hoofdstuk over de zon is geschreven door Willie Soon en Sebastian Luning. Het is denk ik de moeite waard om te kijken welke argumenten zij gebruiken tegen de IPCC-benadering van de zon. Hun voornaamste kritiek is inderdaad dat TSI geen goede maat is en bovendien zijn onze metingen van TSI ook verre van perfect. Willie Soon geeft daar binnenkort een presentatie over op Spitsbergen (hij stuurde me deze week zijn slides).
    Marcel

  • Wim van Hoorn

    @marcel: dank voor de tips. Ik ga wat huiswerk maken.

  • Guido

    @Wim: jouw vergelijking klopt inderdaad veel beter, maar als je naar de tijdreeksen kijkt kan dat eigenlijk alleen als de opwarming door een andere factor dan de zon kwam (…), zie ook de opmerkingen van Tol in de laatste post, een verklaring gelijk aan wat Klein Tank afgelopen week zei over de constante temperatuur.

  • Jos Hagelaars

    @Wim van Hoorn

    - “De TSI is geen valide maat voor de zonneactiviteit, althans voor dat deel dat de temperatuur op aarde beinvloedt.”
    De TSI geeft anders aan hoeveel energie de aarde ontvangt in W/m2. Dat energie een rol speelt bij een temperatuurverandering van de atmosfeer en de oceanen lijkt me evident.

    - “Ook in 1910-1940 veranderde de TSI volgens benaderingen niet, maar de temparatuur steeg wel.”
    Zie figuur 8.11 uit het IPCC AR5 document, waar ik je eerder op gewezen heb. Volgens mij stijgt de TSI van 1910 tot 1940 in die reconstructies. De onzekerheid over het e.e.a. is natuurlijk groter voor de eerste helft van de 20e eeuw dan voor de tweede helft. Echter uitgaande van de TSI reconstructies die in IPCC AR5 getoond worden, lijkt het logisch dat de invloed van de zon over die periode een rol heeft gespeeld, samen met een stijging van de antropogene forcering (circa +0.3 W/m2), de relatief lage vulkanische activiteit na ~1915 en natuurlijke variatie.

    - “De zonnevlekken zijn voorlopig een betere maat voor het effect van de zon op de temperatuur.”
    Zonnevlekken staan voor een aantal en oefenen als ‘aantal’ geen invloed op de aarde uit. Daar er een relatie is tussen de energie-output van de zon bij diverse golflengten en de zonnevlekken en het feit dat de energie-output van de zon bij diverse golflengten een invloed op de aarde uitoefent, kan er een relatie zijn tussen de zonnevlekken en het klimaat.

    - “En die waren in de laatste halve eeuw buitengewoon talrijk.”
    Zie het grafiekje van Guido. De piek ligt bij 1960 waarna een daling in de aantallen zichtbaar is. Toch is na 1970 de temperatuur wel degelijk gestegen.

    Astrofysicus Leif Svalgaard, die op WUWT zich regelmatig uit als het over de zon gaat en waar Marcel naar linkt, is zeer uitgesproken over de invloed van de zon op het klimaat van de afgelopen paar 100 jaar. Zie dit citaat:
    “And as there has been no corresponding rise in solar activity the past 300 years, we can rule that particular variability out as well.”
    Zoiets heb ik in IPCC AR5 niet kunnen vinden.

  • Fulco

    Guido,

    Het feit dat de straling in alle richtingen wordt uitgezonden draagt bij aan de vertragingslijn, de netto flux is naar boven gericht.
    Jouw argument met Clausius-Clapeyron kan ik niet geheel volgen, kan je mij een zetje geven.

    Als je uitgaat van de theorie van Miskolczi dan beperk je je inderdaad tot variaties in wolkendek en externe factoren als drijvende krachten.
    Onthoudt wel dat het een theorie is over een atmosfeer in evenwicht, iets wat nooit het geval is. Schommelingen kunnen dus wel degelijk optreden.
    Dit wordt door Miskolczi ook getoont. Hij laat zien dat de IR-optische diepte zich beweegt rond het theoretisch evenwichtspunt binnen theoretische grenzen.

    Roy Spencer heeft wat leuke meetgegevens over waterdamp op zijn website staan die mijn ’20 jaar’ ondersteunen, zeker de moeite waard om te lezen.

    3,7 W/m2 bij verdubbeling zou heel goed kunnen maar niet op een waterrijke planeet als de Aarde, zie Miskolczi.

  • Wim van Hoorn

    @jos: sorry, zal t.z.t. terugkomen op je punten.

Geef een reactie

  

  

  

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list