Windstroom valt tegen

 

Kees le Pair stuurde me onderstaand persbericht over een nieuw rapport dat hij opstelde en ook naar de Tweede Kamer stuurde. Ik heb delen van het rapport gelezen. Het is degelijk en grondig werk. De hoofdconclusie moge duidelijk zijn: windstroom valt tegen.

Het is al langer bekend dat windmolens maar ongeveer een kwart van hun maximale vermogen opleveren op jaarbasis. Vervolgens moet echter nog in ogenschouw worden genomen dat de back-up die nodig is als het niet waait het rendement van de back-up centrales lager maakt.

Volgens het rapport maken CBS-cijfers het nu voor het eerst mogelijk om te bepalen hoe groot het effect is van het verlaagde rendement van met name gasgestookte centrales die een tekort aan windstroom moeten ondervangen. Le Pair concludeert dat uiteindelijk een rendement overblijft van het windpark van 8,7%. Bedenk de eerstvolgende keer dat een nieuw windpark wordt aangeprezen met de tekst “kan 100.000 huishoudens van stroom voorzien” dat het er in werkelijkheid maar 8700 zijn.

Hieronder volgt het volledige persbericht:

WINDSTROOM VALT TEGEN.

In een rapport dat deze week werd gestuurd aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan de Vaste Commissie van de Tweede Kamer, is aangetoond dat de bijdrage die windmolens leveren aan de besparing van fossiele brandstof en aan vermindering van uitstoot van CO2 in de atmosfeer vijf keer zo weinig is als tot nu toe werd aangenomen. Windmolens zijn daardoor een enorme verliespost waar nauwelijks voordeel tegenover staat.

Tot nu toe bestreden voor- en tegenstanders van windstroom elkaar op basis van modelberekeningen bij gebrek aan directe gegevens. Daaraan lijkt nu een eind te zijn gekomen. De productie van ‘hernieuwbaar’ geproduceerde stroom is thans zo groot dat zij in voldoende mate zichtbaar is in de nationale statistieken die het CBS over de stroomproductie verzamelt en op Statline publiceert.

Uit die gegevens blijkt dat de windparken in Nederland inderdaad produceren zoals verwacht. Zij maken gemiddeld ongeveer 23% van de stroom, die zij maximaal zouden kunnen leveren. (Maximaal wil zeggen: indien het altijd goed zou waaien en de molens nooit voor reparatie buiten bedrijf zouden zijn.) Tot nu toe ging men er vanuit dat die stroom gewone, conventioneel gemaakte elektriciteit zou vervangen en daarmee de fossiele brandstof – en CO2 uitstoot – die daarvoor nodig is zou besparen. Technici ruzieden onderling over de vraag in hoeverre zo’n besparing reëel was? De onregelmatig inkomende windstroom beïnvloedt het rendement van de conventionele eenheden, die de wind­variabiliteit moeten corrigeren. Hierdoor neemt hun brandstof verbruik toe en vermindert de besparing. Voorstanders van windelektriciteit meenden dat die vermindering met enkele procenten verwaarloosbaar was. Tegenstanders schatten hem hoger in.

Uit de CBS-cijfers blijkt nu dat de fossiele brandstof besparende stroom niet 23% maar slechts 8,7% van de maximale opbrengst groot is.

Het rapport wijst er op, dat de CBS-statistiek alleen gegevens bevat over de verbruikte brandstof tijdens de stroomproductie. De conventionele stroomproductie is opgebouwd – en zij is toerijkend – voor een adequate stroomvoorziening. Er moet immers ook voldoende elektriciteit zijn wanneer het een tijd niet waait. Windmolens worden toegevoegd om brandstof te sparen. Dan is de vraag gerechtigd in hoeverre zij dat doen? Dus moet men ook de energie in rekening brengen, die nodig was om de molens te bouwen, te installeren en om ze aan te sluiten op het net. Daarbij moet ook nog worden opgeteld de energie nodig voor de aanpassingen die aan het hoogspanningsnet worden aangebracht, zoals net uitbreiding en hoogvermogen verbindingen met buurlanden waaronder onderzeese kabels naar Noorwegen en Engeland. Het rapport concludeert dat verrekening van die energie-investering bovengenoemde 8,7% verder reduceert tot 4,1%. Hiermee is de besparing ruim 5 keer zo klein als voorheen werd aangenomen.

Verdere uitbreiding van het windvermogen zou allengs de besparing tot nul reduceren en doen omslaan in vergroting van de fossiele brandstofinzet.

De auteur schat in een begeleidende brief aan de Tweede Kamer dat hierdoor de extra jaarlijkse kosten van de geplande windmolen uitbreiding ruimschoots de kosten van bijv. de huisartsenzorg in het land overtreffen. (‘Extra’ betekent boven wat een zelfde stroomvoorziening door middel van enkele gasgestookte eenheden zou vergen.)

Dr. C. le Pair, Nieuwegein

 

Share

30 comments to Windstroom valt tegen

  • C.W. Schoneveld

    “maken CBS-cijfers het nu voor het eerst mogelijk hoe groot het effect is” In deze zin ontbreekt iets.

    Met “toerijkend” rekent LePair zich te reik.

  • JWR

    Windmolens zijn natuurlijk ondingen die niets opleveren.
    Wat mij opvalt in het artikel van Le Pair:
    1)Er wordt beweerd dat windmolens gemiddeld 23% kWh/h geven van het maximale vermogen in kW i.e. bij maximaal toegestane wind gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week etc.
    En Le Pair zegt dat het komt doordat het niet altijd waait en dat men ook onderhoud moet doen.
    Die 23% zou gemeten zijn.
    Het komt mij wat hoog over.
    Op land is het cijfer 17% en er wordt beweerd dat men op zee 22% zou kunnen halen.
    Ik ben het natuurlijkvolkomen eens dat met die wisselvallige 17% geen moderne samenleving van energie kan voorzien.En dat men dus stand-by centrales nodig heeft; kolen, olie, gas,
    nucleair en binnenkort “koudr fusie” ook genomd LENR (low energy nuclear reactions).
    Windmolens zijn dus een overbodige dubbele investering.
    2)Le Pair maakt verder een fout door aan te geven wat men zou kunnen besparen aan CO2 uitstoot.
    CO2 is niet de oorzaakvan klimaatschommelingen.
    CO2 is plantenvoedsel.
    Als het gaat om kolencentrales, het fijnstof wordt uit de rookgassen gefilterd, het SO2 wordt eruit gewassen, maar alsjeblief laat het reukloze, transparante gas CO2 vrij uitstromen: het is plantenvoedsel en helpt eventuele hongersnoden tgv een toenemende wereld bevolking te voorkomen.

  • Bart van Oerle

    Wat zijn dan de gevolgen hiervan wanneer mensen steeds meer zonnepanelen op de daken gaan plaatsen?

    Dat heeft dan hetzelfde gevolg wat betreft de inefficiënte inzet van reguliere energiecentrales. Daarmee wordt reguliere stroom per KWh duurder, waardoor het nog meer loont om zonnepanelen op het dak te plaatsen => dus uiteindelijk alle daken vol met zonnepanelen.
    Of ga ik nu even te snel?

  • Ir.P.J.Jongen

    Net als ‘in de politiek’,'rekenen’partijen zich zelf rijk en de anderen arm,
    met hyperbool-redeneringen en op het ‘niveau’van één of hooguit 2 algebraïsche vergelijkingen. Zonder een integrale Europese aanpak, met uitwisseling tussen
    Noord en Zuid Europa(ultra HS-verbindingen,gelijkspanning)en geografisch gespreide accumulatie-capaciteit(b.v.Pumpspeicherwerke),is een transitie naar zon en wind in de orde van grootte van enkele tientallen procenten (economy of scale)technisch/economisch(vervroegde afschrijvingen,leveringszekerheid,regel- en piekvermogen,frequentie- en net-stabiliteit,enz.) niet haalbaar.

  • Elmar Veerman

    Ik heb niet alles zelf nagerekend, maar ik lees hier een plausibel betoog dat stelt dat Le Pair meerdere fouten heeft gemaakt in zijn analyse: http://www.gemeynt.nl/nl/blog/2012/08/31/slordig-denken-over-windenergie-geeft-onjuiste-conclusies/

    En iets anders: wat denk je van de gebeurtenissen aan de Noordpool? Er ligt nu minder dan een kwart van het tot voor kort gebruikelijke volume aan zeeijs. Zelfs de meest pessimistische ‘alarmisten’ hadden dat niet zien aankomen, en jij al helemaal niet. Tijd om je ideeën bij te stellen? Je weet dat de opwarming enorm toeneemt zodra het ijs weg is, doordat niet 4 maar 70 procent van de zonne-energie in warmte wordt omgezet?

  • Elmar Veerman

    Oei, daar heb ik inderhaast de verkeerde percentages genoemd. Zee-ijs weerkaatst 50 tot 70 procent van de zonne-energie, open zee ongeveer 6. dus ‘niet 4 maar 70 procent’ hierboven moet zijn ‘niet 40 maar 94 procent’. Bron: http://nsidc.org/cryosphere/seaice/processes/albedo.html

  • Aart Schakel

    De berekeningen van Le Pair zeggen niets over het effect van fluctuerend bedrijf (van bijvoorbeeld windmolens) op rendementen van STEG’s e.d.. Dat kan ook niet op basis van macro-cijfers van het CBS.

    Le Pair gebuikt de term ‘effectiviteit brandstofbesparend potentieel’. Die effectiviteit is volgens hem geen 100%. Le Pair leidt in zijn ‘model’ af dat dat verlies maar liefst bijna 30% zou zijn (effectiviteit slechts 70,6%), en zelfs nog hoger. En dat heeft natuurlijk enorme consequenties voor de opbrengst van windmolens. Helaas voor Le Pair heeft hij echter helemaal geen effectiviteitsverlies van windmolens berekend. Zijn ‘model’ (de appendix bij zijn artikel) berekent iets heel anders. Wat hij in dat ‘model’ doet, is eerst de fossiele brandstofbesparing van hernieuwbare energie berekenen op basis van het rendement van de totale bestaande elektriciteitsopwekking in Nederland (39,4%) en vervolgens dat vergelijken met het rendement van de toegenomen elektriciteitsopwekking (0,155/0,277 ofwel circa 55,8%). Díe vergelijking levert 70,6% (39,4/55,8), en is dus helemaal geen effectiviteitsverlies van windmolens (en andere hernieuwbare bronnen), maar is gewoon het verschil tussen de twee referentiekaders die Le Pair abusievelijk naast elkaar gebruikt. Ook met kernenergie of alleen bio-energie komt er 70,6% uit. Le Pair begrijpt dit ‘resultaat’ verkeerd en komt vervolgens van kwaad tot erger, met uiteindelijk bizarre conclusies als gevolg.

  • TINSTAAFL

    @Elmar Veerman, wat is dat “tot voor kort gebruikelijke volume” eigenlijk? Alle berichten gaan over satelliet vergelijkingen van de laatste 30 jaar…30 jaar! Wie verteld mij wat het “gebruikelijke volume” is in 1950, 1930, 1816, 1217 enz?

  • Bert

    Ik lees nu ook de bijlage bij het rapport van Le Pair. Als ik uit ga van effectiviteit van slechts netto 70,6% winst bij besparing blijf ik met een paar vragen zitten. Inzet van biomassa voor productie electriciteit zou 100% effectief zijn. Dat kunnen we er dan van aftrekken. De bespraring op fossiele brandstof bij inzet van wind is dan toch 70,6% van de prodoutie uit windenergie. Na aftrek van 20% voor investering in deze het realiseren van deze windenergieproductie blijft er volgens mij toch nog 50,6% aan besparing over. De vraag is natuurlijk welke centrales en welke brandstofmix wordt uitgezet als er windenergie wordt geleverd of juist ingezet als er te kort is aan windenergie. Dat kan een STEG-eenheid zijn met meer dan 50% rendement, een WKK-eenheid bij een tuinder of zelfs meer import uit buitenland zoals electriciteit uit waterkrachtcentrale of zelfs uit kernenergie. Welke appels vergelijken we nu met welke peren?

  • Aart Schakel

    Bert (#12): lees mijn reactie en appendix 1 nog eens goed:
    op de eerste plaats – en dat is kern van de fout – slaat die 70,6% die in appendix 1 wordt berekend helemaal niet op een effectiviteit (van wat dan ook!). Het is die verhouding van 39,4/55,8 die niets te maken heeft met windmolens, kernenergie, of wat dan ook. Het rolt altijd uit die berekening. Le Pair zegt echter zomaar dat het betrekking heeft op een effectiviteit, c.q. die van hernieuwbare energie (omdat dat in de voorbeeld berekening zit; doe je die berekening met kernenergie, dan komt er ook 70,6% uit; waarom? – omdat die berekening niet over effectiviteit gaat maar over iets heel anders; de berekening wordt dus misbruikt). En vervolgens rekent hij consequent verder. Die hernieuwbare energie bestaat voor het grootste deel uit bio-energie en daarnaast uit windenergie. Die bio-energie is echter normaal gesproken 100% effectief. Corrigeer je die 70,6% voor het aandeel bio-energie, dan is de effectiviteit van windenergie per saldo dus nog maar 27% (70,6% is het gewogen gemiddelde van windenergie (27%) en bio-energie (100%)). Een volstrekt onrealistisch getal. Maar dat verbaast niet meer, want het volgt uit die (ook al onrealistische) 70,6% die helemaal niets te maken heeft met effectiviteit.
    (en van de 27% effectiviteit die Le Pair “berekent”, trekt hij later ook de energie investering af, en dan resteert iets van 8%….).

  • Peter

    Aart,

    In de appendix 1 staat de formule N=E/I. Lepair geeft dan formules voor N, E en I als trendlijn, afhankelijk van het jaar. Helaas geld voor geen enkel jaar dat mbv die formule N=E/I…
    Daarna rekent Lepair verder met deze formules. Volgens mij komt het er op neer die hij eerst N=E/I gebruikt, maar daarna verder rekent met N=(dE/dY) / (dI/dY). Mijn middelbare school wiskunde zegt dat dat niet klopt.

  • Elmar Veerman

    Gezien de bovenstaande reacties: tijd om toe te geven dat dat rapport van Le Pair niet deugt, Marcel? Want nu lijkt het alsof je zijn foutieve conclusies deelt.

  • Guido

    Als Le Pair goed zit en bovenstaande niet klopt dan moet het toch niet moeilijk zijn voor hem om dat hier uit te leggen lijkt me.

  • Marcel Crok

    Guido, Elmar, ik heb weinig tijd gehad om dit op de voet te volgen. OP energieexpert.nl is er meer discussie en daar heeft Le Pair in ieder geval een keer gereageerd, zie
    http://www.energieexpert.nl/energiemix/lekker-tegen-de-wind-in

    Onder een bericht daar van Theo Wolters is ook veel discussie:
    http://www.energieexpert.nl/energiemix/netto-vermogen-van-windmolens-veel-lager-dan-aangenomen
    bv Theo Wolters zegt op 02-09-2012 | 14:47 uur :
    @Jos
    De CBS cijfers tonen – keihard – aan dat er tussen 1998 en 2010 veel minder brandstof bespaard is dan te rijmen valt met de bijgeplaatste wind.
    Voor wie dure duurzame energiebronnen voorstaat om daarmee het fossiele gebruik en de CO2 uitstoot te verminderen, zouden dan alle lampjes op rood moeten springen: wat gaat hier mis?!
    Wat niet hard bewezen wordt door deze studie is dat die verliezen direct voortkomen uit de inpassingsverliezen van grillige bronnen.

    Elmar, het lijkt er vaak op dat er maar iemand hoeft op te staan die beweert dat hij pietje of jantje weerlegd heeft en jij bent overtuigd en ik moet weer gaan toegeven dat jantje of pietje niet deugt. Dit zijn complexe onderwerpen waar het laatste woord klaarblijkelijk nog lang niet over gesproken is. Net zo min als het laatste woord gezegd is over de vraag of het klimaat verandert door CO2 en in welke mate…

    Marcel

  • Elmar Veerman

    “Net zo min als het laatste woord gezegd is over de vraag of het klimaat verandert door CO2″ Nee, het laatste woord is er niet over gezegd. Dat CO2 het klimaat verandert, staat echter wel vast, dat weet jij net zo goed als ik.

    Het lijkt er vaak op dat er maar iemand hoeft op te staan die iets beweert, om mij te overtuigen, maar zo is het niet. Het lijkt er soms op dat het bij jou niet uitmaakt hoe veel valide argumenten het tegendeel van jouw stellingen aantonen, toegeven dat je het mis had blijft blijkbaar erg moeilijk. Je verlegt dan liever de aandacht naar weer een ander deelonderwerp, steevast met de boodschap dat het allemaal wel meevalt met het klimaatprobleem. Terwijl veel dingen in de praktijk tegenvallen, zoals het smelten van het Noordpoolijs of de hittegolven in Rusland en de VS.Ik snap dat er geld te verdienen valt met die eenzijdige aanpak, maar journalistiek kan ik het niet noemen.

  • Hans Erren

    @Elmar
    De vraag is natuurlijk hoeveel het klimaat verandert door CO2, en of de veranderingen schadelijk zijn. Wat ik van de analyse van Gerard Tol begrijp, is dat tot 2075 de effecten zelfs netto gunstig zijn.

    63 jaar is nog ruim genoeg tijd om kernfusie draaiend te krijgen, en dan kunnen onze achterkleinkinderen zelf benzine maken uit Co2.

  • Hans Erren

    ^Gerard^Richard

  • Aart Schakel

    Graag even terug naar het originele onderwerp, windmolens. Het is niet moeilijk om te zien dat de berekening van Le Pair in appendix 1 niet klopt (en daarmee de conclusies evenmin). Le Pair rommelt met het begrip ‘effectiviteit’.

    Van de ‘effectiviteit’ die hij in appendix 1 eerst berekent zegt hij: “(…) hernieuwbare energie bespaart geen 100% maar 70,6% fossiele brandstoffen” (pag. 16). Dat is – voor de goede orde – geen effectiviteitsverlies vanwege fluctuerend bedrijf van STEGs e.d.; het zijn twee referentiekaders waarmee je de besparing kunt vergelijken (in zijn geval: rendement bij opwekking van 39,4% of van 5,8%; die verhouding is 70,6%).

    Maar wie veronderstelt dan die 39,4% als referentiekader voor 100% ‘effectiviteit’? Le Pair zegt: de Nederlandse overheid en Agentschap NL. Die rekent overigens niet met 39,4% maar met 42,7% (volgens het Protocol Duurzame Energie), maar dat doet er nu even niet toe. Waar het hier om gaat is dat Le Pair in de kern alleen maar twee referentiekaders vergelijkt, maar dat vervolgens – bewust of onbewust? – in zijn conclusies in verband gaat brengen met effectiviteitsverlies in centrales door fluctuerende windenergie. Het één zegt hier niets over het ander.

    In het vervolg van de berekening in appendix 1, onder ‘de effectiviteit van de windbijdrage’, wreekt zich dit nog meer. De 70,6% (= verhouding van twee referentiekaders) wordt gebruikt om verder te rekenen aan de ‘effectiviteit’ van windmolens. Een goocheldoos, omdat de betekenis van de getallen (bewust of onbewust) niet begrepen wordt en ze daardoor misbruikt worden. Waarom heeft hij dit niet laten reviewen?

    Overigens is een discussie over referentiekaders zeker wel relevant, maar is niet nieuw. En heeft Le Pair op zich gelijk met de verwachting dat de werkelijke besparing van windenergie lager zal liggen dan welke volgt uit een gemiddeld rendement (bijvoorbeeld die 42,7% gebaseerd op de actuele energie-mix), omdat bij een grotere beschikbaarheid van windenergie vooral de efficiëntere (nieuwe) gascentrales en WKK minder worden ingezet. Nogmaals: dat is allemaal prima (en geen nieuw inzicht), maar die discussie heeft niets te maken met effectiviteitsverlies in de (gas)centrales zelf. Dat verlies is als zodanig zeer beperkt, hetgeen op diverse plaatsen al is uitgelegd.

  • Guido

    Dank voor de linkjes Marcel. Ik heb de discussie daar gelezen maar ook daar word je niet veel wijzer, jammer. Aart’s argumenten hierboven snijden wel hout voor zover ik kan nagaan maar die laten eerder zien dat Le Pair’s studie minder degelijk en grondig is dan je ons in eerste instantie wilde laten geloven dan dat ze een antwoord geven op (de hamvraag) wat de efficientie van windenergie nu is.

    @Hans: als we kernfusie aan de gang kunnen krijgen dan kunnen we in de tussentijd ook vast het electriciteitsnet wel wat slimmer gaan organiseren en benutten om de efficientie van windmolens omhoog te krijgen :-)

  • Hans Erren

    Guido, alternatieve energie is onzettend oppervlaktehongerig, dat is in een dichtbevolkt land als Nederland een niet te onderschatten factor.

    Aardwarmte: 20 ha per MW
    Wind: 11 ha per MW (piek vermogen!)
    Zonneenergie: 2.5 ha per MW piek vermogen

    Vergelijk de gasgestiookte Clauscentrale: 0.05 ha per MW, de ene vierkante kilometer Clauscentrale levert 8% van de nederlandse electriciteit.

  • Elmar Veerman

    @Hans: ongeloofwaardige cijfers. Wat is de bron? Ik zie dagelijks windmolens in weilanden staan, en daar wordt het weiland nauwelijk kleiner van. Zonne-energie kan grotendeels op daken worden gerealiseerd. Ruimtebeslag: nul. Aardwarmte: dat doe je onder de grond, waarna je er een gebouw overheen zet. Ook datkost netto nauwelijks ruimte.

  • Alvorens in te gaan op de kritiek, stel ik dat niemand weet hoeveel brandstof windmolens sparen. Wij geven als gevolg miljarden uit aan iets waarvan we niet weten wat het opbrengt.
    De bewijslast ligt op de schouders van de molenaars. Zij bepleiten hun negotie door te verkondigen: elk kWh windstroom vervangt een kWh fossiel geproduceerd en bespaart dus de brandstof die daarvoor nodig zou zijn geweest. Verstandige molenaars geven toe, dat die besparing minder is, omdat de variërende wind andere stroomopwekkers dwingt op- en af te regelen, waarbij het rendement verslechtert. Mw. Van der Hoeven, destijds Minister van EZ, opperde met het oog daarop “10% minder besparing”. Maar hoe groot het verlies werkelijk is, is onbekend. Dat geldt niet alleen voor Nederland. In andere landen weet men het evenmin.

    Er is door velen getracht m.b.v. modelberekeningen de besparing te schatten. De uitkomsten van die schattingen verschillen door gebrek aan gegevens van nihil tot de wensdroom van de molen supporters en alles daartussen. Indien we met voldoende tijdresolutie van alle eenheden de productie zouden weten en als we daarbij de eigenschappen van de verschillende generatoren zouden kennen, kon de strijd worden beslecht. Maar die gegevens zijn er niet. ‘Heat rate curves’ van generatoren die het rendement bij verschillende vermogens weergeven zijn er wel. Maar die zijn gemeten aan op constant vermogen draaiende machines. Gegevens over brandstof verbruik bij op- en afregelen – snel zowel als langzaam – zijn er vrijwel niet in het publieke domein. Ook verbruik bij koude starts en bij ‘stand by’ (draaien zonder stroom te leveren om snel te kunnen inspringen) zijn niet voldoende voorhanden.
    Zelfs over de energie investering in bouw en installatie van de windparken verschillen de schattingen een factor 3! En over die in de bekabeling, adaptatie aan het net en extra interconnecties zijn evenmin onbestreden gegevens voorhanden.

    Dit modderen in het duister mag niet voortduren. Allen die brandstofbesparing een warm hart toedragen zouden een grondig onderzoek naar de echte besparing moeten willen. Ook als dat onderzoek enkele miljoenen kost, is dat ruimschoots gerechtvaardigd in vergelijking tot de miljarden vergende investeringen. Milieuvrienden willen toch ook liever een miljard nuttig besteden?

    De Statline cijfers van het CBS die ik in mijn recente studie gebruikte verschaffen enig inzicht in de werking van het systeem. Maar ze zijn niet toereikend om de strijdvraag te beslechten. Sommige conclusies zijn hard. Zo blijkt de capaciteitsfactor van de Nederlandse molens – het quotiënt van het gemiddeld door de wind geleverde vermogen over een jaar gedeeld door het opgestelde vermogen – in 2010 ~ 23% te zijn. (Een trenduitkomst die ligt tussen de uitersten van het opgestelde vermogen aan het begin en aan het eind van een jaar.) Een ander hard cijfer is het trendmatige rendement van alle fossiel gestookte eenheden tezamen in dat jaar: ~ 39%. Dat cijfer ligt betekenisvol onder het rendement dat men mag verwachten bij het opgestelde machinepark. (Volvermogen nieuwe koleneenheden: ~ 44%, STEGs: ~ 60% in combinatie met de kleine bijdrage van gasmotoren: ~ 30% en OCGTs idem.)
    De critici hebben in zoverre gelijk, dat in de rapportage onvoldoende duidelijk onderscheid is gemaakt tussen uitkomsten op basis van harde gegevens en die waarin door mij als voor zichzelf sprekende aannames zijn gehanteerd. Hierover is al op verschillende andere plaatsen op het web gediscussieerd. Ik zou daarnaar willen verwijzen, zie de links onderaan op de introbladzijde:
    http://www.clepair.net/CBS-aug2012nl+eng.html

    Op zichzelf is de uitkomst van het incrementeel rendement van de fossiele productie een hard gegeven van het systeem. De conclusie echter dat daaruit de effectiviteit van de molens kan worden afgeleid berust op additionele aannames. Er zijn vele factoren die het cijfer kunnen beïnvloeden. Elders noemde ik al het argument van Theo Wolters over de invloed van import en export. Een factor die ik over het hoofd zag doordat het saldo naar nul tendeert. In feite blijkt de import – en hoe variabel en daarmee rendement verstorend was die? – ongeveer 20% van het verbruik te belopen (!). Die invloed wordt niet ongedaan gemaakt, door ook ongeveer 20% weer te exporteren. Die import en export vereisen een onbekende doch waarschijnlijk significante additionele variatie die de conventionele centrales moeten opvangen. Er zijn nog heel wat meer redenen dan alleen im- en export, waardoor het systeem zich op macro schaal gedraagt zoals uit de CBS-cijfers blijkt. Technici in de elektriciteitswereld zijn unaniem van mening dat het op- en afregelen en stilzetten en starten van de conventionele eenheden de voornaamste oorzaak is van de rendementsdiscrepantie. Maar over welk deel daarvan op het conto van de windbijdrage moet worden geschreven kunnen de meningen verschillen. En de CBS-cijfers geven daarover geen uitsluitsel. Weten doen we het in elk geval niet.
    Alleen indien het incrementeel rendement, ηf,inc, niet op een andere wijze zou worden beïnvloed, mag je zeggen dat een extra fossiele productie, ΔE, bijvoorbeeld om een ontbrekende extra hernieuwbare bijdrage te compenseren, ΔE/ηf,inc extra brandstof zou hebben gevergd. Dat zou dan de incrementele besparing van ‘hernieuwbaar’ zijn. Uit het voorgaande moge blijken dat ook ik weet dat we daarover geen zekerheid hebben. Mijn beschuldiging van de wind als boosdoener kwam voort uit het resultaat van een eerdere modelstudie aan een fictief windpark bij Schiphol waarin ik gebruik maakte van de echte windgegevens op een ‘normale Nederlandse winddag’: http://www.clepair.net/windSchiphol-e+nl.html

    Tenslotte wijs ik er op dat het effect van het steeds grotere niet-vraaggestuurd wind aanbod op het rendement van de back up centrales de eigenaars van die centrales heeft bewogen om te waarschuwen dat extra buffercapaciteit nodig is en dat er een zg. capaciteitsvergoeding moet komen voor die centrales..
    ☺Wind is gratis, dat mag best veel extra kosten. ☺

  • Hans Erren

    @Elmar
    Ik zal je uitleggen waar mijn voor jou “ongeloofwaardige cijfers” vandaan komen.

    Aardwarmte (iets bijgewerkte cijfers): Een doublet in Nederland heeft een oppervlakte van 50 ha en levert 6 MW: 8.3 ha/MW

    Solar PV 2.5 ha/MW: http://www.advisolar.com/solar-pv-parks.html

    Prinses Amaliawindpark 14 km2, 60 turbines van 2 MW: 11 ha/MW

    Prins Clauscentrale 132 ha 1290 MW: 0.1 ha/MW

    Natuurlijk kun je op de plek van windparken en aardwarmte ook nog andere economische aktiviteiten uitvoeren, maar de ruimte kun je slechts eenmaal voor energieopwekking gebruiken, het is heel veel ruimte voor heel weinig energie. En dan heb ik het nog niet eens over de bekabeling.

    De energieinhoud van een aardwarmtedoublet is zo laag dat de bijvangst aan aardgas in Den Haag al net zoveel energie oplevert als het opgepompte warme water.

  • Guido

    Hr. Le Pair – prettig om uw verhaal te horen, en beter te weten welke uitkomsten hard en welke minder hard zijn. Het is dus duidelijk dat er meer werk nodig is om zekerheid te krijgen, jammer wat dat betreft om te horen dat de benodigde data nog niet beschikbaar is. Gek eigenlijk. Tot die tijd zullen voor en tegenstanders elkaar het leven dus nog wel even zuur maken.

    Ik kan me trouwens voorstellen dat in de verliesposten nog wel wat te halen is. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van het feit dat het meestal niet overal tegelijk windstil is en dus windmolenparken aan elkaar te koppelen. Daarnaast is er wel een anti-correlatie tussen wind en zonneschijn, dus daar valt ook nog wel wat te dempen wat fluctuaties betreft. Uiteraard kan je dit niet in het extreme doorvoeren vanwege transportverliezen.

    @Hans – je kritiek lijkt me ook wat kortzichtig, overal waar ik windmolens zie staan grazen de koeien ook o.i.d. dus het is geen 100% verspilde ruimte. En een bruinkoolgroeve is ook niet klein en fracking neemt misschien nog wel meer ruimte in beslag dan aardwarmte volgens jouw manier van denken. Oude steden en windmolens gaan wat mij betreft trouwens niet al te goed samen, zeker niet als ze willekeurig geplaatst worden zoals het vaak lijkt.

  • Marcel,

    De laatste zin in je inleiding getuigt van groot onbegrip van de zaak.
    Je schrijft: Bedenk de eerstvolgende keer dat een nieuw windpark wordt aangeprezen met de tekst “kan 100.000 huishoudens van stroom voorzien” dat het er in werkelijkheid maar 8700 zijn. Die verhouding zou slaan op het VERMOGEN (als lePair gelijk heeft) maar er staat STROOM en dat wordt ook bedoeld, en die 100.000 is dan gebaseerd op 3.000 kWh/jr per huishouden. Ik heb vele jaren vooraf berekende en werkelijke producties van windparken vergeleken en kan bevestigen dat dat aantal van 100.000 (of een ander genoemd aantal) er nooit erg ver naast zit, zelfs vaker aan de lage zit dan aan de hoge kant.

  • Marcel Crok

    @Jaap Langenbach
    Goed punt; heb je die berekeningen ergens online staan zodat we er naar kunnen kijken en verwijzen?
    Marcel

  • Peter van Gaalen

    Ik begrijp niet waarom het artikel “Windstroom valt tegen” op de website van staatvanhetklimaat gezet is. Het geeft niks inhoudelijks aan de discussie over de al of niet opwarming van het klimaat. Ik hoop niet dat het een indirect pleiten is voor het gebruik van fossiele brandstoffen is, omdat dat eerder een politieke motivatie is dan een wetenschappelijke.

Geef een reactie

  

  

  

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list