‘Klimaatonderzoekers lijden aan tunnelvisie’

[Update: Neven verwijst in een van zijn commentaren naar een update van deze grafiek. Die grafiek volgt hieronder:

[Eind update]

Op de NOS.nl homepage vandaag een interview met mij in verband met de expeditie naar Spitsbergen. De kop luidt: ‘Klimaatonderzoekers lijden aan tunnelvisie’. Heleen Ekker van de NOS benaderde mij twee weken geleden voor een achtergrondgesprek, samen met Martijn Bink van de NOS, die enkele dagen later mee zou gaan met de grote onderzoeksexpeditie naar Spitsbergen.

Het idee dat er sprake is van tunnelvisie in de klimaatwetenschap werk ik verder uit in het boek Hoezo 5 voor 12? waaraan ik momenteel werk. Er is zeker sprake van een soort obsessie voor CO2 en die remt in mijn optiek de vooruitgang van de klimaatwetenschap. Door de afvlakking van de mondiale temperatuur rond 2000 is er wel een verbetering gekomen omdat onderzoekers wel moesten erkennen dat op een termijn van tien tot vijftien jaar de invloed van natuurlijke of interne variabiliteit ook behoorlijk groot kan zijn.

We weten dat de variabiliteit rond de Noordpool erg groot is, zoals de grafiek hierboven laat zien. Deze reeks is samengesteld uit verschillende meetstations zoals beschreven in dit artikel. Er is sprake van opwarming op Spitsbergen, maar er zijn ook gigantische fluctuaties te zien, zoals een winteropwarming van 12 graden in slechts vijf jaar (!) tussen 1917 en 1922. Het artikel zegt hierover:

A prominent feature of the homogenised Svalbard temperature record is a marked warming 1917–1922, which changed MAAT at sea level from about −12.2°C to −4.9°C. However, it is not known if the low starting temperature in the record (Figure 1) is typical for Little Ice Age conditions in Svalbard, or if it only represents the culmination of a decal-scale cold period in the transition to warmer conditions following the Little Ice Age. Comparisons with early records from northern Norway (e.g., Alta Airport, 70.0°N 23.4°E, 1880–1939; Vardø, 70.37°N 31.10°E, 1840–2010; Mehaven-Sletnes, 71.9°N 27.8°E, 1899–1940) suggest that this might well be the case. Judging from these stations, Svalbard MAAT in the decade leading up to 1912 presumably was 1 to 3°C above what was recorded between 1912 and 1917. If so, the linear trend of 0.23°C per decade calculated for the 1912–2010 Svalbard MAAT record indicates an unrealistic high overall temperature increase rate for the past century. If one instead calculates the trend between the two temperature peaks in 1938 and 2006, the linear decadal trend is 0.14°C only. Clearly it is precarious to calculate an overall trend from a low to a peak value.

Verderop in het artikel laten de onderzoekers de correlatie zien met de Atlantic Multidecadal Oscillation (AMO):

Mijn boodschap aan Martijn Bink was om die invloed van natuurlijke variabiliteit goed in het achterhoofd te houden. Er was van 1938 tot 1990 sprake van ‘afkoeling’ op Spitsbergen en daarna weer opwarming. Welke rol CO2 speelt in dit geheel is nog verre van duidelijk. Op de website van de expeditie, sees.nl, heb ik het woord CO2 niet kunnen vinden. Maar in media-optredens spreken de initiatiefnemers wel vaak over ‘de snelle verandering in het gebied’. Stilzwijgend gaan ze ervan uit dat die tegenwoordig vrijwel volledig door CO2 veroorzaakt worden. Dat is voorbarig.

Share

Tim Noakes keynote speaker op Ancestral Health Congres Groningen

Eerder dit jaar liet ik al weten dat ik me niet alleen meer op klimaat wil richten. In het klimaatdebat liggen immers toch alle kaarten op tafel. Het is nu wachten hoe het klimaat zich de komende tien jaar gaat ontwikkelen en of het gat tussen klimaatmodellen en werkelijkheid groter of kleiner wordt.

Als vrijwilliger ben ik betrokken bij de organisatie van een voedings/gezondheidscongres op zaterdag 26 september in Groningen. Vandaag hebben we onderstaand persbericht naar de media gestuurd. Het is met name van belang dat we artsen weten te trekken. Mocht je artsen kennen die mogelijk belangstelling hebben voor dit congres, stuur dan s.v.p. dit persbericht naar ze door.

Evolutionaire geneeskunde goedkoper alternatief tegen welvaartsziekten

“Biologie laat niet met zich spotten”

Zijn de conventionele methoden om welvaartsziekten, zoals diabetes en hart- en vaatziekten, te voorkomen en te behandelen wel optimaal? Inzichten uit de evolutiegeneeskunde maken duidelijk dat het véél beter kan, tegen een fractie van de kosten. Op het Ancestral Health Symposium Nederland op zaterdag 26 september in Groningen, lichten zorgverleners en wetenschappers deze nieuwe inzichten toe. Speciale gast is sportarts en inspanningsfysioloog Tim Noakes van de Universiteit van Kaapstad. Hij is momenteel verwikkeld in een verbeten strijd met de gezondheidsautoriteiten van zijn land. In november moet hij zich zelfs verdedigen voor een tribunaal.

Ziektelast neemt toe

Hoewel mensen in het Westen door moderne geneeskunde steeds ouder worden, neemt de ziektelast sterk toe. Welvaartsziekten als diabetes, hart- en vaatziekten en ook depressie eisen een zware tol, via sterk stijgende zorgkosten en verminderde levenskwaliteit. Traditionele therapieën zijn duur en bestrijden slechts de symptomen.

Evolutiegeneeskunde

Een groeiende groep zorgverleners en wetenschappers meent dat inzichten uit de evolutionaire geneeskunde een goedkoper alternatief leveren, vaak met een betere uitkomst. “De evolutiegeneeskunde bestudeert gezondheid vanuit het zogenoemde mismatch-principe”, zegt bewegingswetenschapper dr. Esther Nederhof, onderzoeker van het UMC Groningen. “Wanneer onze leefomstandigheden sterk afwijken van die waarin de mens evolueerde, kunnen mismatches ontstaan en kan het risico op ziekten fors toenemen. De evolutionaire geneeskunde probeert omstandigheden en leefstijlfactoren die een potentiële mismatch vormen, te identificeren en te corrigeren.” Nederhof bezocht vorig jaar het vierde Amerikaanse Ancestral Health Symposium. “Ik vond het fantastisch hoe wetenschap en praktijk met elkaar verweven waren. Zowel onder de sprekers als onder deelnemers waren wetenschappers, (para)medici en geïnteresseerde leken. Dat heeft mij geïnspireerd om in Nederland het initiatief te nemen een soortgelijk symposium te organiseren.”

Voor het tribunaal

Sportarts en inspanningsfysioloog professor Tim Noakes van de Universiteit van Kaapstad is een van de keynote speakers op het symposium. Deze legende in zijn vakgebied is momenteel verwikkeld in een verbeten strijd met de gezondheidsautoriteiten van zijn land. Die vinden dat hij met zijn voedingsadviezen (hij propageert een voeding met veel vetten en weinig koolhydraten) de volksgezondheid schaadt. In november moet hij zich zelfs verdedigen tijdens een zeven dagen durend tribunaal. “Het is een buitengewoon ironische situatie”, constateert Noakes. “De standaard gezondheidsadviezen in de westerse landen vormen de basis voor de epidemie van welvaartsziekten. Tegelijkertijd stapelt het bewijs zich op dat richtlijnen die zijn gebaseerd op evolutionaire inzichten, veel beter werken. De biologie laat niet met zich spotten.”

Keer Diabetes OM

Inzichten uit dit type onderzoek worden inmiddels ook met succes in de praktijk gebracht. Zo hanteert het project Keer Diabetes Om evolutiegeneeskundige inzichten om patiënten met diabetes type-2 gezonder te maken. Veel deelnemers kunnen na leefstijl-maatregelen stoppen met hun medicijnen. Fysioloog dr. Peter Voshol en diëtiste Connie Hoek lichten dit op het symposium toe. Hoewel het mismatch-model een stevige wetenschappelijke en empirische basis heeft, is er veel weerstand tegen. Diëtiste Janet Noome ondervond dat toen ze evolutiegeneeskundige principes ging toepassen in haar praktijk. Patiënten knapten erg op maar veel collega’s vonden het maar niets. “In die begindagen werd ik een kwakzalver genoemd”, zegt Noome. “Gelukkig lijkt het tij voorzichtig te keren. Steeds meer collega’s zien de logica en de klinische resultaten en haken aan. Eigenlijk begint het nu pas leuk te worden.”

Ancestral Health Symposium Nederland
Zaterdag 26 september
Groningen Evolutionary Life Sciences Institute
Meer informatie over het symposium is te vinden op www.ancestralhealth.nl

Noot niet bestemd voor publicatie:

Voor inhoudelijke vragen over het symposium kunt u terecht bij Esther Nederhof, info@ancestralhealth.nl, 06 26696953. Voor persaanmeldingen kunt u terecht bij Marcel Crok,marcel.crok@gmail.com, 06 16236275.

 

 

 

Share

Opiniestuk “in” NRC over “er is geen hiatus-paper”

NRC opende op vrijdag 5 juni de krant met de kop “Opwarming aarde zet toch door”. Aanleiding was de veelbesproken Science-paper van Karl et al die claimt dat de “hiatus” of de “pause” een “illusie” was, een artefact van de data. Ik vond het vreemd en onterecht dat dit “nieuws” gebracht werd op de voorpagina. Bij een genuanceerd stuk op de wetenschapspagina was ik vermoedelijk niet in de pen geklommen, nu wel.

Hoewel een opinieredacteur aanvankelijk enthousiast was over mijn ingezonden stuk en het aanbeval bij zijn collega’s, werd het uiteindelijk niet in de krant geplaatst. Het stuk is nu wel online verschenen. Er is al volop discussie en wordt er weer driftig gestrooid met ad hominems.

In een van de commentaren verwoordt Gerbrand Komen, oud-researchdirecteur van het KNMI kort maar krachtig wat ik ook vind:

Jos Hagelaars verwees terecht naarhttp://www.realclimate.org/index.php/archives/2015/06/debate-in-the-noise/voor de nodige nuancering. Wat mij betreft is er geen nieuws. Het Science artikel illustreert alleen maar de onzekerheden die we al lang kenden. Ik vond de NRC berichtgeving dan ook misleidend en misplaatst.

Hieronder volgt het integrale stuk:

Opwarming aarde loopt juist ver achter op schema

Wetenschapsnieuws haalt niet vaak de voorpagina. Als het al gebeurt, moet het wel groot nieuws zijn, van het kaliber ‘buitenaards leven’ of ‘therapie tegen kanker’ ontdekt. Op vrijdag 5 juni was het echter zo ver. ‘Opwarming van de aarde zet toch door’, kopte NRC op toevalligerwijs de eerste tropische dag van het jaar.

Reden voor het bericht was een studie in Science waaruit zou blijken dat van de zogenaamde ‘warming hiatus’ in de afgelopen vijftien jaar toch geen sprake is geweest. Dat lijkt op het eerste gezicht inderdaad groot nieuws. De laatste jaren is er immers druk gespeculeerd door klimaatwetenschappers waarom de aarde sinds de eeuwwisseling niet of nauwelijks meer opwarmde terwijl de uitstoot van CO2 juist snel toenam.

Hoe baanbrekend is dit nieuws? Laten we eens kijken naar de grafiek die de onderzoekers zelf publiceerden en die hierboven is afgebeeld. In rood zien we de ‘oude’ temperatuurreeks, in zwart de ‘nieuwe’. Zoek de verschillen. Inderdaad, die zijn er nagenoeg niet. Als je heel goed kijkt zie je dat de laatste paar jaar de zwarte lijn wat boven de rode lijn ligt. Dus sinds 2000 laat de nieuwe reeks inderdaad wat meer opwarming zien. Maar de opwarming over de hele periode sinds 1880 is vrijwel identiek. Lees verder…

Share

Het Grote Klimaatdebat in Affligem

 

Ik hoor geregeld dat er bij onze zuiderburen nagenoeg geen klimaatdebat wordt gevoerd. De media houden zich strikt aan de lijn van het IPCC en critici komen gewoon niet aan het woord. Een aantal Vlaamse klimaatsceptici heeft nu het initiatief genomen om een klimaatdebat te organiseren. Er is tenminste een goed ingevoerde klimaatscepticus die ik ken, namelijk Ferdinand Engelbeen. Toch heeft de organisatie ervoor gekozen twee Nederlandse “sceptici” uit te nodigen, Bas van Geel en ondergetekende zelf. De honderd plaatsen in de zaal zijn inmiddels alle bezet, dus aanmelden heeft geen zin meer. Ik zal volgende week laten weten hoe het debat verlopen is. Hieronder de aankondiging van de organisatie.

 

Het Grote Klimaatdebat in Affligem (nabij Brussel)

Zaterdag 16 mei 2015

Charta Vlaanderen nodigt u uit voor het grote klimaatdebat

“In welke mate is de mens verantwoordelijk voor de klimaatveranderingen?”
Dirk Draulans betreurde recent nog, in verband met het klimaat, dat ‘wetenschappers te weinig wegen op het maatschappelijk debat, waardoor dat gekaapt kan worden door mensen die met veel minder inzicht stellingen verkopen die gemakkelijk geslikt worden.’
Wij hebben vier wetenschappers met relevante ervaring in de klimaatwetenschap uitgenodigd om hier een antwoord op te geven.

Locatie: Aula De Montil – Moortelstraat 8 – 1790 Affligem
Tijd: vrijdag 22 mei 2015 19 uur
Toegang gratis!
VERPLICHT inschrijven (beperkte plaatsen) via: klimaatdebat2015@gmail.com

De moderator is Rik Van Cauwelaert

De verdedigers van de consensus betreffende de klimaatopwarming:

Dirk Verschuren is hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij is onderzoeksprofessor in paleoecologie en klimaatverandering. Zijn onderzoek overkoepelt de disciplines van paleoklimatologie, ecologie, geologie, geografie en archeologie. Zijn voornaamste onderzoeksfoci zijn de reconstructie van klimaatvariatie in Afrika; en huidige tussen mens en natuur in Afrika.

Luc Debontridder is hooggeplaatst klimatoloog voor het KMI. Hij is verantwoordelijk voor de adviezen voor het Rampenfonds van België bij extreem weer. Hij deed veel onderzoek naar de evolutie in extreem weer, zoals windhozen en hagelstenen. Hij is officier ter lange omvaart.

De critici van de visie dat de mens de voornaamste oorzaak zou zijn van de klimaatveranderingen:

Dr. Bas van Geel is bioloog en paleoklimatoloog, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij onderzoekt oorzaken van klimaatverandering en gevolgen van menselijke invloed op de vegetatie gedurende de periode na de laatste ijstijd. Van Geel is tegenwoordig (gepensioneerd) onbezoldigd hoofddocent paleo-ecologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Marcel Crok is doctorandus in de scheikunde (Rijksuniversiteit Leiden). Hij is freelance onderzoeksjournalist op het gebied van klimaat. Van 2011 tot 2013 was hij expert reviewer van het vijfde IPCC-rapport in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Nederland). Hij was nog redacteur voor verschillende wetenschappelijke tijdschriften (zoals Ingenieur, Natuur & Techniek). Hij schreef onder meer ‘De Staat van het Klimaat, een koele blik op een verhit debat’.

 

Share

Samenvatting Biodiversiteitscrisis, Massa-uitsterven of massahysterie?

De snelste manier om wegwijs te worden in Rypke’s rapport Biodiversiteitscrisis, Massa-uitsterven of massahysterie? is de samenvatting, die hieronder integraal is weergegeven. Het rapport is te downloaden via de Stichting MW&B. Rypke heeft een blogbericht op climategate.nl staan.

 

Samenvatting

  • De term “biodiversiteit” is in korte tijd volledig ingeburgerd maar roept misverstanden op. In het algemene taalgebruik wordt hiermee het aantal voorkomende soorten bedoeld, de soortenrijkdom. Maar wetenschappers bedoelen zowel ‘soortenrijkdom’ als ‘populatietrends binnen die soorten’. Op die manier kan ook een afname van het aantal dieren binnen een soort als ‘verlies aan biodiversiteit’ gecommuniceerd worden.

Bij berichten over biodiversiteit gaat het meestal om trends in de populaties van de 76.000 planten- en diersoorten die beschreven staan in de Rode Lijst van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN). Dat zijn in totaal 4,2 procent van de bij de wetenschap bekende 1,8 miljoen soorten. Ruim 17.000 daarvan vallen in de categorie ‘bedreigd’ (0,8 procent van het totaal). Natuurbeschermers tonen daarbij niet verrassend een sterke voorkeur voor charismatische vogels en zoogdieren, een kleine 1 procent van de alle bekende soorten. Van 99 procent van de ‘bekende’ biodiversiteit bestaan vrijwel geen betrouwbare data over populaties en verspreiding.

  • De acties van Westerse natuurbeschermers voor het behoud van biodiversiteit zijn sterk gekleurd.

Mensen zijn nogal kieskeurig als het gaat om biodiversiteit. Er is een lange lijst van organismen waar we last van hebben. Op deze lijst staan ziekteverwekkers en plagen zoals muggen, teken, de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt, ratten, termieten, luizen, de leprabacterie en de malariaparasiet. Zelfs prachtige dieren als tijgers, wolven, beren en olifanten willen we liever niet in onze achtertuin.

  • Er stierven de afgelopen 500 jaar 0,05 procent van de door de wetenschap beschreven soorten uit. Van ‘massa-uitsterven’ – zoals bij het uitsterven van de dinosauriërs – is pas sprake als tenminste 75 procent van alle soorten uitsterven.

Sinds 1500 stierven 860 van de 1,8 miljoen door de wetenschap beschreven soorten uit, de meeste daarvan al voor 1900. Dat is 0,05 procent. Alleen van vogels, zoogdieren en vissen bestaan redelijk betrouwbare data over uitsterven, bijgehouden op twee lijsten, de Rode Lijst van de IUCN en de lijst van de Committee on Recently Extinct Organisms (CREO). Van vogels en zoogdieren stierf ongeveer 1 procent van de soorten uit na 1500. In dezelfde periode stierven naar schatting 60-80 soorten zoogdieren uit en 129 vogelsoorten. De snelst uitstervende soortgroep sinds 1500 is die van de slakken, waarvan er naar schatting 310 soorten uitgestorven zijn op een totaal van 6800 bekende soorten (4,6 procent).

  • Het uitsterven van soorten in de laatste 500 jaar vond niet mondiaal plaats, maar voor het overgrote deel (95 procent) op tropische eilandjes en in Australië, vooral door de introductie van exoten.

Deze afname van inheemse soorten wordt ruimschoots gecompenseerd door introductie van nieuwe soorten. Symbool voor dit door de mens (en zijn ‘gevolg’ in de vorm van ratten, varkens etc.) veroorzaakte uitsterven op geïsoleerde eilanden is de dodo geworden. Deze loopvogel leefde op Mauritius in de Indische Oceaan en stierf uit niet lang nadat Nederlandse ontdekkingsreizigers er voet aan wal hadden gezet. In Europa stierf sinds 1900 (mogelijk) slechts één zoogdiersoort uit, de Beierse woelmuis. Maar het is niet uitgesloten dat deze soort zich nog ergens ophoudt in een dal in Oostenrijk.

  • Het uitsterven van soorten door menselijk toedoen is geen modern fenomeen.

De komst van de Maori’s op Nieuw-Zeeland rond 1300 deed ongeveer 40 procent van de vogelsoorten de das om. Dat is veel meer dan de moderne mens waar ook ter wereld op zijn geweten heeft. Mede door menselijke overbejaging stierf in het late Kwartair (tussen 50.000 en 10.000 jaar geleden) 72 procent van de families aan megafauna (soorten zwaarder dan 40 kg) uit op het Noord-Amerikaanse continent, 83 procent op het Zuid-Amerikaanse continent, 35 procent in Europa en Azië, 88 procent in Australië en alleen Afrika bleef relatief gespaard met 21 procent.

  • Het Wereld Natuur Fonds claimt in het Living Planet Report 2014 ten onrechte dat de mondiale biodiversiteit sinds 1970 halveerde.

Bedoeld wordt namelijk dat de helft van de populaties vogels en zoogdieren in aantal afnam en dus niet dat soorten uitstierven. Het WNF verzwijgt in hun communicatie echter dat de andere helft van de gemeten populaties in aantal toenam of stabiel bleef. Het glas is dus halfleeg bij het WNF.

  • Beweringen dat soorten nu 10.000 maal sneller uitsterven dan ‘normaal’ zijn niet gebaseerd op metingen, maar op grove aannames en computerschattingen, waarbij men soorten laat uitsterven die misschien niet eens bestaan.

Zo schat de milieutak van de Verenigde Naties (UNEP) dat er dagelijks 150 tot 200 soorten op aarde uitsterven oftewel ruim 70.000 per jaar. Op basis van getallen van IUCN en CREO komen we zoals gezegd slechts tot 1,7 soorten per jaar. Waarbij het tempo van uitsterven voor 1900 bovendien hoger lag dan daarna. De UNEP zit met haar getallen een factor 30.000 tot 40.000 hoger.

  • De meest geciteerde studie naar de toekomstige effecten van de opwarming van de aarde op biodiversiteit geeft een zware overschatting van uitsterven. Het klimaatpanel IPCC baseert zijn claims over massa-uitsterven voornamelijk op deze studie.

De beroemdste en meest geciteerde klimaat-biodiversiteitstudie van Chris Thomas in Nature (2004) claimde dat een miljoen soorten zullen gaan uitsterven na 2050 als gevolg van de opwarming van de aarde, een kwart van de soorten op land. Ook het klimaatpanel IPCC leunde in haar vierde rapport in 2007 sterk op deze studie. De methode van Thomas is gebaseerd op foutieve rekenmethodes. Ook winkelde zijn team selectief in de data waardoor het uitsterven van soorten door opwarming flink werd opgeblazen.

  • Er stierf tot op heden geen enkele soort uit enkel en alleen door klimaatverandering.

Ook een van de meest gebruikte posterdieren van klimaatopwarming, de gouden pad, stierf niet uit door opwarming, maar door een combinatie van schimmelziekte en een droge periode. De ijsbeer nam dramatisch in aantal toe sinds begin jaren ’70 door een jachtbeperking in Arctische gebieden.

  • Alle moderne soorten overleefden al natuurlijke klimaatsprongen van zes graden en van hogere temperaturen dan het IPCC de komende eeuw verwacht.

De opwarming van bijna een graad in de afgelopen 1,5 eeuw is irrelevant voor natuurbescherming. Enige graden opwarming kan alleen tot uitsterven leiden in combinatie met andere factoren zoals habitatverlies en exoten.

 

Share

Biodiversiteitscrisis blijkt vals alarm

Collega en vriend Rypke Zeilmaker heeft het afgelopen half jaar hard gewerkt aan een rapport over de mondiale biodiversiteit op land. Opdrachtgever was de Stichting Milieu, Wetenschap & Beleid. De bescheiden financiering voor het rapport kwam tot stand via particuliere donaties. Ikzelf was nauw betrokken bij het rapport. Ik las en becommentarieerde verschillende conceptversies en deed de eindredactie (voor nog aanwezige taalfouten mag u mij dus aanspreken). Het rapport laat zien dat, in tegenstelling tot wat de meeste mensen zullen denken, er momenteel zeer weinig soorten uitsterven. De moderne mens heeft wel soorten over de kling gejaagd sinds 1500, maar dat gebeurde voor het overgrote deel op tropische eilanden (denk aan de beroemde dodo op Mauritius) en met name voor 1900. Hieronder volgt het persbericht. Het rapport van 55 pagina’s kun je hier downloaden.

 

Biodiversiteitscrisis blijkt vals alarm

Van massa-uitsterven absoluut geen sprake

DELFT, 6 februari 2015 – Het uitsterven van diersoorten in de moderne tijd vond voornamelijk plaats vóór 1900 en dan vooral op geïsoleerde tropische eilanden. Ook stierf tot nu toe geen enkele soort uit door de opwarming van de aarde. Die sobere feiten staan in schril contrast tot de doemverhalen die er over biodiversiteit de ronde doen.

Dat stelt het rapport Biodiversiteitscrisis, massa-uitsterven of massahysterie? dat natuur- en wetenschapsjournalist Rypke Zeilmaker schreef voor de Stichting Milieu, Wetenschap en Beleid. Het rapport baseert zich onder meer op de twee meest gebruikte lijsten voor plant- en diersoorten. Dat zijn de Rode Lijst van de World Conservation Union (IUCN) en de lijst van uitgestorven zoogdieren en vissen van de Committee On Recently Extinct Organisms (CREO).

Sinds 1500 stierven wereldwijd naar schatting 832 van de 1,8 miljoen door de wetenschap beschreven soorten uit, ofwel slechts 0,05 procent. Van de best gedocumenteerde soortgroepen, vogels en zoogdieren, stierf ongeveer 1 procent uit, voornamelijk door de introductie van exoten op tropische eilanden. Deze uitsterfpercentages blijven ver verwijderd van wat biologen definiëren als massa-uitsterven, waarbij maar liefst 75% van alle soorten uitsterft.

Volgens de milieutak van de Verenigde Naties, UNEP, en in haar kielzog tal van NGO’s, zou de moderne mens een massa-uitsterven veroorzaken, vergelijkbaar met de meteorietinslag in Mexico die 65 miljoen jaar geleden de dinosaurussen wegvaagde. UNEP claimt zelfs dat er dagelijks maar liefst 150 tot 200 soorten op aarde uitsterven. “Deze cijfers liggen een factor 30.000 tot 40.000 hoger dan daadwerkelijk is geteld. Ze zijn gebaseerd op grove aannames, waarbij duizenden soorten uitsterven die misschien niet eens bestaan,” zegt Zeilmaker.

Het Wereld Natuur Fonds claimt in haar Living Planet Report 2014 ten onrechte dat de mondiale biodiversiteit sinds 1970 halveerde. Bedoeld wordt namelijk dat de helft van de populaties vogels en zoogdieren in aantal afnam en dus niet dat soorten uitstierven. Het WNF verzwijgt in hun communicatie echter dat de andere helft van de gemeten populaties in aantal toenam of stabiel bleef. “Het glas is dus halfleeg bij het WNF”, aldus Zeilmaker.

Opwarming van de aarde
Het rapport stelt dat het uitsterven van soorten sinds 1500 voor het overgrote deel (95 procent) plaatsvond op tropische eilandjes en in Australië. Vooral de introductie van door de mens meegebrachte exoten (als ratten, huiskatten, varkens, slangen) veroorzaakte de extinctie op geïsoleerde eilanden, waarvan de dodo op Mauritius het bekendste voorbeeld is. Het uitsterven van soorten op die eilanden werd echter ruimschoots gecompenseerd door de introductie van nieuwe soorten.

Er stierf tot op heden geen enkele soort uit enkel en alleen door de opwarming van de aarde. Ook een van de meest gebruikte posterdieren van klimaatopwarming, de gouden pad (in Costa Rica), stierf niet uit door opwarming, maar door een combinatie van schimmelziekte en een droge periode. De ijsbeer nam spectaculair in aantal toe sinds landen rond de poolcirkel een jachtbeperking instelden in 1973.

De Stichting Milieu, Wetenschap en Beleid (MW&B) stimuleert met name kritische wetenschapsjournalistiek en objectieve wetenschapsbeoefening. Het rapportBiodiversiteitscrisis, Massa-uitsterven of massahysterie? is gefinancierd uit particuliere donaties.

Share

Bart Strengers verslaat Hans Labohm maar…

Bart Strengers van het PBL heeft een weddenschap gewonnen van Hans Labohm. Doorslag gaf het feit dat de periode 2010-2014 warmer was dan het decennium ervoor (2000-2009). Ik feliciteer Bart, onze uitstekende projectleider het afgelopen jaar van Climate Dialogue, bij deze hartelijk met zijn winst en bedank Hans voor zijn sportieve reactie, door Bart en enkele anderen (waaronder ikzelf) zelfs uit te nodigen voor een etentje op 5 februari in De Bilt. Opnieuw het bewijs dat sceptici en mainstreamers in Nederland op het persoonlijke vlak goed met elkaar overweg kunnen, ondanks dat we inhoudelijk vaak lijnrecht tegenover elkaar blijven staan. En zo hoort het ook te zijn, binnen de wetenschap mag men elkaar op het scherpst van de snede bestrijden.

Strengers plaatste naar aanleiding van de weddenschap een heel dossier op de website van het PBL waarin hij terugblikt op de weddenschap. Al die stukken zijn de moeite van het lezen meer dan waard. Ik moest echter heel hard grinniken bij de volgende opmerking en achterliggende uitleg. Eerst de opmerking, die zeer cryptisch is opgeschreven en waar de lezer eventjes op mag kauwen:

De kans dat de klimaatgevoeligheid overschat wordt is kleiner dan dat hij onderschat wordt.

Lees verder…

Share

Klimaat, Parijs, KNMI-scenario’s, mest, voeding

De afgelopen jaren heb ik met veel plezier geschreven en gepraat over het klimaatdebat. En wees gerust (of ongerust), ik zal dat ook in de toekomst blijven doen. Toch zal 2015 in het teken staan van enige verbreding van mijn aandachtsvelden. Hieronder een overzicht van mijn plannen.

Boek(je) klimaatbeleid in aanloop naar Parijs
Dit jaar staat in het teken van de belangrijke klimaatconferentie in Parijs. Alle ogen zijn – net als in 2009 in Kopenhagen – gericht op de wereldleiders om een nieuw klimaatakkoord te sluiten. Dit nieuwe klimaatverdrag, de opvolger van het Kyoto-protocol, moet er dan voor zorgen dat de opwarming van de aarde binnen de 2 graden blijft (ten opzichte van pre-industrieel). In het laatste hoofdstuk van mijn boek De staat van het klimaat heb ik al uitgelegd waarom het huidige klimaatbeleid niet echt succesvol is. Dit jaar wil ik een boek(je) schrijven over klimaatbeleid. Ik hoop het voor de klimaatconferentie af te hebben zodat het hopelijk een steentje kan bijdragen aan het publieke debat in Nederland (en wellicht Vlaanderen). Ik wil in het boek enerzijds laten zien waarom klimaatbeleid tot nu toe niet gewerkt heeft en zich veel te veel heeft blindgestaard op de rol van CO2. Anderzijds wil ik uiteenzetten wat rationeel klimaatbeleid kan zijn bij een klimaatgevoeligheid van rond de 1,5 graden Celsius. In dat opzicht borduur ik voort op het rapport dat Lewis en ik vorig jaar publiceerden. Het publiceren van dit boek(je) is mijn belangrijkste doel van het jaar.
Lees verder…

Share

Meteoriet, kikker, koorts en kanker

Vraag: Wat hebben meteorieten, kikkers, koorts en kanker met elkaar gemeen?
Antwoord: Ze worden alle vier wel gebruikt als metafoor om de urgentie van het klimaatprobleem aan te duiden.

Marcel van Dam trapt vanavond de uitzending van De Achterkant van het Gelijk over klimaatverandering af met de volgende vergelijking: Stel dat wetenschappers erachter komen dat een grote meteoriet over twee jaar waarschijnlijk gaat inslaan op aarde. 95% van de wetenschappers is het erover eens dat de meteoriet de aarde zal raken, 5% denkt echter dat ‘ie rakelings langs de aarde zal scheren. De vraag aan de tafelgasten: lukt het de wereldleiders om snel overeenstemming te bereiken over maatregelen?

Als ik me goed herinner (ik was vorige week bij de opnamen, maar het geluid was niet altijd even duidelijk) waren de antwoorden niet uitgesproken ja of nee. Mijn antwoord zou zijn geweest: Ja!

Dit scenario en de urgente risico’s die eraan verbonden zijn staan echter in geen verhouding tot de mogelijke dreiging die er van klimaatverandering uitgaat. Die verandering is veel langzamer (een sluipmoordenaar? Nog een leuke metafoor) en wordt daardoor door velen niet als urgent gevoeld, iets wat Ed Nijpels (de man die het energie-akkoord moet uitvoeren) in de uitzending een aantal maal benadrukte. En Jeroen van der Veer (ex-topman Shell) bracht de metafoor in van de kikker die onmiddellijk uit water van 100 graden zal springen, maar rustig blijft zitten als het water geleidelijk opwarmt (een metafoor die wel vrij goed weergeeft hoe de wereld reageert op de opwarming van de aarde):

Hoe urgent is klimaatverandering?
Sommigen mensen beschouwen de hogere IPCC-scenario’s (vier graden opwarming deze eeuw) uiteraard als urgent. Ikzelf zou dat ook doen als ik de 4 graden in 2100 serieus nam. Drie graden in een eeuw is fors en zal zeker onvoorziene gevolgen hebben.

Anderen, zoals ik zelf, zien echter nog te weinig bewijs voor een dramatische opwarming in de komende eeuw en gaan uit van milde opwarming waaraan de mensheid en ook de natuur zich vrij makkelijk zal kunnen aanpassen. De opwarming sinds 1850 is een milde 0,8 graden en een versnelling daarvan is in geen velden of wegen te zien. Zoals bekend is er de afgelopen 15-20 jaar een vertraging. De troposfeer is met uitzondering van een sprong in 1976 nauwelijks opgewarmd.

Hoe dan ook, ik vond de gekozen metafoor een slecht begin om de ethische kant van het klimaatdebat te belichten (=doel van het programma).

Ik zelf gebruik de meteoriet wel eens als tegenvoorbeeld voor diegenen die zich erg op de worst case scenario’s voor klimaat baseren. We hebben de meeste meteorieten die in de buurt van de aarde kunnen komen namelijk goed in kaart gebracht en er is weinig reden voor alarm. Kleinere brokstukken van 50 tot 100 meter grootte kunnen we echter minder goed zien en het is mogelijk dat zo’n brokstuk de aarde zou raken. Valt zo’n brokstuk op Parijs of New York of in de oceaan, dan is de ramp niet te overzien. De vraag is nu: hoeveel zijn we bereid als wereldgemeenschap om dit risico verder in kaart te brengen en hoeveel geld zijn we bereid te steken in het detecteren en eventueel onschadelijk maken (als dat mogelijk is) van dergelijke kleiner meteorieten?

Kanker of koorts?
Een derde metafoor die geregeld gebruikt wordt is dat de aarde koorts heeft of kanker. De dit jaar overleden Wubbo Ockels gebruikte de metafoor in 2013 in zijn Springtij-lezing. Ik citeer een stukje:

Het derde perspectief is wat lastiger en ik hoop dat ik daar goed uitkom, want het is een beetje emotioneel. En dat is namelijk dat ik denk dat de aarde en wat er aan de hand is, het best vergeleken kan worden met kanker. De aarde heeft kanker. Als je de fundamentele eigenschappen van kanker neemt, dan zie je dat dat nu gebeurt. Kanker is een gewone cel van je eigen lichaam. Mensen zijn gewone mensen. Maar op een of andere manier gaat die kanker groeien op een manier, dat hij een truc heeft gevonden om niet dood te gaan terwijl hij eigenlijk dood hoort te gaan.

Op zichzelf een mooie vergelijking. Je kunt immers best stellen dat de mens als soort is gaan woekeren en andere soorten is gaan overwoekeren.

Weer anderen zeggen dat de aarde koorts heeft. Jan Paul van Soest publiceerde een boek met die titel en ook internationaal wordt de vergelijking veel gebruikt. Het voordeel van koorts is dat je meteen een associatie met opwarming hebt. Het nadeel van koorts als vergelijking is mensen – veel meer dan de aarde als geheel – binnen een nauwe bandbreedte moeten blijven rond 37 graden Celsius. Zowel te koud als te warm is ons snel fataal. De aarde heeft al heel wat extreem warme en extreem koude periodes doorstaan en bestaat nog steeds.

Wel zou een interessante vraag kunnen zijn hoeveel verhoging vindt je dat de aarde heeft in termen van koorts? Ik zou dan kunnen zeggen: 37,8. Lichte verhoging dus, maar mijn kinderen mochten ermee naar de crèche. Anderen vinden mogelijk dat het nu al een 39 of 40 graden koorts is.

Dat geeft dan vervolgens wel een opening naar wat volgens mij de meest relevante vraag van de uitzending had moeten zijn (maar het dus niet was). Namelijk, wat is op dit moment de gewenste behandeling voor de patiënt: gewoon uitzieken (laissez faire) of een chemokuur (zo snel mogelijk decarbonisatie van de economie)? Merk op dat sommige aanwezigen, zoals Marjan Minnesma, het ongetwijfeld met deze typering al niet eens is. Volgens haar kunnen we tegen geringe kosten in 2030 draaien op 100% duurzame energie.

Andere relevante vragen: hoeveel ben je bereid te betalen voor die “behandeling”? En moet die behandeling meteen beginnen of kijken we het eerst nog even aan?

Kortom, zoals bijna altijd bij dit soort complexe debatten, veel gemiste kansen. Maar toch een uitzending die je zeker moet gaan kijken, al is het maar vanwege de vele interessante gasten die aan tafel zaten: Deltacommissaris Wim Kuiken, Marjan Minnesma, Appy Sluijs (ja, alweer hij), Jean-Pascal van Ypersele, Herman Philipse, Jeroen van der Veer, Lucia van Geuns en Ed Nijpels.

Kijken dus, zo meteen om 20:25 uur op NPO2.

 

 

 

 

Share

Dijkstra II: Nederland wel warmer, niet extremer

Iedereen dank voor de interessante discussie onder het doorgeplaatste opiniestuk van Frans Dijkstra. Frans heeft in zijn laatste commentaar geprobeerd een eerste samenvatting te schrijven. Aangezien de vorige draad erg lang werd plaats ik dat commentaar hier als gastblog. Het is goed mogelijk dat critici van Dijkstra (Arjan, Guido, Jan etc.) het oneens zijn met de samenvatting. Mocht een van de “critici” ook een soort van samenvatting schrijven dan plaats ik die ook als apart gastblog. MC

Gastblog Frans Dijkstra

Ik doe een poging een paar dingen te inventariseren waar we het over eens zijn.

(1) Er is over de periode 1997-2014 geen correlatie tussen de gemiddelde maandtemperatuur en de tijd. Ik noem dat stilstand of stagnatie. Ik weet niet of ik de eerste ben in Nederland die dit signaleert. Als er in deze data een trend van plus of min 0,003 graad per maand zou zitten, dan zou dat nog net niet significant zijn. Dat betekent naar de toekomst toe, dat in 100 jaar een daling of een stijging van bijna 4 graden niet is uitgesloten. Dat is waar, maar wie zou zo’n reeks voor 100 jaar willen extrapoleren? Degenen die zeggen dat de opwarming onverminderd door gaat, kunnen dat niet zeggen op grond van deze data. Deze data zeggen uitsluitend: het kan vriezen of dooien. Zijn we het daarover eens?

Arjan van Beelen
De termijn is te kort en de spreiding is te groot om iets zinvols te kunnen concluderen over de temperatuurtrend. Als je iets schuift met het beginpunt, of een jaar toevoegt of weglaat dan krijg je weer andere resultaten. In een dataset met een grote variabiliteit ten opzichte van de trend kan je nooit aantonen of het nu nog wel of niet opwarmt de laatste jaren, dus dit is een zinloze bezigheid.

 

Guido van der Werf
dat de temperatuur vrij vlak is de laatste jaren daar zijn we het snel over eens. En dat extrapoleren van deze trend zinloos is daar zijn we het ook over eens. Maar ik ben het niet met je “het kan vriezen of dooien” eens. Misschien wel voor de komende jaren maar op een gegeven moment zal de trend door opwarming weer boven de ruis uit moeten komen.

 

Jan van Rongen
Statistisch foute conclusie; door Frans gemotiveerd met een zeer bekende logische fout, namelijk omkering van de (betekenis van de) nul-hypothese.

(2) Over de hoge oktobertemperaturen is mij cherry picking verweten omdat ik het over 23 graden had. Dat was toevallig de temperatuur van 18 oktober j.l. Keulemans zet daar zijn eigen cherry picking tegenover door een grafiek met 20 graden te tekenen. Tijd voor het volledige plaatje:

Volgens mij hebben Keulemans en ik allebei gelijk: warme dagen (meer dan 20 of 21 graden) zijn in de tweede helft van de periode flink toegenomen, maar vanaf 22 graden convergeren de lijnen. Vanaf 23 graden vallen ze vrijwel samen. Ik noem 23 graden in oktober ‘extreem’. Men kan van mening verschillen of een temperatuur die op 1,5% van de oktoberdagen voorkwam zo genoemd mag worden. Het is in ieder geval extremer dan de 3-6% van de oktoberdagen die warmer waren dan 20 graden.

Arjan van Beelen
Ik zie verschillen, maar ik zie niet of ze significant zijn. De eerste waarden bijv. >20 graden in ieder geval wel, dus je kan concluderen dat dat vaker voorkomt. Ik denk niet dat je kan aantonen dat records >23 C in Oktober vaker voorkomen in de 2e periode dan in de 1e periode.

 

Guido van der Werf
Ik heb in het vorige draadje diverse keren kwantitatief laten zien dat in het algemeen het aantal warme dagen is toegenomen, dus ik vind het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd vooral representatief voor het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd. En tja, wat extreem is daar kan je over twisten dus daar heeft iedereen gelijk.

 

Jan van Rongen
Anekdotisch “bewijs” dat kan worden omgevormd tot serieuzere testen waaruit de hoogte en (mate van) significantie van de opwarming voor en na 1957 kan worden afgeleid.

(3) We blijken het er over eens te zijn, dat voor 1950 ook veel tropische dagen zijn voorgekomen, verhoudingsgewijs niet veel minder dan na 1950. Dat kan misschien aan vliegtuigsporen worden toegeschreven: straalvliegtuigen waren er in de jaren 30 en 40 nog niet. Die sporen zouden op hete dagen de zonnestralen getemperd kunnen hebben. Maar misschien hebben ook hier de stromingspatronen invloed. Vliegtuigsporen kunnen niet het enorme gebrek aan tropische dagen in de jaren 50 en 60 verklaren. Een interessant punt voor nader onderzoek!

Arjan van Beelen
Ja, je kan niet aantonen dat het aantal tropische dagen toegenomen is als je deze 2 perioden hanteert. Als je tropische dagen (of warmer) als extreme hitte definieert dan kan je dus niet zeggen dat dit nu vaker voorkomt dan vroeger. Dit is een interessant (en bekend) resultaat, en heeft waarschijnlijk te maken met 1) aerosols (inclusief vliegtuigstrepen, de aerosol concentratie piekte in de jaren 60-70, en kan dus prima het minimum in 50-60er jaren verklaren (ik denk met contributie van stromingspatroon overigens, zie studies van Van Oldenborgh). 2) thermometerhutten en locatie 3) stromingspatroon? 4)bodemvocht? (nummering kan willekeurig zijn). Overigens is de verstedelijking toegenomen, dus aan de hand daarvan verwacht je weer een toename van het (niet daarvoor gecorrigeerde) aantal tropische dagen.

 

Guido van der Werf
Mee eens, er zijn veel factoren die een rol spelen, ik neem aan dat men op het KNMI hier ook wel mee bezig is. Ik ken de literatuur op dit gebied niet.

 

Jan van Rongen
Dit is geen samenvatting van een discussie maar iets nieuws – over vliegtuigsporen. Ik vind dat onzin. Dus oneens.

(4) Over de winters zijn we het ook eens. Natuurlijk waren er voor 1970 meer strenge winters (1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1943, 1947, 1956 in de eerste helft van de periode en 1963, 1979, 1985, 1986, 1987, 1996, 1997 in de tweede helft) terwijl tevens de winters van de eerste serie strenger waren en langer duurden dan de meeste van de tweede serie. Met mijn wintergeheugen is op dit punt niets mis, maar die ene extreem zachte winter van 2014 is niet maatgevend, dat wilde ik even gezegd hebben.

Extreem hoge temperaturen in de winter zijn veel meerzeggend dan hoge zomertemperaturen: van de januaridagen boven 13 graden viel er maar 1 in de eerste helft van de periode, tegen 17 in de tweede helft. Het record is zeer recent: 14,5 op 6 januari 2014.
Ik neig naar de conclusie uit deze en andere feiten dat de opwarming in Nederland tot dusver vooral blijkt uit hogere winter- en nachttemperaturen en veel minder in extreme warmte, die het KNMI in zijn scenario’s aankondigt, en waar exotische dieren op af zouden komen. Dat komt waarschijnlijk van het broeikaseffect (minder uitstraling) en van westelijke winden. Kunnen we het hier ook over eens zijn?

Arjan van Beelen
Die ene extreem zachte winter… ik kan me helaas erg veel extreem zachte winters herinneren in de jaren 90 en 2000, dit heb ik ook laten zien aan de hand van de ranking van de gemiddelde wintertemperatuur en de koudeproductie (Hellmann, maar geldt ook voor het vorstgetal van Meteogroup). Die zachte winters zijn overigens geen garantie voor de (nabije) toekomst, zoals ik al eerder schreef.
Nee, hier ben ik het helemaal niet mee eens. De enorme (recente) opwarming in NL blijkt vooral uit hogere lente en zomertemperaturen en minder uit die in de herfst en winter. De maand december is het minste opgewarmd van alle maanden. Zie bijv. http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0226-Temperatuur-mondiaal-en-in-Nederland.html?i=9-54 .
De winter en nachttemperaturen zijn gedurende de periode 1985-2010 met ongeveer dezelfde trend gestegen als wereldwijd, terwijl die overdag in het (zonne)zomer halfjaar bijna 2x zo snel zijn gestegen. Dit heeft o.a. te maken met de brightening, zoals je ook kunt zien in ons (Van Beelen & Van Delden) artikel in Weather.

 

Guido van der Werf
Ook mee eens en ook nog eens goed nieuws tot nu toe voor ons in Nederland lijkt me (behalve voor de schaatsliefhebbers natuurlijk). Maar uiteindelijk zal bij opwarming ook het aantal warme dagen verder toenemen, ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet zo is. En ik heb wel eens gehoord dat minimumtemperaturen een belangrijkere factor is dan maximumtemperaturen voor het verspreidingsgebied van exotische dieren ☺

 

Jan van Rongen
Ook dit is helemaal geen samenvatting of conclusie maar een nieuwe mening van Frans. Geen cijfermateriaal. Dus oneens.

 

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list