Meteoriet, kikker, koorts en kanker

Vraag: Wat hebben meteorieten, kikkers, koorts en kanker met elkaar gemeen?
Antwoord: Ze worden alle vier wel gebruikt als metafoor om de urgentie van het klimaatprobleem aan te duiden.

Marcel van Dam trapt vanavond de uitzending van De Achterkant van het Gelijk over klimaatverandering af met de volgende vergelijking: Stel dat wetenschappers erachter komen dat een grote meteoriet over twee jaar waarschijnlijk gaat inslaan op aarde. 95% van de wetenschappers is het erover eens dat de meteoriet de aarde zal raken, 5% denkt echter dat ‘ie rakelings langs de aarde zal scheren. De vraag aan de tafelgasten: lukt het de wereldleiders om snel overeenstemming te bereiken over maatregelen?

Als ik me goed herinner (ik was vorige week bij de opnamen, maar het geluid was niet altijd even duidelijk) waren de antwoorden niet uitgesproken ja of nee. Mijn antwoord zou zijn geweest: Ja!

Dit scenario en de urgente risico’s die eraan verbonden zijn staan echter in geen verhouding tot de mogelijke dreiging die er van klimaatverandering uitgaat. Die verandering is veel langzamer (een sluipmoordenaar? Nog een leuke metafoor) en wordt daardoor door velen niet als urgent gevoeld, iets wat Ed Nijpels (de man die het energie-akkoord moet uitvoeren) in de uitzending een aantal maal benadrukte. En Jeroen van der Veer (ex-topman Shell) bracht de metafoor in van de kikker die onmiddellijk uit water van 100 graden zal springen, maar rustig blijft zitten als het water geleidelijk opwarmt (een metafoor die wel vrij goed weergeeft hoe de wereld reageert op de opwarming van de aarde):

Hoe urgent is klimaatverandering?
Sommigen mensen beschouwen de hogere IPCC-scenario’s (vier graden opwarming deze eeuw) uiteraard als urgent. Ikzelf zou dat ook doen als ik de 4 graden in 2100 serieus nam. Drie graden in een eeuw is fors en zal zeker onvoorziene gevolgen hebben.

Anderen, zoals ik zelf, zien echter nog te weinig bewijs voor een dramatische opwarming in de komende eeuw en gaan uit van milde opwarming waaraan de mensheid en ook de natuur zich vrij makkelijk zal kunnen aanpassen. De opwarming sinds 1850 is een milde 0,8 graden en een versnelling daarvan is in geen velden of wegen te zien. Zoals bekend is er de afgelopen 15-20 jaar een vertraging. De troposfeer is met uitzondering van een sprong in 1976 nauwelijks opgewarmd.

Hoe dan ook, ik vond de gekozen metafoor een slecht begin om de ethische kant van het klimaatdebat te belichten (=doel van het programma).

Ik zelf gebruik de meteoriet wel eens als tegenvoorbeeld voor diegenen die zich erg op de worst case scenario’s voor klimaat baseren. We hebben de meeste meteorieten die in de buurt van de aarde kunnen komen namelijk goed in kaart gebracht en er is weinig reden voor alarm. Kleinere brokstukken van 50 tot 100 meter grootte kunnen we echter minder goed zien en het is mogelijk dat zo’n brokstuk de aarde zou raken. Valt zo’n brokstuk op Parijs of New York of in de oceaan, dan is de ramp niet te overzien. De vraag is nu: hoeveel zijn we bereid als wereldgemeenschap om dit risico verder in kaart te brengen en hoeveel geld zijn we bereid te steken in het detecteren en eventueel onschadelijk maken (als dat mogelijk is) van dergelijke kleiner meteorieten?

Kanker of koorts?
Een derde metafoor die geregeld gebruikt wordt is dat de aarde koorts heeft of kanker. De dit jaar overleden Wubbo Ockels gebruikte de metafoor in 2013 in zijn Springtij-lezing. Ik citeer een stukje:

Het derde perspectief is wat lastiger en ik hoop dat ik daar goed uitkom, want het is een beetje emotioneel. En dat is namelijk dat ik denk dat de aarde en wat er aan de hand is, het best vergeleken kan worden met kanker. De aarde heeft kanker. Als je de fundamentele eigenschappen van kanker neemt, dan zie je dat dat nu gebeurt. Kanker is een gewone cel van je eigen lichaam. Mensen zijn gewone mensen. Maar op een of andere manier gaat die kanker groeien op een manier, dat hij een truc heeft gevonden om niet dood te gaan terwijl hij eigenlijk dood hoort te gaan.

Op zichzelf een mooie vergelijking. Je kunt immers best stellen dat de mens als soort is gaan woekeren en andere soorten is gaan overwoekeren.

Weer anderen zeggen dat de aarde koorts heeft. Jan Paul van Soest publiceerde een boek met die titel en ook internationaal wordt de vergelijking veel gebruikt. Het voordeel van koorts is dat je meteen een associatie met opwarming hebt. Het nadeel van koorts als vergelijking is mensen – veel meer dan de aarde als geheel – binnen een nauwe bandbreedte moeten blijven rond 37 graden Celsius. Zowel te koud als te warm is ons snel fataal. De aarde heeft al heel wat extreem warme en extreem koude periodes doorstaan en bestaat nog steeds.

Wel zou een interessante vraag kunnen zijn hoeveel verhoging vindt je dat de aarde heeft in termen van koorts? Ik zou dan kunnen zeggen: 37,8. Lichte verhoging dus, maar mijn kinderen mochten ermee naar de crèche. Anderen vinden mogelijk dat het nu al een 39 of 40 graden koorts is.

Dat geeft dan vervolgens wel een opening naar wat volgens mij de meest relevante vraag van de uitzending had moeten zijn (maar het dus niet was). Namelijk, wat is op dit moment de gewenste behandeling voor de patiënt: gewoon uitzieken (laissez faire) of een chemokuur (zo snel mogelijk decarbonisatie van de economie)? Merk op dat sommige aanwezigen, zoals Marjan Minnesma, het ongetwijfeld met deze typering al niet eens is. Volgens haar kunnen we tegen geringe kosten in 2030 draaien op 100% duurzame energie.

Andere relevante vragen: hoeveel ben je bereid te betalen voor die “behandeling”? En moet die behandeling meteen beginnen of kijken we het eerst nog even aan?

Kortom, zoals bijna altijd bij dit soort complexe debatten, veel gemiste kansen. Maar toch een uitzending die je zeker moet gaan kijken, al is het maar vanwege de vele interessante gasten die aan tafel zaten: Deltacommissaris Wim Kuiken, Marjan Minnesma, Appy Sluijs (ja, alweer hij), Jean-Pascal van Ypersele, Herman Philipse, Jeroen van der Veer, Lucia van Geuns en Ed Nijpels.

Kijken dus, zo meteen om 20:25 uur op NPO2.

 

 

 

 

Share

Dijkstra II: Nederland wel warmer, niet extremer

Iedereen dank voor de interessante discussie onder het doorgeplaatste opiniestuk van Frans Dijkstra. Frans heeft in zijn laatste commentaar geprobeerd een eerste samenvatting te schrijven. Aangezien de vorige draad erg lang werd plaats ik dat commentaar hier als gastblog. Het is goed mogelijk dat critici van Dijkstra (Arjan, Guido, Jan etc.) het oneens zijn met de samenvatting. Mocht een van de “critici” ook een soort van samenvatting schrijven dan plaats ik die ook als apart gastblog. MC

Gastblog Frans Dijkstra

Ik doe een poging een paar dingen te inventariseren waar we het over eens zijn.

(1) Er is over de periode 1997-2014 geen correlatie tussen de gemiddelde maandtemperatuur en de tijd. Ik noem dat stilstand of stagnatie. Ik weet niet of ik de eerste ben in Nederland die dit signaleert. Als er in deze data een trend van plus of min 0,003 graad per maand zou zitten, dan zou dat nog net niet significant zijn. Dat betekent naar de toekomst toe, dat in 100 jaar een daling of een stijging van bijna 4 graden niet is uitgesloten. Dat is waar, maar wie zou zo’n reeks voor 100 jaar willen extrapoleren? Degenen die zeggen dat de opwarming onverminderd door gaat, kunnen dat niet zeggen op grond van deze data. Deze data zeggen uitsluitend: het kan vriezen of dooien. Zijn we het daarover eens?

Arjan van Beelen
De termijn is te kort en de spreiding is te groot om iets zinvols te kunnen concluderen over de temperatuurtrend. Als je iets schuift met het beginpunt, of een jaar toevoegt of weglaat dan krijg je weer andere resultaten. In een dataset met een grote variabiliteit ten opzichte van de trend kan je nooit aantonen of het nu nog wel of niet opwarmt de laatste jaren, dus dit is een zinloze bezigheid.

 

Guido van der Werf
dat de temperatuur vrij vlak is de laatste jaren daar zijn we het snel over eens. En dat extrapoleren van deze trend zinloos is daar zijn we het ook over eens. Maar ik ben het niet met je “het kan vriezen of dooien” eens. Misschien wel voor de komende jaren maar op een gegeven moment zal de trend door opwarming weer boven de ruis uit moeten komen.

 

Jan van Rongen
Statistisch foute conclusie; door Frans gemotiveerd met een zeer bekende logische fout, namelijk omkering van de (betekenis van de) nul-hypothese.

(2) Over de hoge oktobertemperaturen is mij cherry picking verweten omdat ik het over 23 graden had. Dat was toevallig de temperatuur van 18 oktober j.l. Keulemans zet daar zijn eigen cherry picking tegenover door een grafiek met 20 graden te tekenen. Tijd voor het volledige plaatje:

Volgens mij hebben Keulemans en ik allebei gelijk: warme dagen (meer dan 20 of 21 graden) zijn in de tweede helft van de periode flink toegenomen, maar vanaf 22 graden convergeren de lijnen. Vanaf 23 graden vallen ze vrijwel samen. Ik noem 23 graden in oktober ‘extreem’. Men kan van mening verschillen of een temperatuur die op 1,5% van de oktoberdagen voorkwam zo genoemd mag worden. Het is in ieder geval extremer dan de 3-6% van de oktoberdagen die warmer waren dan 20 graden.

Arjan van Beelen
Ik zie verschillen, maar ik zie niet of ze significant zijn. De eerste waarden bijv. >20 graden in ieder geval wel, dus je kan concluderen dat dat vaker voorkomt. Ik denk niet dat je kan aantonen dat records >23 C in Oktober vaker voorkomen in de 2e periode dan in de 1e periode.

 

Guido van der Werf
Ik heb in het vorige draadje diverse keren kwantitatief laten zien dat in het algemeen het aantal warme dagen is toegenomen, dus ik vind het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd vooral representatief voor het aantal keren dat het in oktober 23 graden werd. En tja, wat extreem is daar kan je over twisten dus daar heeft iedereen gelijk.

 

Jan van Rongen
Anekdotisch “bewijs” dat kan worden omgevormd tot serieuzere testen waaruit de hoogte en (mate van) significantie van de opwarming voor en na 1957 kan worden afgeleid.

(3) We blijken het er over eens te zijn, dat voor 1950 ook veel tropische dagen zijn voorgekomen, verhoudingsgewijs niet veel minder dan na 1950. Dat kan misschien aan vliegtuigsporen worden toegeschreven: straalvliegtuigen waren er in de jaren 30 en 40 nog niet. Die sporen zouden op hete dagen de zonnestralen getemperd kunnen hebben. Maar misschien hebben ook hier de stromingspatronen invloed. Vliegtuigsporen kunnen niet het enorme gebrek aan tropische dagen in de jaren 50 en 60 verklaren. Een interessant punt voor nader onderzoek!

Arjan van Beelen
Ja, je kan niet aantonen dat het aantal tropische dagen toegenomen is als je deze 2 perioden hanteert. Als je tropische dagen (of warmer) als extreme hitte definieert dan kan je dus niet zeggen dat dit nu vaker voorkomt dan vroeger. Dit is een interessant (en bekend) resultaat, en heeft waarschijnlijk te maken met 1) aerosols (inclusief vliegtuigstrepen, de aerosol concentratie piekte in de jaren 60-70, en kan dus prima het minimum in 50-60er jaren verklaren (ik denk met contributie van stromingspatroon overigens, zie studies van Van Oldenborgh). 2) thermometerhutten en locatie 3) stromingspatroon? 4)bodemvocht? (nummering kan willekeurig zijn). Overigens is de verstedelijking toegenomen, dus aan de hand daarvan verwacht je weer een toename van het (niet daarvoor gecorrigeerde) aantal tropische dagen.

 

Guido van der Werf
Mee eens, er zijn veel factoren die een rol spelen, ik neem aan dat men op het KNMI hier ook wel mee bezig is. Ik ken de literatuur op dit gebied niet.

 

Jan van Rongen
Dit is geen samenvatting van een discussie maar iets nieuws – over vliegtuigsporen. Ik vind dat onzin. Dus oneens.

(4) Over de winters zijn we het ook eens. Natuurlijk waren er voor 1970 meer strenge winters (1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1943, 1947, 1956 in de eerste helft van de periode en 1963, 1979, 1985, 1986, 1987, 1996, 1997 in de tweede helft) terwijl tevens de winters van de eerste serie strenger waren en langer duurden dan de meeste van de tweede serie. Met mijn wintergeheugen is op dit punt niets mis, maar die ene extreem zachte winter van 2014 is niet maatgevend, dat wilde ik even gezegd hebben.

Extreem hoge temperaturen in de winter zijn veel meerzeggend dan hoge zomertemperaturen: van de januaridagen boven 13 graden viel er maar 1 in de eerste helft van de periode, tegen 17 in de tweede helft. Het record is zeer recent: 14,5 op 6 januari 2014.
Ik neig naar de conclusie uit deze en andere feiten dat de opwarming in Nederland tot dusver vooral blijkt uit hogere winter- en nachttemperaturen en veel minder in extreme warmte, die het KNMI in zijn scenario’s aankondigt, en waar exotische dieren op af zouden komen. Dat komt waarschijnlijk van het broeikaseffect (minder uitstraling) en van westelijke winden. Kunnen we het hier ook over eens zijn?

Arjan van Beelen
Die ene extreem zachte winter… ik kan me helaas erg veel extreem zachte winters herinneren in de jaren 90 en 2000, dit heb ik ook laten zien aan de hand van de ranking van de gemiddelde wintertemperatuur en de koudeproductie (Hellmann, maar geldt ook voor het vorstgetal van Meteogroup). Die zachte winters zijn overigens geen garantie voor de (nabije) toekomst, zoals ik al eerder schreef.
Nee, hier ben ik het helemaal niet mee eens. De enorme (recente) opwarming in NL blijkt vooral uit hogere lente en zomertemperaturen en minder uit die in de herfst en winter. De maand december is het minste opgewarmd van alle maanden. Zie bijv. http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0226-Temperatuur-mondiaal-en-in-Nederland.html?i=9-54 .
De winter en nachttemperaturen zijn gedurende de periode 1985-2010 met ongeveer dezelfde trend gestegen als wereldwijd, terwijl die overdag in het (zonne)zomer halfjaar bijna 2x zo snel zijn gestegen. Dit heeft o.a. te maken met de brightening, zoals je ook kunt zien in ons (Van Beelen & Van Delden) artikel in Weather.

 

Guido van der Werf
Ook mee eens en ook nog eens goed nieuws tot nu toe voor ons in Nederland lijkt me (behalve voor de schaatsliefhebbers natuurlijk). Maar uiteindelijk zal bij opwarming ook het aantal warme dagen verder toenemen, ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet zo is. En ik heb wel eens gehoord dat minimumtemperaturen een belangrijkere factor is dan maximumtemperaturen voor het verspreidingsgebied van exotische dieren ☺

 

Jan van Rongen
Ook dit is helemaal geen samenvatting of conclusie maar een nieuwe mening van Frans. Geen cijfermateriaal. Dus oneens.

 

Share

Warm oktoberweer, maar geen opwarming

Chemicus en statisticus Frans Dijkstra publiceerde gisteren in de Volkskrant een opiniestuk naar aanleiding van het warme weekend. De kop in de krant was dezelfde als boven dit blogbericht. Die kop is overigens bedacht door de Volkskrant, niet door Dijkstra, liet hij me weten. Online staat er trouwens een andere kop: Het publieke weergeheugen werkt misleidend.

Op twitter reageerde Stephan Okhuijsen van Sargasso.nl vrij gepikeerd en hij plaatste al snel een kritische beschouwing die als titel had: Liegen met grafieken: geen opwarming in de Volkskrant.

Frans Dijkstra gaf me toestemming om zijn stuk door te plaatsen. Daaronder probeer ik iets weer te geven van de discussie. En hopelijk kan een constructieve discussie tussen Dijkstra, Okhuijsen en andere geïnteresseerden meer duidelijk scheppen over welke “correcte” conclusies nu te trekken zijn.  Lees verder…

Share

IPCC bias in action

The AR5 Synthesis Report has been published with all the usual rhetorics such as that we have only so much years left to act. Readers here know that my interest with regard to AR5 has been climate sensitivity. So let’s just shortly review what happened in the field of climate sensitivity between the Synthesis Report (SYR) of AR4 (2007) and that of AR5 (2014). Let’s focus on the SPM because this is what is supposed to be the most policy relevant information.

The SYR SPM of AR4 mentions “climate sensitivity” seven times:

For GHG emissions scenarios that lead to stabilisation at levels comparable to SRES B1 and A1B by 2100 (600 and 850 ppm CO2-eq; category IV and V), assessed models project that about 65 to 70% of the estimated global equilibrium temperature increase, assuming a climate sensitivity of 3°C, would be realised at the time of stabilisation. [Figure SPM.8 on page 12]

The timing and level of mitigation to reach a given temperature stabilisation level is earlier and more stringent if climate sensitivity is high than if it is low. [page 20]

Global average temperature increase above pre-industrial at equilibrium, using ‘best estimate’ climate sensitivity [Table SPM.6 on page 20]

The best estimate of climate sensitivity is 3°C. [note d of table SPM.6 on page 20]

Equilibrium sea level rise is for the contribution from ocean thermal expansion only and does not reach equilibrium for at least many centuries. These values have been estimated using relatively simple climate models (one low-resolution AOGCM and several EMICs based on the best estimate of 3°C climate sensitivity) and do not include contributions from melting ice sheets, glaciers and ice caps. [note f of table SPM.6 on page 20]

The right-hand panel shows ranges of global average temperature change above pre-industrial, using (i) ‘best estimate’ climate sensitivity of 3°C (black line in middle of shaded area), (ii) upper bound of likely range of climate sensitivity of 4.5°C (red line at top of shaded area) (iii) lower bound of likely range of climate sensitivity of 2°C (blue line at bottom of shaded area). [Caption of figure SPM.11 on page 21]

Impacts of climate change are very likely to impose net annual costs, which will increase over time as global temperatures increase. Peer-reviewed estimates of the social cost of carbon23 in 2005 average US$12 per tonne of CO2, but the range from 100 estimates is large (-$3 to $95/tCO2). This is due in large part to differences in assumptions regarding climate sensitivity, response lags, the treatment of risk and equity, economic and non-economic impacts, the inclusion of potentially catastrophic losses and discount rates. [page 22]

Climate sensitivity is a key uncertainty for mitigation scenarios for specific temperature levels. [page 22]

Summarised: climate sensitivity and its uncertainties is highly relevant for the amount of future warming. The best estimate for climate sensitivity is 3°C, the lower bound is 2°C and the upper bound is 4.5°C.

The full AR4 Synthesis report mentions climate sensitivity 13 times. It for example said:

Progress since the TAR enables an assessment that climate sensitivity is likely to be in the range of 2 to 4.5°C with a best estimate of about 3°C, and is very unlikely to be less than 1.5°C.

 

Zero
Now straigth to the AR5 Synthesis Report SPM. It mentions this highly relevant parameter (according to AR4) … zero times! Not a word about it. The full Synthesis report does mention it four times. For example on page SYR-23 we read:

Climate system properties that determine the response to external forcing have been estimated both from climate models and from analysis of past and recent climate change. The equilibrium climate sensitivity (ECS) is likely in the range 1.5 °C–4.5 °C, extremely unlikely less than 1 °C, and very unlikely greater than 6 °C.

Now what has happened in the past seven years that climate sensitivity disappeared from the SPM of the Synthesis Report? Has it become irrelevant? Of course not. Climate sensitivity is all over the Synthesis Report because the models used to project the future climate have a climate sensitivity of about 3.5°C on average. So in all its projections IPCC assumes climate sensitivity is still >3°C. It’s there as some sort of hidden assumption.

Why not say so then? Well, exactly this assumption, that the model climate sensitivity is about 3.5°C, has been seriously challenged in the past few years in the scientific literature. The Lewis/Crok report A Sensitive Matter (published in March of this year) gave all the details about new observationally based studies that indicate the climate sensitivity is relatively low with best estimate values of between 1.5 and 2°C. Considerably lower than the 3.5°C climate sensitivity of the models.

Dilemma
Recently Lewis and Curry used all the relevant AR5 numbers and a very detailed uncertainty analysis to estimate the range and best estimate for climate sensitivity in a paper published in Climate Dynamics. Their preferred likely range is 1.25-2.45°C and the best estimate is 1.64°C. Again, these are not numbers invented by skeptics, those are the numbers of the IPCC itself. It assumes close to 100% of the warming since 1850 is due to humans, an assumption that goes much further than the iconic “it’s now extremely likely that most of the warmings since 1950 is due to humans” statement in AR5.

Now this specific paper of course came out after the IPCC deadline for the Synthesis Report. However as we document in the Lewis/Crok report, the IPCC was well aware of these recently published lower estimates of climate sensitivity. It lowered its lower boundary from 2°C back to 1.5°C (where it has been in most earlier IPCC reports).

The IPCC was saddled with a dilemma. A lot of conclusions in the report are based on the output of models and admitting that the models’ climate sensitivity is about 40% too high was apparently too…inconvenient. So IPCC decided not to mention climate sensitivity anymore in the SPM of the Synthesis Report. It decided to give the world a prognosis which it knows is overly pessimistic. One may wonder why. Did it want to hide the good news?

Share

Climate Dialogue about the sun

Over at Climate Dialogue we are starting a new discussion about the influence of the sun on the climate. People familiar with climate discussions know that the sun has been and still is a popular argument against the large role for greenhouse gases. This has to do with solar proxies correlating well with climate proxies (in the distant past). Also the Little Ice Age coincided with the Maunder Minimum, a period with few visible sunspots. So if the sun played a role in the past, why shouldn’t it in the present?

But figuring out how the sun has varied in e.g. the past millennium isn’t easy. And in fact, the science seems to be developing in the other direction, i.e. showing an even smaller solar influence than scientists thought let’s say a decade ago. AR5 said that in terms of radiative forcing since 1750 the influence of the sun is almost negligible.

Meanwhile solar activity has dropped to levels last seen a century ago. Some scientists suggest the sun might go into a new Maunder Minimum in the coming decades. What influence will that have on our climate?

So the timing of this dialogue is apt. We have a record number of participants, namely five. Two of them – Nicola Scafetta (USA) and Jan-Erik Solheim (NOR) – believe in a large role of the sun. Mike Lockwood (GBR) – in line with AR5 – thinks the sun is only a minor player. The two other participants – Ilya Usoskin (FIN) and José Vaquero (ESP) – seem somewhere in between.

In our Introduction we asked the participants the following questions:

1) What is according to you the “best” solar reconstruction since 1600 (or even 1000) in terms of Total Solar Irradiance?

2) Was there a Grand Solar Maximum in the 20th century?

3) What is your preferred temperature reconstruction for the same period? How much colder was the Little Ice Age than the current warm period?

4) What is the evidence for a correlation between global temperature and solar activity?

5) How much of the warming since pre-industrial would you attribute to the sun?

6) Is the Total Solar Irradiance (TSI) of the sun all that matters for the Earth’s climate? If not, what amplification processes are important and what is the evidence these play a role?

7) what is the sun likely going to do in the next few decades and what influence will it have on the climate? Is there consensus on the predictability of solar variability?

There will be a lot of area to cover. Please head over to the dialogue and feel free to leave a public comment. Keep in mind that the goal of Climate Dialogues is to find out on what participants agree, on what they disagree and why they disagree.

 

Share

Interview bij Weg met MVO

Ik was enigszins verrast toen ik enkele maanden geleden benaderd werd door de journalisten Ruben Koerhuis en Petra Pronk van de website Weg met MVO. Zij wilden mij interviewen. Een blik op hun site laat zien dat tot nu toe vooral bekende namen uit de Trouw Duurzame 100 zijn geïnterviewd, zoals Marjan Minnesma, Jan Rotmans, Jan Peter Balkenende, Sylvia Borren (van Greenpeace). Maar ook Niek Jan van Kesteren (directeur VNO-NCW) en Wiebe Draijer van de SER.

De titel van hun site is verwarrend. Zij bedoelen ermee dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zo vanzelfsprekend wordt dat de term overbodig wordt. Vandaar het “weg met”. MVO gaat om meer dan alleen CO2 uiteraard maar uit de andere interviews blijkt dat CO2 wel een belangrijke rol speelt op dit moment. Zij gaven aan dat ze ook andere visies wilden laten horen en ik stemde derhalve in met het interview. De opnames waren tamelijk imponerend, met vier, vijf camera’s om me heen in een geblindeerde ruimte.

Hopelijk kan het interview bijdragen aan het maatschappelijk debat over klimaat, energie en MVO. Ik dank Petra en Ruben voor de tijd en moeite die ze erin gestoken hebben.

Share

Tol: ‘Opwarming van de aarde is geen catastrofe’

In Elsevier van deze week een uitgebreid interview met Richard Tol. De kop boven het artikel is dezelfde als die boven dit bericht. Het hele interview is de moeite waard. Ik pik er een paar citaten uit:

Volgens de samenvatting voor beleidsmakers van het IPCC is klimaatopwarming een catastrofe. Volgens u niet? Richard Tol: ‘Nee, het is zeker geen catastrofe. De aarde warmt wel op door stijgende uitstoot van broeikasgas CO2, maar het wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen ervan laat zien dat ze over het algemeen beheersbaar zijn. Al moeten we natuurlijk wel blijven opletten. (…)”

Over de stagnatie van de wereldwijde opwarming zegt Tol:

ELSEVIER Is het zo dat de temperatuur al achttien jaar niet stijgt? Tol: ‘Ja, in september kan ik tegen eerstejaarsstudenten zeggen dat de aarde sinds hun geboorte niets warmer is geworden. Vraag is hoe dat kan: niemand heeft het zien aankomen. Vaststaat wel dat de aarde opwarmt door uitstoot van CO2 en andere gassen, en dat de mens hieraan een bijdrage heeft geleverd.

‘Misschien is de invloed van de mens kleiner dan tot nu werd aangenomen, of die van de zon groter. Of de natuurlijke variatie in het klimaat is groter dan gedacht. Misschien warmt de aarde straks dubbel zo snel op. We hebben geen idee. Het is wel ongelukkig: het wordt zo heel moeilijk mensen te overtuigen dat klimaatverandering echt bestaat.’

Over klimaatbeleid in Nederland en het VK:

ELSEVIER Ziet u zichzelf als een pleitbezorger van klimaatbeleid? Tol: ‘Ik zie mezelf niet als activist in welke richting dan ook. Hooguit kan ik me weleens opwinden over de gebrekkige kwaliteit van het klimaatbeleid dat in Nederland of hier in het Verenigd Koninkrijk wordt gevoerd. Het kan veel efficiënter.’ ELSEVIER Hoe? Tol: ‘Het klimaatbeleid dat hier wordt gevoerd, kost heel veel geld, maar levert weinig op. Het heeft eigenlijk niets te maken met klimaat en alles met windmolens. Die windmolens creëren nauwelijks lagere CO2-uitstoot, maar wel veel oppositie tegen klimaatbeleid. Ze zijn lelijk. ’ ELSEVIER Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Is dat haalbaar, denkt u? Tol: ‘Nee. Er zijn simpelweg geen goede oplossingen om de uitstoot in verkeer en landbouw terug te brengen. Je kunt automobilisten wel meer biodiesel en ethanol laten tanken, maar het is onderhand duidelijk dat die niet echt broeikasemissies reduceren.

Lees het hele interview in Elsevier of via Blendle. Het interview is overigens niet geschreven door Simon Rozendaal maar door economieredacteur Michiel Dijkstra.

 

 

 

Share

The Bengtsson Affair and the Global Warming Policy Foundation

Guest post by David Henderson, GWPF

Prologue: a resignation under duress

On 24 April 2014 I sent an email to an eminent meteorologist, Professor Lennart Bengtsson,[1] inviting him to become a member of the Academic Advisory Council of the Global Warming Policy Foundation (GWPF), and three days later I was happy to receive a letter of acceptance; I duly added Bengtsson’s name to our list of Council members, and his acceptance was announced on the GWPF website.

On 1 May the Dutch journalist Marcel Crok published on his blog an interview with Bengtsson. He began by posing the question:Why did you join the GWPF Academic Council? Bengtsson’s response was as follows:

I know some of the scientists in GWPF and they have made fine contributions to science. I also respect individuals that speak their mind as they consider scientific truth (to that extent we can determine it) more important than to be politically correct. I believe it is important to express different views in an area that is potentially so important and complex and still insufficiently known as climate change.

Crok’s final question was:

Are you satisfied with the role that the GWPF has played so far? What could or should they do differently in order to play a more successful and/or constructive role in the discussions about climate and energy?

To which Bengtsson responded:

My impression is that this is a very respectable and honest organisation but I will be happy to reply to your question more in depth when I have got experience of it.

Much to the regret of me and my GWPF colleagues, Bengtsson decided, only two weeks later, to withdraw his acceptance of my invitation. In the letter of resignation that he sent to me, he referred to ‘enormous world-wide pressure put at me from a community that I have been close to all my active life’; and in a letter to colleagues, announcing his decision, he likewise alluded to ‘massive objections from colleagues around the world’.

Though only a few of these ‘massive objections’ have come my way, they presumably have a common theme. The critics typically hold that the GWPF is not a reputable organisation; that the favourable impressions of it which Bengtsson had formed, as voiced in his interview with Crok, were badly mistaken; and that for any professional person to accept to have links with it would be evidence, at best of serious misjudgement, and at worst of a lack of integrity. Hence the Bengtsson affair, and the resulting publicity, have focused attention on the role and work of the Foundation.

As one who has been closely associated with the GWPF from the outset, as chairman of the Council that Bengtsson was invited to join, I offer here a brief personal perspective on the issues thus raised, chiefly with a view to providing information. In doing so, I point to what I see as misconceptions by various commentators, both friendly and hostile. I focus first and chiefly on the work of the Council, but afterwards touch on the work and role of the Foundation as a whole. Lees verder…

Share

Interview Matt Ridley bij FD Energie Pro

Het FD heeft een nieuw online product opgezet, FD Energie Pro. De site is net online gegaan en vooralsnog is de content gratis te lezen. Karel Beckman van de Energy Post heeft als interim hoofdredacteur de eerste verhalen uitgezet. Hij vroeg mij of ik er als freelancer voor wilde schrijven en het toeval wilde dat ik een dag later Matt Ridley zou opzoeken op diens landgoed ten noorden van Newcastle. Beckman wilde graag een interview met hem en zodoende staat dit interview nu als een van de eerste verhalen online. Het verhaal is nu nog gratis integraal te lezen. Hier de intro:

Viscount Matt Ridley is politicus, auteur, journalist, klimaatcriticus, bioloog, natuurliefhebber, ex-bankier, en eigenaar van een steenkolenmijn. Maar hij is bovenal: rationeel optimist. Hij gelooft dat de mensheid dankzij steeds verdere specialisatie en handel een welvarende toekomst tegemoet kan zien. Daarbij is een efficënte energievoorziening onmisbaar – en die kan volgens Ridley niet komen van bronnen als windenergie en biomassa. Journalist Marcel Crok bezocht Matt Ridley op zijn landgoed in Noord-Engeland.

 

Share

Bengtsson: “Ik voel me bijna een vrijheidsstrijder”

Lennart Bengtsson blijft de gemoederen bezig houden. Ik stuurde hem na zijn besluit uit de GWPF te stappen een lijst met tien vragen. Lastige vragen vermoedelijk want ik vind dat hij met meer details naar buiten zou moeten treden over de e-mails die hij ontving. Hoe dan ook, geen antwoord meer van Bengtsson, die eerder steeds heel snel antwoordde op e-mails. Op twitter gisteren werd gesuggereerd dat hij tijd nodig heeft. Ik vraag me af of dat de reden is van het niet reageren want dit weekend verscheen wel een uitgebreide reactie van zijn hand op een Zweedse website. Hans Labohm woonde een tijdlang in Stockholm en spreekt goed Zweeds en heeft het artikel vertaald. Dank Hans.

Paul Matthews heeft ook een helder overzicht gemaakt van de gebeurtenissen. De reactie van Judith Curry mag je zeker niet missen. Die wijst terecht op de hypocrisie in de klimaatgemeenschap. Van Greenpeace en WWF-medewerkers wordt het geaccepteerd dat ze lead author worden bij het IPCC, maar als een door de wol geverfde wetenschapper een onbetaalde adviesrol gaat vervullen bij de GWPF dan is de wereld te klein.

Hier het integrale stuk van Bengtsson:

Enige overpeinzingen over het klimaat en onze mogelijke toekomst

Op het blog van ‘Stockholms Initiativet’ schreef Lennart Bengtsson een ‘posting’ getiteld: ‘Några tankar om klimatet och vår möjliga framtid’. De vertaling daarvan volgt hier.

 Zo, en geloof je nu in opwarming?

Zoals de meeste vaste bezoekers van dit blog zullen weten – maar nauwelijks degenen die zijn aangewezen op de reguliere Zweedse media – is er rond mij onlangs grote commotie ontstaan. Ik zal hier geen overzicht geven van de media–aandacht die dat heeft gekregen, maar in plaats daarvan proberen om mijn gedachten en handelingen in een breder perspectief te beschrijven.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik enorme steun van collega’s, academici en het grote publiek in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Duitsland heb gekregen. Ik voel me bijna een vrijheidsstrijder. Ik heb echter geen overdreven illusies want ik ken de macht van het establishment. Het is in ieder geval verheugend om kennis te maken met de liberale en open traditie van de Engels media. De Zweedse media lijken nog te verkeren in de tweede helft van de 19e eeuw, een situatie die we die kennen uit Strindberg’s ‘Röda rummet’ (De rode kamer). Lees verder…

Share

Agenda

Loading...

Donate to support investigative journalism on global warming

My blog list